Spelen met de zoon van een Leidse Jodenjager

Leiden

De verbazing bij sommige bewoners van de Buys Ballotstraat in Leiden is groot op 17 januari 1944. Buurman en rechercheur Willem de Groot is zojuist in Rijnsburg doodgeschoten toen hij samen met collega Adrianus Biesheuvel het joodse meisje Sara Philipson wilde oppakken.

Dat De Groot aan de ’foute kant’ stond, wist de buurt wel. Maar een grote Jodenjager? ,,Mensen zeiden tegen elkaar: ’Had jij dat nou van hem verwacht, die gruwelijke dingen?’,’’ zegt Albert Labordus (79) die als jongetje naast het gezin De Groot woonde.

Represailles

Labordus denkt dat zijn vader een paar dagen ondergedoken is geweest. ,,Ik kan me namelijk niet herinneren dat ik hem die dagen heb gezien. Represailles waren niet ondenkbaar, als je ziet wat in Putten is gebeurd.’’ Opvallend genoeg namen de Duitsers in Leiden geen wraak. Wellicht stelde dat vader Labordus gerust, want enige dagen later was hij weer thuis.

De huizen van de Buys Ballotstraat, gebouwd halverwege de jaren ’30 van de vorige eeuw, werden in de Tweede Wereldoorlog bewoond door onderwijzers, politiemannen en andere ambtenaren. De heer Schouten was bij een razzia opgepakt en voor tewerkstelling naar Duitsland gebracht. De enige auto in de straat behoorde aan de melkboer die hem nodig had voor zijn werk.

Labordus woonde op nummer 59. Zijn vader was hier een kruidenierszaak begonnen nadat Van Kempen & Begeer in Voorschoten hem vanwege de crisis als zilversmid had ontslagen. Aan de ene kant van het huis woonde het oude en kinderloze echtpaar Meijer dat met feestdagen als Oud en Nieuw bij hen over de vloer kwam. ,,Voor mij en mijn twee broers waren ze als een soort opa en oma,’’ zegt Labordus.

Aan de andere kant, op nummer 57, was de familie De Groot neergestreken: vader Willem, zijn Duitse bedlegerige vrouw Anna Becker, dochter Elly en de ongeveer drie jaar jongere zoon Wilhelmus Karl, die in het dagelijks leven Willy werd genoemd.

Omdat Albert en Willy niet alleen buurjongetjes waren maar ook van dezelfde leeftijd, was het niet meer dan logisch dat ze met elkaar omgingen. In de stoep voor de deur maakten ze een putje om te knikkeren, ze speelden met een houten tol en lieten met een stok een fietswiel rollen terwijl ze er zelf naast renden.

Zijn ouders hebben hem nooit verboden met Willy te spelen omdat diens vader NSB’er was, zegt Labordus. Hij veronderstelt dat hij bewust in het ongewisse is gelaten over de daadwerkelijke reputatie van Willem de Groot, om hem zo niet tegen de haren in te strijken. ,,Want hoe leg je uit dat ik niet meer met Willy mag spelen?’’

Albert blijft dus met Willy spelen en groet beleefd zijn buurman wanneer die bijvoorbeeld op zijn fiets stapt, op weg naar het Bureau van Politie aan de Zonneveldstraat. De Groot, volgens Labordus een vriendelijke, onopvallende man, groet op zijn beurt zijn buurjongen. Willy en zus Elly verblijven tijdens de oorlog ook lange tijd op een school in Duitsland.

Op de dag van de begrafenis staat de Buys Ballotstraat vol met mensen die de Hitlergroet brengen en voor het huis van de gedode Jodenjager een erehaag vormen. De gordijnen van de huizen zijn, zoals gebruikelijk voor een dode buur, dicht. Albert gluurt door een kier, maar zijn moeder zegt: ,,Ga weg bij het gordijn.’’

De beruchte rechercheur krijgt een plek op de rooms-katholieke begraafplaats Zijlpoort. Op uitdrukkelijk verzoek van zijn familie wordt hij zonder groots vertoon begraven. Van de ceremonie worden foto’s gemaakt die Elly later aan de jonge Albert laat zien. Labordus: ,,Mijn vader sprak direct na de begrafenis bij ons thuis met de broer van De Groot. Die vond het verschrikkelijk wat Willem gedaan had. Die kwam dus uit een goed nest. Daardoor leefde in de buurt het idee dat eigenlijk Willems vrouw de kwade genius was en hem aanzette tot zijn daden.’’

Misdadiger

Na de begrafenis zegt Albert tegen zijn buurjongen: ,,Wat erg dat je geen papa meer hebt.’’ Labordus: ,,Als kind wist ik niet wat De Groot gedaan had. Ik zag wel dat hij van zijn kinderen hield en zij van hem.’’ Inmiddels noemt Labordus zijn voormalige buurman ’een misdadiger’. ,,Hij heeft ontzettend veel levens kapotgemaakt, ook dat van zijn kinderen.’’

Hij heeft Elly op jonge leeftijd oud zien worden, vooral door de behandeling van haar moeder die hij ’bijna psychotisch’ noemt. ,,Ze gooide wel eens de bestekbak op de grond. Elly moest het dan weer op orde brengen. Vervolgens hoorden we door de muur heen ’schneller, schneller’. Dan had mijn moeder heel veel medelijden met Elly.’’

Willy en Albert onderhielden ook als tieners nog contact met elkaar, getuige een foto waar ze beiden op staan. Daarna verloor Albert zijn buurjongen uit het oog.

Anna de Groot stierf in 1955, Willy in 1984. Beiden zijn bij Willem de Groot begraven, op de begraafplaats bij de Zijlpoort in Leiden.

Zeventig jaar

Zeventig jaar na de bevrijding wijdt het Leidsch Dagblad een serie artikelen aan mensen die de Tweede Wereldoorlog in Leiden direct of indirect hebben meegemaakt. Dit verhaal maakt deel uit van die serie.

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.