Hofje met uitzicht op lijkenhuisje in tuin

Foto Hielco Kuipers

Lees meer in het Leidsch Dagblad van 19 april
Leiden

De uit Vlaanderen afkomstige mutsenmaker Jan de Laetere legde in 1612 vast dat na zijn overlijden zijn hele hebben en houden ging naar 'schamele, oude, onvermogende persoonen' zou gaan. De executeurs besloten een hofje te stichten.

Ze begonnen om te zien naar een stuk grond van zo'n achttien of negentien roeden lang en zes roeden breed. Een Rijnlandse roede was 3,77 meter lang, zoals nog steeds staat aangegeven op de voorgevel van het Leidse stadhuis. Hun aandacht viel op een terrein in de stadsuitleg van 1610, op de hoek van de Steenstraat, vlak bij de nieuwe Rijnsburger- of Haarlemmerpoort, achter de herberg Rustenburg.De executeurs hoopten op steun van het stadsbestuur en vroegen of ze gratis grond konden krijgen. Maar dit werd geweigerd en wellicht is daardoor iets fout gegaan met de kostenberekening, want nadat het hofje was gebouwd voor de prijs van 2540 gulden, achttien stuivers en twaalf penningen, kwam men 600 gulden tekort en moest er geld worden geleend. Maar het hofje stond er, met huisjes die uitzagen op een tuin 'synde een tamelyk groote, doch seer luchtige ruymte, dienende den Hovelingen voor tuynkens tot vermaek, en voor bleekveld tot gemak, synde sulks seer veilich tegen alle stoornissen en overlast van buyten; hierenboven voorsien met twee regenbakken, pompput, en aschput' .

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.