Oud Leiden: Voetballen met een bledder of papieren bal

Ger Filippo.© Foto Taco van der Eb

Liza Janson

Hoe zag het dagelijks leven van de ’gewone’ Leidenaar er vroeger uit? Met die vraag interviewt de Historische Vereniging Oud Leiden tal van 75-plussers. Want: „We weten wel veel over wat ’belangrijke’ mensen deden, maar we weten vrijwel niet hoe het dagelijks leven van de gewone Leidenaar er vroeger uitzag”, aldus de vereniging die op deze manier een archief wil opbouwen. Deze zomer een selectie van hun verhalen in deze krant. Vandaag het verhaal van Ger Filippo (83).

Ging Ger Filippo voetballen, dan gebruikte hij een bledder. Zijn lievelingsvak was worst maken en als hij in het buitenland is, gaat hij altijd even bij een slagerij langs. Filippo is slager in hart en nieren.

Ger voor de slagerij in 1993.© Eigen foto

Al jaren geleden verliet Filippo Leiden. Samen met zijn vrouw Ria woont hij nu in een rustige buurt in Leiderdorp. Het staat in schril contrast met de plek waar hij 83 jaar geleden werd geboren: de Haarlemmerstraat in Leiden, waar zijn vader een slagerij had. Een paar jaar later verhuisde het gezin met de slagerij naar de Janvossensteeg. „Eerst op nummer 55, later nummer 52, waar mijn zoon nu nog steeds de slagerij heeft.”

Hutspot

Op 3 oktober hield zijn vader de zaak open tot 12 uur. Zijn moeder maakte een waskit vol hutspot en zijn vader speelde die dag klarinet bij Concordia. „Er kwamen allemaal muzikanten langs om hutspot te eten, steeds stond er weer iemand te wachten. Het ging aan de lopende band door, heel erg leuk. Later die dag gingen we met z’n vijven, ons eigen gezin, feestvieren.”

Ger met zijn ouders in de slagerij in de Janvossensteeg.© Eigen foto

Op het pluchen kleed dat op tafel ligt, ligt een stapel fotoalbums. Filippo bladert erdoorheen. Alles heeft hij bewaard en ingeplakt: oude advertenties van zijn slagerij, foto’s, bonnen, een geboorteakte. Zijn ogen glinsteren. „Dit was de winkel in de Janvossensteeg”, zegt hij en wijst naar een zwart-witfoto.

Slachtdiploma

Filippo zat van zijn dertiende tot tachtigste in het slagersvak. Om 6.30 uur riep zijn moeder hem uit bed. „Joh Ger, kom-ie! Opstaan”, doet hij zijn moeder na. Na een kopje thee en een beschuitje ging hij beneden in de zaak kijken. De eerste jaren bracht hij vooral bestellingen weg in Leiden en omliggende dorpen. „Ik heb Leiden heel goed leren kennen.”

Hij was 19 toen hij examen deed op de slagersvakschool en zijn slachtdiploma haalde. „Examinatoren keken toe hoe je een koe slachtte, of je de handeling wel goed deed. Je deed het hele ritueel. Onthuiden, kop eraf halen, alles.”

Koeien kopen

Iedere maandag stond Ger om 4.00 uur naast zijn bed. Samen met zijn vader vertrok hij naar Rotterdam om koeien te kopen. „De koeien werden in een vrachtauto naar het slachthuis aan de Maresingel in Leiden (waar nu Steakhouse Terroir zit, red.) getransporteerd.” Het slachten deden ze daar meestal zelf. „Met een emmer, mesje, hakmes en doek gingen we naar het slachthuis. De vleesvervoerder bracht de koe na het slachten in stukken naar de slagerij.”

Ook op de veemarkt in Leiden kwam hij wel eens. „Die liep van de Lammermarkt tot de Beestenmarkt”, zegt Filippo en hij tekent een plattegrond. „Hier werd het vee in boten aangevoerd en hier liepen schapen”, wijst hij. „Er is nu niks meer van over.”

Balavond

Ger was een jaar of achttien toen hij zijn toekomstige vrouw ontmoette. Het was een mooie herfstavond en Ria had met de zus van Ger afgesproken om naar een balavond van hun dansschool Alphenaar te gaan. „Als je met genoeg mensen was, kon je een tafeltje huren”, zegt Ria. „Ik stond in de Janvossensteeg met zijn zusje te praten toen er een knul uit het huis kwam en een papieren roos achter mijn koplamp stopte.” Het was Ger. „Ik vond d’r aardig”, verklaart hij droog. Met een groepje liepen ze naar de Stadsgehoorzaal waar Ger en Ria die avond met elkaar dansten. Een tweede afspraak volgde: een bezoekje aan de Leidse huishoudbeurs Leidato. Al snel hadden ze verkering en vijf jaar later, in 1959, trouwden ze.

De verloving van Ria en Ger in 1956.© Eigen foto

Op de bovenverdieping bij zijn schoonouders op de Trompstraat kregen ze twee zoons. Een paar jaar later verhuisden ze naar een flatje in de Lingestraat waar Ria beviel van een dochter. „Een nakomertje, er zat tien jaar tussen”, zegt Ria. „Ze was niet gepland.” De pil gebruikte Ria niet. „Die kwam later pas. We gebruikten een condoom, maar er kon ook wel eens wat misgaan.”

Nakomertje of niet, de dochter was meer dan welkom. „We waren er heel erg blij mee. Mijn moeder ook, ik heb samen met haar staan dansen op de zolderkamer”, zegt Ger.

Kattenkwaad

Hij bladert verder door de dikke albums. Zijn oude schoolrapport komt voorbij, schooljaar 1943/1944. „Deze vakjes zijn helemaal leeg. Ik was maanden niet naar school geweest, omdat die bezet was door de Duitsers.” Wat hij in die tijd als 10-jarig jongetje uitspookte? „We waren een beetje vrijbuiters. We haalden kattenkwaad uit.” Op straat reden bijna geen auto’s, zo af en toe reed een paardenwagen met Russische krijgsgevangen voorbij. „We trokken belletje op de Oude Rijn. Als er in de winter ijs lag, pakten we een grote schots ijs uit de gracht. Die legden we schuin tegen een deur aan en vervolgens belden we aan. Als ze dan van bovenaf de deur open deden, kletste het ijs naar binnen en viel stuk op de marmeren vloer.”

En voetballen. Dat deden ze ook. Met een papieren bal met elastiek eromheen, of met een bledder. „Mijn vader droogde een runderblaas en pompte die met een fietspomp op. Die bond je goed dicht en vervolgens kon je ermee voetballen, al knalde je hem wel snel lek.”

Aanmelden voor dit project (zowel voor interviewers als respondenten): destemvanleiden@oudleiden.nl

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.