En dan nu de Drakenzaal

Het ideaalbeeld. Foto Regionaal Archief

Het ideaalbeeld. Foto Regionaal Archief

De Drakenzaal. Ooit eetkamer, nu te huren vergaderruimte.

De Drakenzaal. Ooit eetkamer, nu te huren vergaderruimte.

Detail van de monumentale schouw.

Detail van de monumentale schouw.

 Een strook gordijnen om de wandbekleding letterlijk op te lappen.

Een strook gordijnen om de wandbekleding letterlijk op te lappen.

Hoekje waar verschillende verfsoorten en -kleuren worden uitgeprobeerd.

Hoekje waar verschillende verfsoorten en -kleuren worden uitgeprobeerd.

1 / 5
Binnert Glastra
Oegstgeest

Op het eerste gezicht is het een prachtige, statige zaal. Parket op de vloer, dieprode wanden met mooie bekleding, een sierplafond, een imposante roodmarmeren haard partij en een stijlvolle kroonluchter. De naam laat zich eenvoudig verklaren door de vele afbeeldingen en reliëfs van griffioenen, satyrs en draken die overal in verwerkt zijn. Maar wie wat nauwgezetter kijkt, ziet een allegaartje met de meedogenloze tand des tijds in ieder detail. De broodnodige restauratie begint volgend jaar.

Vooral alles wat er níet meer in de uit 1890 daterende Drakenzaal te vinden is (het kasteel stamt uit 1668) maakt de restauratienoodzaak duidelijk. De oorspronkelijke houten vloer zit weggestopt onder vele lagen ander hout en egaliseerstrijksels, net als een hoop geschilderde details. In de oorlog roofde Jan Wolkers twee marmeren sfinxen, waarvan er nog altijd eentje zoek is.

De kroonluchter die er hoort - met draken aan de armen - is verdwenen, net als polychrome plafondbeschildering. De wandbekleding is smoezelig en zit vol erin geplakte stroken stof - ooit de bijpassende en nu door het ’herstelwerk’ volledig opgebruikte gordijnen. En zelfs daarvan kwamen ze tekort. Sommige stroken zijn daarom maar door een egaal rode stof vervangen die bij de kleur van de verf past. Het voor de zaal ontworpen drakenmeubilair ging rond 1950 onder de hamer. Uit de schoorsteenmantel is een stuk rood marmer kapot gestoten, de brokstukken zijn helaas verdwenen.

Beknibbelen

Dood- en doodzonde, vindt Völker-Dieben het allemaal. Ze is erg blij dat voor een groot deel van het budget dat nodig is voor de restauratie er inmiddels geldschieters en subsidies zijn. Zo worden er nieuwe gordijnen geweven, komen de oude vloerdelen terug en worden oude, goudkleurige versierselen teruggebracht. ,,Maar het blijft beknibbelen, hoor’’, zegt ze, wijzend op de radiatoren aan de muur. ,,Die horen daar bijvoorbeeld niet, natuurlijk. Maar voor convectorkachels die je onder de vloer wegwerkt, kun je geen subsidie krijgen. Dus die blijven waarschijnlijk gewoon hangen.’’

En zo zijn er veel extra wensen die vooralsnog niet haalbaar zijn. Bijvoorbeeld het meubilair en de kroonluchter. Het voert te ver om het opnieuw te laten maken. Veel te duur. ,,Maar misschien kunnen we een actie starten om de drakentafel en drakenkroon terug te vinden. Als ze niet ergens in de kachel zijn verdwenen, moet dat kunnen. Op oude foto’s zijn de drakenpoten van de tafel te zien - die zijn heel herkenbaar.’’

Zeldzaam

Ondanks de huidige tekortkomingen is het nog altijd een zeer bijzondere, zeldzame zaal. Een voorbeeld van de eclectische stijl uit de laat-negentiende eeuw zoals er maar weinig zijn. Drie om precies te zijn. Naast de Drakenzaal is er op Rhode Island nog een zaal in Chateaux-sur-Mer, en één in kasteel De Haar in Haarzuilen. ,,Maar dat is de werkkamer van de baron. Die is lang niet zo groot als deze zaal.’’

Behalve het drakenmotief en de stijl, is ook de afwerking bijzonder. Alles in de op het noordoosten gerichte eetzaal is erop gericht zoveel mogelijk licht te weerkaatsen. ,,Dus alles was zo glanzend mogelijk. Zelfs de verf is, dat blijkt uit een analyse, gemaakt uit lijnolie en allemaal lagen om het zoveel mogelijk te laten glanzen. En de verf werd warm opgebracht voor nóg meer glans.’’

Witjes

Een apart, bijzonder project in de zaal vormen de drie ’Witjes’ die dateren uit 1751 en waaromheen het drakenensemble ontworpen is. Het zijn grisailles - schilderingen die door uiterst fijn grijsgebruik echte reliëfs lijken - van de op dat gebied gespecialiseerde Jacob de Wit (1695-1754). Mogelijk komen de ’witjes’ uit het huis van de Bennebroekse ambachtsheer Willink, die Oud-Poelgeest in 1856 kocht. ,,Het is niet te bewijzen, maar dat is zeker een mogelijkheid. Willink huurde het kasteel eerst een tijdje omdat hij zijn huis in Bennebroek wilde laten moderniseren. Toen hij het na jaar of vijf zou verlaten, kocht hij Oud-Poelgeest voor een van zijn dochters. Hadden ze allebei een huisje...’’

Meer informatie over kasteel Oud-Poelgeest, verhuur- en donatiemogelijheden: kasteeloudpoelgeest.com

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.