Column: Poep

Wilfred Simons

Het was afgelopen woensdag Nationale Poepdag. In de auto luisterde ik naar het programma Radio1 Vandaag. Presentator Lara Rense interviewde poepdeskundige Remco Kort van de Vrije Universiteit Amsterdam. Moet poep drijven of zinken?, vroeg ze.

’Drijven natuurlijk!’, zei ik tegen de radio, want ik had ’De mooie voedselmachine’ van Giulia Enders gelezen. ’Zinken’, zei Kort zonder aarzelen. Ik raakte ervan in de war. Hè?

Als poep in de toiletpot blijft drijven, is dat volgens Kort een aanwijzing dat er vet in zit, en dát kan weer een aanwijzing zijn dat er iets mankeert aan de werking van de gal of de pancreas.

Ik besloot thuis eerst op internet een kijkje te nemen op de ’poepwijzer’ van de Maag Lever Darm Stichting, maar behalve de prominent gebrachte tekst ’doneer nu’ bracht die geen uitkomst.

Ik pakte Enders erbij. Daar las ik over de ’Bristol-Stoelgangschaal’, die zeven types poep onderscheidt: van ’losse, stevige keutels’ tot ’waterig, geen vaste stukjes’. Type vier is ideaal: ’als een worst of slang, glad en zacht’. En deze poep ’zou niet meteen naar de bodem moeten zakken’, dr. Kort!

’Als je poep niet zo snel zinkt, zitten er luchtblaasjes in, waardoor hij zelfs nog even in het water kan zweven’. Dat komt door darmbacteriën, ’die meestal nuttig werk doen’, en dat is een goed teken.

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.