Elke omgekomen Katwijkse zeeman krijgt een gezicht

Willem van der Plas bij het monument voor de omgekomen zeelieden. Foto Hielco Kuipers

Dick van der Plas
Katwijk

Zeventig procent van de 273 namen van op zee gebleven Katwijkers op het monument komt uit zijn archief. Een deel ervan ligt op zijn eettafel, maar op zijn werkkamer is er meer: in totaal zo’n veertien ordners met gegevens verzamelde hij. ,,Ik heb onder meer alle Leidse kranten van de afgelopen honderd jaar doorgenomen en van alles wat ik kon gebruiken kopietjes gemaakt. Ja, ik ben een beetje een digibeet’’, zegt Willem van der Plas (69) verontschuldigend. Hij is ook de eerste die zijn monnikenwerk relativeert. Lachend: ,,Als je niet gestoord bent, doe je niks.’’

Sinds 1995 is hij bij zeker 150 nabestaanden op visite geweest om foto’s en gegevens te verzamelen. De geschiedenis van een schip dat is vergaan, de achtergronden van een ongeluk aan boord, het antwoord op de vraag wat er precies is gebeurd vanuit verschillende bronnen, aangevuld met genealogische gegevens.

Vermist

Eén van zijn belangrijke bronnen was het archief van de instantie die de uitbetaling aan de weduwen verzorgde: Draagt elkanders lasten. Maar ook de verslagen van de Raad voor de Scheepvaart waren nuttig. Net als de Burgerlijke Stand, kerkelijke boeken en - zoals gezegd - ook de kranten. ,,Officiële instanties zoals de Burgerlijke Stand geven lang niet altijd uitsluitsel. Als mensen worden vermist of hun lichaam is na een ramp nooit gevonden, dan worden ze niet uitgeschreven.’’

Op het monument aan het noordelijkste puntje van de Boulevard in Katwijk, bij hotel Savoy, staan de namen van op zee omgekomen inwoners vanaf 1919. De namen uit de periode daarvoor hebben een plek gekregen op het beeld voor de Oude Kerk: een treurende weduwe die uitkijkt over zee.

Tegenstand

Zelf noemt hij het een afwijking. ,,Op vakanties wil ik altijd naar de kust, havenplaatsjes en bootjes bekijken. Automatisch word je dan ook getrokken naar begraafplaatsen en monumenten voor omgekomen zeelieden. Daarbij viel het me op met hoeveel respect die mensen een plek in de gemeenschap hebben gekregen.’’

Het was voor hem destijds de motivatie om met een aantal gelijkgezinden te ijveren voor een monument voor op zee gebleven Katwijkers. ,,Katwijk is groot geworden door de visserij en de koopvaardij. En wat doen wij voor de mensen die daarbij hun leven verloren? Geen bal. Dat is toch godgeklaagd?’’

Met Jan Rovers nam hij vijftien jaar geleden het initiatief. Eerst via de gemeente, ’waar niet veel te halen viel’, maar waar hij van de toenmalige wethouder Wim van Duijn (SGP) wel de tip kreeg om een stichting op te richten. Samen met onder anderen Jan van Welie - een van de nabestaanden van een omgekomen visser - zette hij de schouders eronder.

Columbus

Het verzamelen van de namen van de slachtoffers - uiteindelijk kwamen er 273 op het monument - bleek een overzichtelijke klus vergeleken bij de weerstand die ze in het dorp moesten overwinnen. Tegen het ontwerp en de plek kwamen allerlei bezwaren, die zelfs tot een zitting bij de Raad van State leidden. ,,Maar nu het er is, vindt iedereen het prachtig. Er staan in weer en wind altijd wel mensen te kijken. We hebben het niet voor niets gedaan.’’

Moeizaam verliep ook de fondsenwerving voor de 150.000 euro die nodig was voor de gedenkplaats met door de wind verbogen platen scheepshuid. Het ei van Columbus bleek uiteindelijk het ’verkopen’ van de uitgestanste letters. Toen ook plaatselijke ondernemers zich achter het initiatief schaarden, werd het laatste zetje gegeven. Katwijk had zijn monument.

Twee dagen na plaatsing werd Van der Plas thuis gebeld door iemand met een vreemde boodschap. ,,Die zei: ’Van der Plas, ik sta op het monument, maar ik leef nog...’ Dat kan natuurlijk. Ondanks alle zorgvuldigheid kan er ook een foutje insluipen. Maar vervelend is het wel.’’ Uiteindelijk bleek het toch te kloppen. ,,Als iemand destijds wel eens verstek moest laten gaan op een visreis, werd er soms een mannetje gewoon van de kant geplukt om hem te vervangen. In dit geval was die vervanger iemand met precies dezelfde naam, alleen twee jaar ouder. Ja, zo gaat dat in een dorpsgemeenschap.’’

Er zijn ook mensen die er niet op staan, maar er in de optiek van Van der Plas wel thuishoren, zoals Katwijkers die bij de Koninklijke Marine dienden. ,,Het boek wordt completer dan het monument.’’

Rampjaar

Het leven met een zee die geeft, maar ook neemt, heeft een grote impact gehad op de Katwijkse samenleving. ,,Dit was een hechte gemeenschap. Elk verlies raakte talloze gezinnen, zeker als er na een storm complete scheepsbemanningen werden vermist.’’

Zo was 1926 een rampjaar: in de nacht van 9 op 10 oktober kwamen er in een vliegende storm niet minder dan 26 Katwijkse zeelieden tegelijk om het leven. Twee schepen bleven op zee: de Agatha Maria KW 152 (13 bemanningsleden) en de Arie KW 148 (12 bemanningsleden). Ook van de KW 134 verdronk een bemanningslid in deze nacht. Van der Plas: ,,Als je de gegevens bekijkt, blijkt oktober door de jaren heen de stormmaand die de meeste slachtoffers eiste.’’

De Katwijker verdiepte zich ook in de rituelen die gepaard gingen met het rouwen om de geliefden. ,,De kleding werd bijvoorbeeld aangepast. De weduwen gingen op zwart en ook de kinderen kregen allerlei zwarte accenten op hun tenues. Omdat er altijd wel iemand in de familie was te betreuren - in de jaren na de Eerste Wereldoorlog ging de dood vrijwel aan geen enkel gezin voorbij - leidde dit er uiteindelijk toe dat de kleur vrijwel volledig uit de Katwijkse klederdracht verdween.’’

Sluiten

Een andere gewoonte als er een dode te betreuren viel, was het ’sluiten’. Weken-, soms zelfs maandenlang gingen er lakens voor de ramen van de huiskamer. ,,Maar er werd ook een extra bord op tafel gezet, of de klok werd omgedraaid, om aan te geven dat de tijd stil was blijven staan op het moment dat vader, man of zoon overleed.’’

In sommige gezinnen werd en wordt een leven lang met het verlies van de dierbare geleefd, zeker als een lichaam nooit gevonden werd. ,,Er zijn nabestaanden die dertig of veertig jaar na dato nog steeds opschrikken van een silhouet op de wand. Zoveel impact heeft die gebeurtenis gehad.’’

Bij zijn bezoeken aan de families achter de namen op het monument heeft Van der Plas veel schrijnende verhalen aangehoord. ,,Maar bij het optekenen van die gebeurtenissen voor dit boek heb ik me vooral gehouden aan de feitelijke details. Ik ben in mijn hart toch een documentalist.’’

Toch ziet hij er naar uit om zijn boek te presenteren in oktober, als wordt stilgestaan bij het tienjarig bestaan van het monument op de Katwijkse Boulevard. De vrucht van alle kennis uit de veertien ordners die hij verzamelde, moet worden geplukt. ,,Als je deelt met een ander, kun je er ook over praten.’’

Interesse

Een boek samenstellen is één ding, het uitgeven is een ander. Bij dit kostbare project wil Willem van der Plas graag vooraf peilen hoeveel belangstelling ervoor is. Wie interesse heeft in de uitgave kan zich, vrijblijvend, melden door een mailtje te sturen naar

willemvanderplas@zonnet.nl

Meer nieuws uit Duin- en Bollenstreek

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.