Column Har’s glimlach: Longontsteking

Oud-huisarts Har Meijer

Oud-huisarts Har Meijer© Archief

Har Meijer

Ik heb koorts, ben vroeg naar bed gegaan. Ik hoest de longen uit mijn lijf en geef groen sputum op. Denk natuurlijk direct aan het ergste. Heb gisterenavond laat op de TV de enorme menigte voor het huis van burgemeester Van der Laan gezien. Hij is zo ziek, kan niet eens meer voor het raam verschijnen. Zijn ziekte is toch ook met hoesten begonnen? Maar hij heeft gerookt, ik niet.

De volgende dag op consult bij de longarts. Ze klopt en luistert, denkt aan een longontsteking. Toch maar een foto van de longen maken. De wachtkamer zit stampvol grauwe gezichten, droge hoesters met bruin geroosterde vingers. Ik word niet vrolijk van hun gesprekken. Nog een jaar, een half jaar, einde verhaal.

Omdat ik wat gebogen loop, heb ik moeite mijn borst tegen het scherm voor de foto te krijgen. Even later hoor ik bij de longarts dat er een grote ontsteking in de linker bovenkwab van de long zit. Waar heb ik dit opgelopen? Ze is jong en heeft gevoel voor humor. ,,Gewoon de oude dag, mijnheer. Hier een kuurtje antibioticum en volgende week terug.”

Ik sta buiten, fiets in ademnood naar huis. Na een paar dagen klaart het wat op. Ik wil naar de intocht van de Geuzen en de inschrijving van haring en wittebrood in de Waag. Het is en blijft mijn troetelkind. Boisot brengt het brood de stad binnen en locoburgemeester Robert Strijk toont zich achter het kanon een ware schutter. Moet hoesten van de kruitdamp.

Op weg naar huis een biertje in de zon op een terrasje aan de Mare. In de hoek een groep jonge mannen die het roken tot kunst hebben verheven. Longkanker, slokdarmkanker, blaaskanker; moet ik hier de slimmerik gaan uithangen? Ik ga zitten op een bankje, krijg het eerste biertje. De zon begint langzaam te zakken. Zie in gedachten die rokende burgemeester weer voor mij. Zijn die kerels naast mij getikt? Ik ken hun filosofie: Je moet toch ergens aan dood gaan. Daar is wat voor te zeggen. Ik neem een tweede biertje.

Naast mij op de bank gaat een mijnheer zitten, strak in het pak, kaalgeschoren hoofd, Rolex nonchalant om de pols. Hij pakt een zilveren sigarettenkoker uit zijn zak. Laptop open, vliegende vingers over het scherm, sigaretje tussen zijn lippen, rook in mijn gezicht. Een echte hoestbui.

Een dame en een heer voor mij draaien zich om en vragen of dat roken echt moet. ,,Er staat hier nergens dat je buiten niet mag roken en overal staan asbakken op de tafels.’’ Het echtpaar stapt op. Hij kijkt mij aan met een blik van: Nou jij nog. Hij neemt weer een trekje. Blaast hij nou de rook expres in mijn gezicht? Weer die gedachte aan de burgemeester en die grauwe koppies en die geroosterde vingers in de wachtkamer. Ik moet weer hoesten. ,,Gaat het mijnheer?” Moet ik nou heibel gaan maken? Dan maak ik me volstrekt belachelijk op een vol terras.

Ik ben pisnijdig en reken af. Als ik langs hem loop, steekt hij een nieuwe sigaret op. ,,Prettige avond mijnheer.” Een heel naar woord dreigt tussen mijn lippen te ontsnappen. Op de fiets kom ik moeizaam vooruit. Snapt u het nog? Zijn we collectief blind en gek geworden? Miljoenen kunnen we in de gezondheidszorg besparen als we maar maatregelen durven nemen.

Doe wat, nieuw kabinet!

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.