LUMC: poepdonoren zijn welkom!

De artsonderzoekers Ed Kuijper en Liz Terveer in het laboratorium: ,,Donoren uit de Leidse regio kunnen snel in het LUMC zijn.’’© Foto Taco van der Eb

Marieta Kroft
Leiden

Woont u in de Leidse regio, bent u gezond en niet ouder dan 50 jaar? Dan bent u mogelijk zeer waardevol voor mensen met een steeds terugkerende chronische diarree als gevolg van de bacterie Clostridium difficille. U hoeft alleen maar uw poep op te vangen en binnen twee uur af te geven bij de poepbank van het LUMC in Leiden. Met uw ontlasting zijn patiënten binnen twee uur na de toediening van hun klachten af.

Met de opening van Nederlands eerste poepbank, beleefde het LUMC in februari een stormachtig begin. De hele Nederlandse pers pakte het nieuws op, met als gevolg dat zich wel 239 poepdonoren meldden. Inmiddels zijn er nog maar drie van over.

„Het is voor nu genoeg om aan de vraag te kunnen voldoen”, vertellen de arts-microbiologen professor Ed Kuijper en Liz Terveer die tevens coördinator is van de poepbank. „Maar we verwachten dat de vraag snel gaat stijgen omdat de therapie steeds bekender wordt onder artsen. Bovendien komen er steeds meer ouderen en daarmee ook meer patiënten met chronische diarree. Wij zijn dus heel blij met nieuwe aanmeldingen.”

Vooral donoren uit de Leidse regio zijn meer dan welkom, stellen de twee op deze namiddag in het kantoor van Kuijper. „Ze moeten niet te ver weg wonen, want de feces moeten binnen twee uur op het laboratorium zijn.”

De selectie is streng en dat verklaart waarom nog maar drie mensen hun ontlasting doneren. „Wie zich aanmeldt, krijgt eerst een vragenlijst”, legt Terveer uit. „Dan valt al negentig procent af. Bijvoorbeeld omdat ze ouder zijn dan 50 jaar. We hebben die leeftijdsgrens omdat het risico dat je bepaalde ziektes bij je draagt na je vijftigste jaar groter wordt.”

Behoort de donor tot de tien procent die door mag, dan volgt er een gesprek en worden bloed en de ontlasting gescreend op de meest voorkomende ziekteverwekkers. „In de praktijk komt het erop neer dat 30 procent van de gescreende kandidaten zijn feces mag doneren.”

Bij de selectie wordt niet gekeken naar de seksuele geaardheid van een kandidaat. „Homo- of hetero daar maken we geen onderscheid in”, zegt Terveer. „We kijken wel of iemand veel wisselende contacten heeft, omdat dat het risico op het bij zich dragen van ziekteverwekkers vergroot.”

Is het niet het eenvoudigst om onder de eigen medewerkers van het LUMC te vragen hun ontlasting te doneren? Ze zijn er immers toch al? Zo simpel ligt het niet, aldus Terveer. „We willen liever geen donoren die met patiënten werken. Want ook bij deze groep is de kans groter dat ze zelf ziekteverwekkende bacteriën bij zich dragen. Wel zien we dat medewerkers als koerier dienen voor de ontlasting van bijvoorbeeld hun partner.”

Van de 239 aanmeldingen begin dit jaar bleven er acht over die hun poep doneerden. Later vielen er nog vijf af. De donoren beschikken over een ’ontlastingopvanger’ die ze thuis op hun toiletbril aanbrengen. Om het contact met zuurstof zo kort mogelijk te laten zijn, snelt de donor vervolgens naar het laboratorium van het LUMC. Daar gaat er meteen steriel water bij, wordt het gemengd, gemalen en gezeefd om de tomatenvliesjes en de pijnboompitten - bij wijze van spreken - eruit te halen.

Terveer: „Over blijft een soort chocolademelk die we bij 80 graden onder nul bewaren. Het komt de vriezer weer uit als een patiënt zich aandient. Hij krijgt het spul via de neussonde in de 12-vingerige darm toegediend.”

Verbluffend

Na de opening van de poepbank in februari, volgde op 12 mei een nieuw hoogtepunt in het LUMC: de eerste patiënt met chronische diarree als gevolg van de darminfectie Clostridium difficile kreeg via de poep van een donor gezonde darmbacteriën toegediend. Wat je ziet na een donatie is verbluffend, zo bleek ook al in 2013, toen de therapie nog in een onderzoeksfase verkeerde. Terveer: „De patiënt is binnen enkele uren van zijn diarree af. Daarvóór zat hij vastgekluisterd aan huis vanwege zijn diarree.”

Inmiddels zijn er al circa twintig mensen behandeld, verdeeld over twaalf ziekenhuizen in Nederland. Alle ziekenhuizen maken gebruik van de Nederlandse Donor Feces Bank (NDFB) van het Leidse universiteitsziekenhuis.

Dankbaar

Een donatie is door het snelle effect dankbaar werk voor de behandelaars. De vraag is waarom ze ’de chocolademelk’ pas toedienen als een patiënt al een hele poos aan het tobben is met zijn darminfectie. Waarom wordt de antibiotica, die veel nadelen heeft, niet veel eerder aan de kant geschoven? Baat het niet, dan schaadt het toch niet? Professor Kuijper kijkt nu bedenkelijk. „Baat het niet, dan schaadt het niet? Dat weten we nog niet goed. Het effect bij patiënten met Clostridium difficile was in 2013 onomstotelijk bewezen. Maar wat zijn de effecten op de langere termijn? Daar is nog veel meer onderzoek voor nodig. Wat als later blijkt dat de donor darmkanker heeft, of het stofje dat de gekke-koeienziekte veroorzaakt bij zich draagt? We bewaren alle gegevens van een donor en een patiënt voor wetenschappelijk onderzoek.”

Dat nog maar twintig mensen tot nu toe dank zij de poepdonatie van hun chronische diarree af zijn, heeft meer redenen, aldus arts-microbioloog Kuijper. „Een patiënt probeert eerst met een pilletje van zijn diarree af te komen. Pas als niets meer helpt, zoekt hij de oplossing in een fecestransplantatie. Zo’n transplantatie via een sonde is natuurlijk best ingrijpend. Een patiënt moet bovendien vaak ook wennen aan het idee.”

3000 mensen

De toediening van de poepoplossing wordt tot nu toe alleen toegepast bij patiënten met de darminfectie door Clostridium difficile. Jaarlijks hebben zo’n 3000 mensen ermee te maken.

Meestal ontstaat de diarree na een behandeling met antibiotica. Bij ongeveer vijf procent van deze mensen komt de infectie meer dan één keer terug. Voor deze groep is de fecestransplantatie de uitkomst.

De Nederlandse Donor Feces Bank (NDFB) van het LUMC is een resultaat van een samenwerking met het AMC, VUMC, MCH-Bronovo, het Havenziekenhuis en de Universiteit van Wageningen. De partners vormen met elkaar het Nationaal Team Fecestransplantatie, dat elke twee weken bijeen komt.

Voor de arts-onderzoekers Ed Kuijper en Liz Terveer van het LUMC was de oprichting, begin februari, samen met professor Hein Verspaget van het LUMC en Josbert Keller van het Haagse Bronovoziekenhuis een hoogtepunt. Wereldwijd zijn er een paar van deze banken in Amerika, twee in Engeland, een in Oostenrijk en in Frankrijk.

De bank biedt niet alleen snelle hulp voor patiënten met chronische diarreeklachten. Ook kan de feces-bank van nut zijn bij aanvullend wetenschappelijk onderzoek. Er is nog veel onderzoek nodig, bijvoorbeeld naar de effecten van poeptransplantatie op andere darmziektes zoals de Ziekte van Crohn of Colitus ulcerosa. Ook is het interessant om te onderzoeken of de belastende fecesdonatie kan worden vervangen door een simpele pil. Tot 2018 is er nog subsidie van de Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie.

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.