Leidse patiënte dupe van ’rommelige patiëntenzorg LUMC’

Van der Swart: ,,De specialisten zijn wel goed, maar de zorg daar omheen - de administratie, de organisatie, het personeel - daar gaat zoveel mis."

Van der Swart: ,,De specialisten zijn wel goed, maar de zorg daar omheen - de administratie, de organisatie, het personeel - daar gaat zoveel mis."© Hielco Kuipers

Wilfred Simonsw.simons@hollandmediacombinatie.nl
Leiden

Wanneer het precies begon, kan Anja van der Swart zich niet precies herinneren, maar een aantal jaar geleden meldde ze zich radeloos bij haar huisarts Ton Hammerstein - ze voelde zich gejaagd, deed ’s nachts geen oog dicht. Ze voelde zich een menselijk wrak.

Na een oriënterend onderzoek vond Hammerstein ook dat het er niet goed uitzag. Uiteindelijk belandde zij bij de afdeling Interne Geneeskunde van het LUMC, waar internist Ingrid Jazet vaststelde dat zij een te snel werkende schildklier had, bekend als de Ziekte van Graves.

Aanvankelijk kon de ziekte met pillen nog worden onderdrukt, maar afgelopen zomer bleek een operatie onvermijdelijk. De schildklier moest eruit.

Terwijl dit allemaal speelde, begon Van der Swart zich zorgen te maken over haar hart. ,,Het was net of er een betonblok op mijn borst lag.’’

Ook hiervoor moest zij afgelopen zomer naar het LUMC, deze keer was het cardioloog Arthur Scholte van de afdeling Cardiologie die haar binnenstebuiten keerde. Ze bleek een vernauwing van de hartkransslagader te hebben. Voordat ze geopereerd kon worden aan haar schildklier, moest zij eerst worden gedotterd en kreeg ze een stent.

Specialisten

Opeens had Van der Swart meerdere specialisten die zich over haar ontfermden: Jazet, Scholte en later kwam daar chirurg Abbey Schepers nog bij. Over de artsen niets dan lof: fijne mensen, vindt Van der Swart, die de tijd nemen, die goed luisteren en die haar klachten nauwgezet onderzochten.

Daarna begon het gehannes met afspraken. De afdeling Cardiologie plande een ingreep voor 23 oktober, Interne Geneeskunde wilde haar op 29 oktober opereren. ,,Dat is toch veel te snel op elkaar? Dan werken die afdelingen toch langs elkaar heen? Ik vind dat slordig. Dus ik bellen. Nou ja - dat vonden ze zelf ook niet handig.’’ De afspraak voor haar schildklieroperatie werd verplaatst naar 26 november.

24-uursbewaking

Na de hartoperatie werd Van der Swart voor een 24-uursbewaking per ambulance overgebracht naar het Alrijne Ziekenhuis (Diaconessenhuis). ,,Daar wist ik van tevoren niets van.’’ Ze wilde na haar ingreep graag door de ziekenhuisgang wandelen en had daarom de ingreep via de pols laten doen. De verpleging van het Alrijne Ziekenhuis was niet van die afspraak van de hoogte en vond dat zij onder geen beding het bed mocht verlaten.

,,Ik werd aan een vaste monitor gelegd en was dus niet mobiel. Een paar uur later werd ik losgekoppeld van de monitor. Ik lag achter een gordijn, dus als er iets was gebeurd, had niemand het gemerkt. Gek genoeg mocht ik diezelfde vrijdagavond om 21 uur opeens naar huis. Ik was zó verbaasd, dat ik daar erg om moest lachen.’’ Vervolgafspraken waren niet gemaakt.

Blunder

De volgende maandagmorgen belde Van der Swart huisarts Hammerstein, die niets van de operatie bleek te weten. ,,Hij vroeg mij welke medicijnen het LUMC mij had meegegeven. Heb je dit gekregen, heb je dat gekregen? Nee, ik had alleen Clopidogrel. Hij heeft me toen Acetylsal en cholesterolverlagende middelen voorgeschreven. Het was een blunder, die de huisarts gelukkig bijtijds heeft opgemerkt.’’

Een dikke maand later meldde Van der Swart zich opnieuw bij het LUMC, deze keer voor een schildklierverwijdering door chirurg Abbey Schepers. De operatie verliep goed, maar nu was het de zaalarts die haar tot wanhoop dreef. ,,Ik moest bloedverdunners slikken voor mijn hart, maar de zaalarts zette dat stop. Het was niet volgens protocol, zei zij. Ik antwoordde: ’Maar ik ben niet van het protocol!’ Ik had van tevoren met dokter Schepers afgesproken dat ik die pillen kon blijven slikken. Het ergste vond ik nog dat je daarover moet discussiëren terwijl je aan het bijkomen bent van je operatie.’’

Patiëntenzorg LUMC

Al met al is Van der Swart blij dat alles goed is gekomen. Ze is opgelucht dat ze weer thuis is, in haar vertrouwde buurtje in de Stevenshof. Toch kijkt ze verontwaardigd terug op de hele episode. ,,De specialisten zijn wel goed, maar de zorg daar omheen - de administratie, de organisatie, het personeel - daar gaat zoveel mis.’’ Het LUMC, is haar oordeel, steekt wel veel energie in het begeleiden van jonge artsen en onderzoekers, ’maar de patiëntenzorg is het sluitstuk’.

Voor dit artikel is het LUMC uiteraard om wederhoor gevraagd. Woordvoerder Niels Pols stuurde een schriftelijke reactie (zie kader hieronder). De zinssnede dat ook de ’oplettendheid van de patiënt waardevol is’, steekt Van der Swart. ,,Van mensen in mijn generatie kan oplettendheid en eventueel tegenspraak wel worden verwacht, maar denk eens aan 70-plussers. Zij twijfelen niet aan het oordeel van een arts.’’

Schadevergoeding

De Leidse heeft wel met chirurg Schepers nagekaart over de in haar ogen slechte patiëntenzorg bij het LUMC. ,,Ik ben niks bijzonders. Als ze met mij zo omgaan, gaan ze met iedereen zo om.’’ Van der Swart hoeft geen schadevergoeding en neemt geen advocaat in de arm. Ze wil alleen dat het LUMC de interne organisatie op orde brengt, een eind maakt aan het gehannes met de administratie en dat het ziekenhuis patiëntenzorg serieus neemt.

Die boodschap wil ze vertellen aan een bestuurder van het LUMC, maar het ziekenhuis stelt zich formeel op. Het wil een dossier opbouwen van de klacht en de gang van zaken. Het indienen van klachten moet schriftelijk, via het Patiënten Service Bureau. Van der Swart heeft er geen goed woord voor over. ,,Een patiënt moet rustig kunnen herstellen. Hij of zij zit er niet op te wachten om nog eens alles op papier te zetten.’’

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.