Taal, identiteit en leescultuur in Marokko

Taal, identiteit en leescultuur in Marokko
© Publiciteitsfoto
Leiden

’Een boek schrijven in de Darija was een militante onderneming,’ aldus de Marokkaanse schrijver Youssouf Amine Elalamy, die op 17 mei 2017 in het NIMAR (Nederlands Instituut Marokko) deelnam aan een paneldiscussie. Het publiek bestond onder andere uit tien Leidse studenten van de opleiding Franse taal en cultuur, die met een beurs veldonderzoek deden naar het taalbeleid in Marokko. Voor hun onderzoek bezochten ze onder andere culturele en diplomatieke instituten te Rabat en Casablanca. Ook volgden ze lezingen aan het NIMAR. Tijdens hun verblijf kregen ze veel mee van de meertaligheid in Marokko, waar in totaal vier talen het meest worden gebruikt: de Darija (het Marokkaans-Arabisch), het klassieke Arabisch, het Berbers en het Frans.

Uit de uitspraak van Elalamy blijkt dat niet alle talen dezelfde status hebben in het land. In 2005 besloot hij het boek Tqarqib Ennab (Geklets) uit te brengen, dat hij volledig in de Darija geschreven heeft. Hoewel de Darija de meest gebruikte taal van Marokko is, wordt hij zelden gebruikt voor literaire producties. Volgens Elalamy reageerde dan ook niet iedereen even positief op het feit dat hij dit patroon wilde doorbreken.

Weinig risico

Het publiceren van een gewaagde literaire productie in Marokko heeft echter weinig risico’s, aldus een Marokkaanse uitgever. Zowel onder het oude als het nieuwe regime worden alle werken gepubliceerd. Het ergste wat kan gebeuren, is dat het boek uit de schappen wordt gehaald als het beschouwd wordt als oneerbiedig ten opzichte van politieke en religieuze autoriteiten van het land.

Uitgeverijen kampen vooral met lage verkoopcijfers. Zij trachten hun boeken op het programma van middelbare scholen te zetten, zodat ze populair worden onder jongeren en zo hun weg vinden naar de volgende generaties. Het stimuleren van de leescultuur binnen alle bevolkingsgroepen gaat echter niet gemakkelijk; zo wordt er gemiddeld slechts twee minuten per dag gelezen in Marokko (in vergelijking met Nederland zijn dit ongeveer veertig minuten per dag). De Berberse schrijver Mohamed Nedali, die behalve schrijver ook dertig jaar lang docent Frans is geweest, beaamt dat zijn leerlingen nooit zijn boeken hebben gelezen.

Taal en identiteit

Volgens Nedali, die in het Frans schrijft, is dit te wijten is aan de deplorabele staat van de kennis van de Franse taal onder zijn leerlingen. Ook de schrijver Elalamy koppelt het feit dat er weinig wordt gelezen aan de taal. Hij legt uit dat de meeste van zijn werken niet populair zijn onder jongeren. Toen hij echter Tqarqib Ennab op een Marokkaanse middelbare school in zijn stad van herkomst presenteerde, gebeurde iets onverwachts: na afloop van zijn presentatie stonden de leerlingen in de rij voor zijn boek.

Alle zestig exemplaren van Tqarqib Ennab werden mee naar huis genomen en er moesten extra exemplaren worden nageleverd. Ook werd Tqarqib Ennab veelvuldig omgezet tot straattoneel. Zo leverde het boek, waar hij geen auteursrechten voor had aangevraagd, hem uiteindelijk het meest op van al zijn literaire producties.

Uit de manier waarop dit boek is ontvangen, valt op te maken dat er een grote behoefte is aan leesmateriaal in de Darija. Voor ruim twee derde van de Marokkanen is dit immers de moedertaal en het is daarmee een belangrijk onderdeel van hun identiteit. Elalamy voegt daaraan toe dat hij zich verheugt op de dag waarop de Marokkanen zullen inzien dat de Darija een taal is met veel stilistische nuances, die niet enkel als spreektaal, maar ook als schrijftaal voor culturele producties kan dienen.

Meer nieuws uit Leiden

Keuze van de redactie