Moeke en Riekie serveerden 'verfrisschende’ koffie om 4 uur

Moeke en Riekie in hun koffiehuis aan het Vrouwenkerkhof. Publiciteitsfoto

Moeke en Riekie in hun koffiehuis aan het Vrouwenkerkhof. Publiciteitsfoto

Kaatje Vos en Riekie Nieuwenhuis, van 'Het studenten theesalon'. Publiciteitsfoto

Kaatje Vos en Riekie Nieuwenhuis, van 'Het studenten theesalon'. Publiciteitsfoto

'Het studenten theesalon' aan het Vrouwenkerkhof in Leiden. Publiciteitsfoto

'Het studenten theesalon' aan het Vrouwenkerkhof in Leiden. Publiciteitsfoto

1 / 3
Wilfred Simons
Leiden

Zouden ze er nog zijn, de vaak stokoude werksters die stoffen, poetsen en moederen in corporale Leidse jongenshuizen? Biechtmoeder, politievrouw, verpleegster - de band tussen zulke poetsvrouwen en ’haar’ studenten is vaak zo hecht, dat ze tot ver na hun pensioen doorgaan met stofzuigen, opruimen en opvoeden. Ze waren - en zijn vast nog wel - het stralende middelpunt van menige huisreünie.

Eeuwenlang verdienden vooral vrouwen bij in de bediening van Leidse studenten. Het standsverschil en de afhankelijkheid is naar onze maatstaven pijnlijk, maar de band tussen de studenten en hun verzorgsters kon hecht zijn.

Oud-directeur van het Westfries Museum en historicus Ruud Spruit (73) brengt in zijn nieuwe boekje ’Leiden, stad van m’n leven’ een paar van die vrouwen in herinnering. Mie van den Dop bijvoorbeeld, ’Appele Mie’, die vijftig jaar lang met appelen en ander fruit langs de tafeltjes van sociëteit Minerva liep. Daarmee was ze begonnen nadat studenten haar als 12-jarig meisje hadden beschermd tegen de politie. ,,De studenten mochten haar wel’’, schrijft Spruit. ,,Ook toen Mie oud was en krom liep met een stok kwam ze, ondersteund door een kleindochter, nog dagelijks op de sociëteit. Bij haar vijftigjarig jubileum als appelenvrouw in 1895 werd Mie uitbundig gehuldigd door de studenten. Ze kreeg een bedrag in geld en een leunstoel.’’

Koffiehuis

Een ander voorbeeld van Leidse vrouwen die probeerden om wat te verdienen aan studenten waren Kaatje Vos en Riekie Nieuwenhuis, oftewel ’Moeke en Riekie’. Kaatje Vos begon in 1844 na haar huwelijk met kapper Hendrik Nieuwenhuis een water-en-vuurwinkeltje aan het Vrouwenkerkhof. Buurtbewoners konden hier vanaf 4 uur ’s ochtends kooltjes halen om de kachel aan te maken en heet water voor in de lampetkan of de wastobbe.

Na een paar jaar breidde ze haar winkel uit tot een thee- en koffiehuis, dat al snel populair werd bij studenten. Koffie was ’verfrisschend’ na een nacht in de kroeg. Als ze honger hadden, konden ze er een ei, een boterham of een handje pinda’s bij krijgen. Er ontstond kennelijk een band tussen Moeke en haar klanten, want Spuit noteert in ’Leiden, stad van mijn leven’ dat studenten ’er heen gingen omdat we haar mochten, omdat zij ons sympathiek geworden was’. ,,Sommige studenten waren er stamgast. Voor hen hing een gestopte pijp klaar in het pijpenrekje.’’ Na verloop van tijd nam dochter Riekie het werk in het koffiehuis van haar moeder over. Het koffiehuis bestond tot 1929.

Bordelen

Leidse meisjes bedienden de studenten ook op een bedenkelijker manier: als prostituee. In de 19de eeuw waren er vooral in De Camp druk bezochte bordelen, waar meestal twee of drie meisjes werkten. De syfilis waarde er rond. ,,Menig studentenleven werd verwoest door het oplopen van een ongeneeslijke geslachtsziekte’’, schrijft Spruit. In 1904 werden de bordelen verboden, maar dat betekende niet het einde van de prostitutie. ,,Studenten wisten andere wegen te vinden om hun lusten te botvieren.’’

Ruud Spruit, Leiden, Stad van m’n leven. Uitg. Onelinerbooks. Prijs €18,90. Het boek is alleen via internet te koop: www.onelinerbooks.nl

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.