Oefenlab Leidse Bio Science Park blijkt molensteen

Sebastiaan van der Lubben stadsredactie@leidschdagblad.nl
Leiden

Als er niet heel snel geld op tafel komt, is het prestigieuze oefenlab op het Leidse Bio Science Park al failliet als de deuren opengaan. Het lab, eind vorig jaar nog geroemd als het eerste scholingscentrum voor de (bio)farmaceutische industrie in Nederland, kampt voor de start al met een tekort van 400.000 euro.

De vraag hoe het gat van vier ton in de begroting van de Biotech Training Facility te dichten, verdeelt de gemeenteraad en zet wethouder Robert Strijk (D66) lijnrecht tegenover zijn eigen ambtenaren. De afdeling Servicepunt71 geeft Strijk een negatief advies over een voorgestelde lening waarmee het ontstane gat snel kan worden gedicht.

Ambtenaren vrezen dat het geleende geld niet terugkomt. En ze staan niet alleen. Ook ABN-Amro twijfelt aan het businessplan. Zij weigeren de hypotheek verder op te rekken om zo de tekorten te financieren.

Lenen

Strijk vreest dat andere marktpartijen daar precies zo over denken. Dus stelt hij voor het tekort te lenen.

De universiteit en het LUMC betalen immers ook elk ’hun’ deel, Leiden kan niet achterblijven. Strijk mag zonder tussenkomst van de raad de benodigde vier ton in het oefenlab steken, maar daarmee neemt de weerstand in de lokale politiek niet af.

Vooral ChristenUnie en het CDA zijn niet te spreken over de gang van zaken. Joost Bleijie (CDA) neemt zelfs het woord ’mismanagement’ in de mond.

Het gat ontstond omdat geen rekening was gehouden met werkkapitaal, geld dat nodig is om een bedrijf te kunnen runnen. Er was geen financieel advies gevraagd bij de eigen ambtenaren. En nu dat wel is gebeurd, legt de wethouder dat naast zich neer, zo analyseert Mart Keuning (CU) de kwestie.

Bezwaar

Het bezwaar richt zich vooral op de inkomstenkant van het oefenlab. Dat heeft veel aanmeldingen voor trainingen, maar geen van die aanmeldingen ligt volgens Servicepunt71 vast in contracten. De inkomsten bestaan alleen maar op papier.

Mocht het aantal trainingen tegenvallen, dan bestaat de kans dat de noodzakelijke lening - met een rente van 3,5 procent en een looptijd van vier jaar - moet worden omgezet in een subsidie. Dat kost de gemeenschap een hoop geld.

Allemaal waar, vindt Strijk. Maar het ’maatschappelijk belang’ van het oefenlab is dat ’ondernemingsrisico’ wat hem betreft waard. „Een faillissement betekent grote maatschappelijke kosten.” Groter dan de lening, redeneert hij.

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.