'Het is eten of gegeten worden'

Gerard Mousasi. Foto Taco van der Eb

Robbert Minkhorst
Leiden

Als man van dertig leidt Gegard Mousasi bepaald geen doorsnee leven. Waar veel generatiegenoten deze ochtend de kinderen voor het eerst weer naar school brengen, om vervolgens door te rijden naar kantoor en om zes uur aan te schuiven voor het avondeten, ziet de dag er voor de Leidenaar ’iets’ anders uit.

Als jongste zoon van Armeense ouders groeide Mousasi op in de Iraanse hoofstad Teheran. Op 8-jarige leeftijd verhuisde hij naar Nederland. Na de nodige asielzoekerscentra van binnen te hebben gezien, vestigde het gezin zich uiteindelijk in Leiden, waar nog meer bloedverwanten woonden. Om wat sneller te wennen, deden zijn ouders hem op judo. Het is zijn eerste kennismaking met vechtsport en die bevalt. Ruim twintig jaar later behoort Mousasi tot de absolute wereldtop in het Mixed Martials Arts, vaak simpelweg afgekort tot MMA. Een freefight-variant die in Nederland minder bekend is dan bijvoorbeeld het K-1, maar in Japan en de VS enorm populair is. ,,In 2013 ben ik overgestapt naar de UFC, de grootste internationale MMA-organisatie. Ik heb een contract voor acht gevechten, waarvan ik er nu drie heb gehad. Ik kom uit in de middleweight en sta zesde van de wereld.’’

Broekie

Het was in 2006 dat Mousasi, als ’broekie’ van 23 jaar, voor het eerst écht van zich deed spreken. Hij sloeg Makoto Takimoto, die als judoka nog goud won op de Olympische Spelen van Sydney in 2000, in eigen land een gebroken oogkas. Na afloop stonden de Japanse cameraploegen voor hem in de rij. Twee jaar later beleefde hij zijn grote internationale doorbraak, met de winst van de Dream.6 Middle Weight Grand Prix. In de Saitama Super Arena, een stadion met een capaciteit van 36.500 toeschouwers, schopte hij in de finale de Braziliaan Ronaldo Souza knock-out, waarna hij een cheque van honderdduizend dollar in ontvangst mocht nemen. ,,Dat is nog altijd één van de hoogtepunten uit mijn carrière’’, aldus Mousasi, die later nog twee Dream-titels en een Strikeforce-gordel aan zijn prijzenkast zou toevoegen. ,,Op dezelfde avond versloeg ik in de halve finale Melvin Manhoef, die toen op zijn top was. Een gevecht dat in Nederland erg leefde. Mensen vroegen zich af wie van ons de sterkere was. Dat heb ik ’even’ laten zien.’’

Ondertussen leeft Mousasi, die voor zijn sport de hele wereld overvliegt, op vertrouwde bodem toe naar wat uiteindelijk moet leiden tot de kroon op zijn carrière: de titel in de middleweight-klasse van de UFC. ,,Tussen gevechten door ben ik gewoon in Leiden. Ik woon nog altijd in de Kooi en train ook nog steeds bij Sahinbas, de sportschool hier in de wijk. Mijn ambitie? Die zesde plek is mooi hoor, maar daar neem ik geen genoegen mee. Ik wil de beste zijn, die gordel opeisen. Dan zou de cirkel rond zijn. Dat lijkt nu misschien nog ver weg, maar het kan snel gaan. Nog drie overwinningen en een titelgevecht komt dichtbij.’’

Op zondag 27 september kan hij weer een stap in de goede richting zetten. Dan neemt hij het op tegen Uriah Hall, een Amerikaan met Jamaicaanse roots. Plaats van handeling? Saitama, de Japanse stad waar hij zijn ’finest moment’ beleefde. ,,Ik moet nog wel negen kilo kwijt, maar daarvan zijn er zeven vocht. Die kom je na de weging weer aan. Ik verwacht dat ik hem makkelijk ga pakken. Hij is niet van mijn niveau.’’

Zelfvertrouwen

Het is geen grootspraak, maar zelfvertrouwen. Mousasi kan niet zonder in een wereldje waar voor twijfel geen plek is. ,,Natuurlijk heb ik wedstrijdspanning. De druk om te presteren is er altijd. Maar ik ken geen angst in de ring. Kan ook niet. Het is eten of gegeten worden, net als in de natuur. Vechtsport heeft een slecht imago, maar vechten zit in ons dna. Tijdens een gevecht komen dierlijke instincten los. Het is overleven. Ik heb ook geen medelijden met mijn tegenstander. Hooguit bezorgdheid soms. Je wil iemand niet blesseren of erger. Het respect is er. Je weet van elkaar wat je moet doen en laten om daar te staan.’’

Over zijn toekomst maakt Mousasi, die van zijn 44 partijen er maar vijf verloor, zich wel eens zorgen. ,,Financieel niet hoor. Als ik over een paar jaar klaar ben, hoef ik niet meer te werken. Maar ik ben wel eens bang voor mijn gezondheid op den duur. Ik ben niet bang voor de dood. Wel voor aftakeling. Wat is de invloed van al die klappen op je hoofd op lange termijn? Het lijkt me verschrikkelijk als ik zou gaan dementeren. Of hulpbehoevend word. Ik heb twee keer mijn kruisband gescheurd en je weet niet wat de slijtage aan je gewrichten is. Dat merk je misschien pas over twintig jaar. Ik heb verder weinig schade opgelopen, maar topsport is per definitie ongezond. Ik verg heel wat van mijn lichaam. Het is pure afbraak. Dat is de prijs die je betaalt.’’

Want verder voelt Mousasi zich bevoorrecht. ,,Het is geweldig om van je sport te leven. Ik wil dit nog drie tot vijf jaar doen, dan is het mooi geweest. Ik zou ooit graag kinderen willen, al is het geen must. Nu past een relatie niet in mijn leven. Als topsporter moet je egoïstisch zijn.’’

Meer nieuws uit Sport

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.