Applaus

Har Meijer

Veld 6 van RCL is vandaag een juweeltje. Mistig bedauwd, kort gemaaid, lelieblank gekrijt. Vanwaar deze lofzang? Omdat twee teams van jonge goden langzaam het veld op kuieren. Opvallend zijn hun slungelachtige benen die in de vakantie alleen maar langer zijn geworden. Hier en daar verschijnt een donzig snorretje op de bovenlip.

Vandaag wordt hier de topper tussen de C5 van ASC en RCL gespeeld. Tot het elitekorps van hun club zullen ze het nooit schoppen, maar wat zijn het goede vrienden van elkaar. Warm lopen en inschieten is er niet bij, gezellig keuvelend zoekt iedereen zijn plekkie op het veld. Een hippe scheids, haar in een staartje in de nek, blaast de aftrap. Geen verzorgd voetbal maar lange halen naar voren onder het motto: God zegene de greep.

Max, laatste man van ASC vindt dat hij te weinig te doen krijgt. Met de bal aan de voet stoomt hij op. Gracieus passeert hij een jonge blonde adonis, vervolgens legt hij een lange slungel in de luren, waarna een kleine pitbull op zijn pad komt. Hij taxeert de kleine man en ziet uit zijn ooghoeken dat de keeper te ver voor zijn doel staat.

Hij haalt vol uit. Gelijk met de bal klieft een noodkreet door de ijle lucht. Max ligt op de grond, kronkelt van de pijn en grijpt naar zijn lies. Zijn vingers graven zich vast in de grasmat. Op zijn bezwete gezicht overal grassprieten.

Zijn vader tilt hem op en draagt hem achter het doel. Een leger belangstellenden verzamelt zich rondom hem. Het zijn allen medisch hooggeschoolden. Een KNO-arts, een fysiotherapeut, een bloedmooie verpleegster en een huisarts in ruste. De meningen over de lies zijn wel heel divers. Een afgescheurde spier van het bekken, een scheur in het peesblad, zelfs een luxatie van het bovenbeen worden geopperd.

Ondertussen gilt Max nog steeds van de pijn. We komen eruit, 112 wordt gebeld. Tien minuten later draait de ambulance, via een speciale route veld 6 op. Iedereen is onder de indruk. De wagen wordt naast Max geparkeerd. De ambulancebroeders stappen uit. Een van hen is Anandi, dochter van een bevriende huisarts. Wat zou pa trots geweest zijn als hij zijn dochter hier aan het werk had gezien. Ze knielt naast Max in het natte gras. De medische stand houdt wijselijk haar mond. Anandi praat zacht met het ventje, die nog altijd krimpt van de pijn. ,,Ik ga je in slaap brengen, heb je geen pijn meer. Je kan wel een beetje angstige dromen krijgen.”

Feilloos prikt ze de vleugelnaald in het bloedvat, haar collega spuit het slaapmiddeltje in. Onze held valt in een diepe slaap. Op het veld zitten de spelers van ASC en RCL in twee halve cirkels naast elkaar. Bedrukte puberkoppies, hier en daar een verborgen traantje. De brancard wordt uit de auto gehaald en met uiterste precisie wordt Max er op gelegd. En dan gebeurt het. Als de brancard in de auto wordt geschoven beginnen alle spelers spontaan te klappen. Ik zie Anandi en haar jonge collega genieten. De deuren klappen dicht. Als de auto gaat rijden zwelt het applaus aan. De chauffeur heeft het begrepen en maakt een ereronde over het veld. Dan verdwijnt de auto door het hek. De scheids blaast op zijn fluitje.

Inderdaad was er een spiertje bij het bekken gescheurd. Dat wordt voor Max twee maanden vlaggen.

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.