Asielzoekers in de rij voor kledingmarkt in kapel in Katwijk

Alieke Hoogenboom
Katwijk

De deur van de kapel aan de 1e Mientlaan in Katwijk gaat pas om half tien open, maar om negen uur staat er al een rij met tientallen asielzoekers voor het gebouw.

,,Dat is normaal’’, zegt Teunie de Jonge van de Interkerkelijke Werkgroep Asielzoekerscentrum Katwijk (IWAK) lachend. De vrijwilligster heeft een lint gespannen om de bezoekers in het gareel te houden. ,,We willen geen ordinaire toestanden’’, legt ze uit. ,,Ze willen natuurlijk allemaal het eerste zijn voor de mooiste spullen.’’

Stropdassen

De Jonge begon een jaar geleden vanuit het IWAK met de kledingmarkt waar vluchtelingen uit het asielzoekerscentrum (azc) op dinsdagochtend voor een klein geldbedrag spullen kunnen kopen. Het heeft iets weg van een kringloopwinkel. Mannen, vrouwen, kinderen, baby’s; voor iedereen is er wat te vinden.

Over de kerkbanken hangen sjaals, aan hangers zijn stropdassen vastgeknoopt en er staan bakken met onderbroeken, bh’s en sokken. Zeker die laatste drie zijn erg gewild, weet De Jonge. De vrijwilligster heeft in een achterkamer ook nog een paar buggy’s en kinderfietsen staan die ze bij de fietsopslag in Leiden koopt. In een notitieboek houdt ze bij welke vluchteling aan de beurt is voor deze bijzondere gift.

Rechterhand

Rabee uit Syrië is haar rechterhand, een taak die hij maar wat graag op zich neemt. Hij vliegt van hot naar her, vouwt tussendoor blouses op en legt ze netjes naast elkaar op een tafel. Ook de schoenen - hakken, sneakers, regenlaarzen - worden op maat gesorteerd en in een rek gezet.

De 45-jarige vluchteling, die oorspronkelijk mechanisch ingenieur is van beroep, woont met zijn twee broers en moeder in het azc. Zijn vrouw en drie kinderen heeft hij nog niet naar Nederland kunnen halen. ,,Dat vind ik heel moeilijk, alles wat ik wil is dat ze veilig zijn en dat zijn ze nu niet’’, zegt Rabee. Dat hij zich in de kapel elke week nuttig kan maken, geeft hem afleiding.

Selectiever

De kledingmarkt is zo’n succes, dat de vrijwilligers de werkwijze moesten veranderen. Voorheen mochten asielzoekers de kledingstukken gratis meenemen. ,,Soms liepen ze met tassen vol de deur uit en pasten ze de kleding thuis’’, herinnert De Jonge zich. ,,Als het dan toch niets bleek te zijn, verdween het in een kast. Dat is zonde. Nu vragen we een euro of vijftig cent voor iets, behalve voor ondergoed. Ze zijn daardoor selectiever en kiezen stukken die ze mooi vinden en echt nodig hebben.’’

Een vrijwilliger roept de anderen bij elkaar voor een snelle kop koffie. Het is bijna half tien en het wordt onrustig buiten. De taken worden verdeeld: iemand bij de kassa en een coördinator bij de gratis spullen.

Wanneer de deur opengaat, stroomt de zaal vol. Binnen vijf minuten ligt alles wat Rabee en de andere vrijwilligers zo keurig hadden neergelegd, door elkaar. De Jonge haalt haar schouders op. ,,Zo gaat dat. Met het weekgeld dat ze krijgen moeten ze alles doen. Openbaar vervoer, boodschappen, soms moeten ze een advocaat betalen. Wij proberen het wat makkelijker voor ze te maken. Ik vind het prachtig werk.’’

Weekgeld

Vier twintigers uit Eritrea storten zich op een rek met winterjassen. De 24-jarige Tekleweini woont sinds twee weken in het azc. In tegenstelling tot zijn vrienden die uiteindelijk T-shirts en sjaals bemachtigen, koopt de jonge Eritreeër niets. Hij heeft nog geen weekgeld ontvangen, omdat hij pas net in Nederland is. Een vrijwilliger legt Tekleweini uit dat hij bij het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) een bewijs moet opvragen. Voor vluchtelingen die nog niet officieel in de asielprocedure zitten, geldt een speciale regeling bij de kledingmarkt. Ze mogen vijf stuks uitzoeken.

Mahmoud, een Syrische taxichauffeur, heeft een beter moment uitgekozen. Zo tegen half elf is de grootste chaos voorbij. In de koffiehoek drinkt hij rustig wat en start dan aan zijn zoektocht. Met twee spijkerbroeken en een trui verschijnt hij even later tevreden bij de kassa.

Meer nieuws uit Duin- en Bollenstreek

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.