Promovendus is vaak depressief

Wilfred Simons
Leiden

Bijna 40 procent van de Leidse promovendi lopen een grote kans om ernstige mentale problemen te ontwikkelen. Onderzoekers Inge van der Weijden en Ingeborg Meijer van het Leidse Centrum voor Wetenschaps- en Technologie Studies (CWTS) concluderen dit na een enquête onder 250 Leidse promovendi.

De promovendi kampen met een gevoel van constante druk, voelen zich bovengemiddeld vaak ongelukkig of depressief, slapen slecht en kunnen zich moeilijk concentrateren. Vooral jonge en buitenlandse promovendi hebben hier last van.

De onderzoeksters van het CWTS hielden de enquête in december 2016, toen de universiteit 767 promovendi in dienst had. Een respons van 250 geldt als betrouwbaar.

De uitkomsten verbazen Van der Weijden en Meijer niet. Uit vergelijkbare onderzoeken aan Vlaamse universiteiten en aan de Universiteit van Amsterdam blijkt dat de promovendi ook daar een grotere kans hebben op depressieve klachten, druk en het gevoel ’moeilijkheden niet de baas te kunnen’. Deze klachten, zeggen ze, komen waarschijnlijk aan alle Nederlandse universiteiten voor.

De problemen onder de promovendi tonen volgens de onderzoekers dat ’het hele academische systeem’ onder druk staat. ,,Universiteiten zijn voor hun onderzoek in toenemende mate afhankelijk geworden van promovendi. Ze eisen veel van hen, maar de manier waarop ze worden begeleid, is nog erg traditioneel.’’ Promovendi werken vaak in onderzoeksinstituten, met aan het hoofd een wetenschappelijke directeur die alles moet doen: van onderzoeksbegeleiding tot personeelsbeleid. Promoveren, wordt vaak gezegd, is topsport. ,,Maar echte topsporters hebben een heel team om zich heen, van artsen en masseurs tot psychologen en mecaniciens.’’ Dat is in de academische wereld niet zo. Hooguit kunnen promovendi aankloppen bij een psycholoog of een vertrouwenspersoon.

Universiteitsraadslid Charlotte de Roon van de promovendipartij PhDoc, zelf promovendus, zegt in een reactie dat de universiteit al veel doet voor promovendi. Het CWTS-onderzoek naar hun welzijn ziet zij als een voorbeeld daarvan. ,,De universiteit houdt het probleem niet onder de pet.’’

Zowel De Roon als Van der Weijden en Meijer vragen zich af of de samenleving onderhand niet te veel van de universiteiten eist. Werkdruk, gepaard aan de druk om een bijdrage te leveren aan de kenniseconomie, jaagt iedereen op. Het rapport is een ’opname van de thermometer’, zeggen zij. De conclusie? ,,De universiteit heeft koorts’’, zegt Van der Weijden. ,,Of op z’n minst een stevige verhoging.’’

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.