Ineens zonder erg een badhuis op de camping

Bep het Medium

Bevlieging: zit ik ineens serieus te denken om een caravan te kopen omdat ik kamperen altijd zo leuk vond. Op de één of andere manier is behelpen best een uitdaging. Als kind hadden wij eerst een tent, later was er een mooie caravan op de camping van Duinrell. Was altijd leuk, elk weekend werd het huis verplaatst naar een kleiner huisje, waar wij veel buiten leefden.

Nog niet zo lang geleden hadden Ron, Doortje en ik óók een caravan, op een camping hier twintig minuten vandaan.

Op vrijdagavond tassen in de auto, boodschappen mee en weg waren we tot zondag. Als ik aankwam, zat de tuin vol mensen - medekampeerders - met de vraag ’waar blijf je dan?’

Tassen werden leeg gevreten en gedronken en rond middernacht zaten Ron en ik naar de Grote Beer in de sterrenlucht te staren, terwijl Doortje sliep in een piepklein kamertje in de wagen. Op zaterdag wederom naar de winkel, want op zaterdagavond zat de tuin op zeker vol.

Caravan luchten, sopdoek er doorheen, een wasje draaien in de muntwasmachine, straatje en tuin vegen en proberen bruin te worden. Eten maken, afwassen, elk moment een tuin vol visite… Toen viel bij mij het muntje: Waar ben ik mee bezig, was dit het?

Paniek bij het idee dat elke medekampeerder zich smakelijk in mijn tuin zat te verheugen over de zes volle weken schoolvakantie. Bingo-avonden, soundmixfeesten, vreemde wedstrijden, een soort van zeskampdingen. Beren maken van stro en kippengaas. Ik heb er eerlijk allemaal aan meegedaan.

Het tweede jaar kreeg ik een eigen douche. Had mijzelf namelijk beloofd dat ik nooit meer met teenslippers ging staan walgen in een natte douche om mijzelf te wassen. De douche in mijn wagen was een uitkomst voor velen. Stapels handdoeken, flessen vol gas, shampoo… Bep had zonder erg een badhuis.

Ik ben op een regenachtige dag naar huis gegaan. Mijn woonkamer was ineens heel groot en mijn badkamer alleen voor mijn gezin. Huilend heb ik tegen Ron gezegd: haal op de camping al onze kleding op. Ik ben nooit meer terug gegaan.

Hoezo overweeg ik eigenlijk om zo’n ding ooit weer te bezitten? Voor sommigen een geweldige sleurbak, voor mij een vreselijke treurbak. Laat die caravan maar zitten, ik weet ook niet wat ik dacht. Waarschijnlijk verveling. Heb ook leuke tijden gehad op de camping, weet er even niet zo snel één te noemen.

Nou, bijvoorbeeld het fotoboek: een gezellige tuin vol mensen waar ik helemaal niemand meer van zie, van sommigen is zelfs de naam mij ontschoten. Of mijn bingokaartje waarvan altijd het laatste nummertje niet in de bingobak zat, waarbij mijn bingovriendin Bingo riep.

Stiekem hoopte ik dat het een valse bingo was, maar uiteindelijk sleepten wij samen al haar prijzen naar haar wagen en ging ik met lege handen naar pad B.

Doe maar geen caravan meer, ik had elke dag gasten op de camping terwijl ik zelf absoluut geen campinggast ben.

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.