’Jongens kunnen niet van een vrouw leren, hoe zij man moeten worden’

Archieffoto

Archieffoto

Marieke de Kok
Leiden

Meer meesters voor de klas, daar maakt Lauk Woltring zich al jaren hard voor. De Utrechtse onderzoeker naar mannelijke ontwikkeling geeft aan dat het vooral voor jongens belangrijk is om een rolmodel te hebben. Maar ook meisjes hebben profijt van meer mannen voor de klas. ,,Ze ontwikkelen zo meer lef.’’

Een jongetje ziet in de eerste jaren van zijn leven vooral volwassen vrouwen. ,,Op school, in de crèche, de naschoolse opvang, maar ook op straat lopen meer vrouwen rond. Vroeger was de verhouding in het onderwijs bijna fiftyfifty en zat de economie anders in elkaar. Mannen deden meer fysiek werk en waren zo meer op straat te zien. Nu werken mannen verstopt in een kantoor.’’

Die overdaad aan vrouwen doet iets met de identiteit van een jongen. ,,Jonge kinderen weten van vrouwen meer af dan van mannen. Dat geeft meisjes voorsprong in het ontwikkelen van hun identiteit. Vroeger hield dat meisjes tegen omdat vrouwen niet veel mochten. Nu werkt het juist stimulerend. Jongens zien te weinig voorbeelden. Daardoor weten ze pas later wie ze zijn.’’

Op sommige eigenschappen die in jongens wat sterker aanwezig zijn, reageren juffen negatief. ,,Jongetjes zijn beweeglijker. Om hun concentratie vast te houden, tikken ze bijvoorbeeld met hun pen. Maar dat wordt irritant gevonden en ze worden vaak gevraagd om ermee op te houden. Zo’n jongen stopt dan wel, maar neemt daardoor veel minder op van de stof. Hij heeft het tikken nodig voor zijn concentratie.’’

Volgens Woltring hebben jongens het nodig om de grens op te zoeken. ,,Jongens leren door met gevaar om te gaan, erachter te komen of iets wel of niet kan. Maar als jongens op school iets ’gevaarlijks’ uithalen, krijgen ze meteen op hun donder. Je geeft ze het gevoel dat ze hun eigenschappen weg moeten stoppen. Jongens gaan zich dan afsluiten, swat vaak een negatief zelfbeeld tot gevolg heeft. Meisjes doen meer volgens het boekje. Ik gaf les op een HBO en in de verslagwerkstukken van de meisjes was bijna alles foutloos. Maar er stonden weinig nieuwe inzichten in. De mannengroepen maakten er vaak een rommeltje van, met verschillende lettertypes enzo. Maar ze schreven wel meer over nieuwe dingen.’’

Daarnaast zijn jonge jongens meer beelddenkers en meisjes meer woorddenkers. ,,Onze maatschappij is heel erg talig geworden en dat wordt versterkt door vrouwen voor de klas. Dat maakt het moeilijker voor jonge jongens om informatie op te nemen. Die moeten er eerst een beeld bij vormen. Juffen snappen dat minder goed.’’

Niet alleen jongetjes hebben te lijden onder de grote hoeveelheid vrouwen in het basisonderwijs. ,,Ook meisjes hebben mannen nodig. Mannen wakkeren het lef aan bij kinderen. Durf je dat niet? Ga maar, je kunt het wel. Ik zeg wel eens, als je kind het eerste jaar geen blauwe plekken heeft opgelopen, is het een slechte school.’’

Zijn hele werk is een pleidooi voor het meer betrekken van mannen bij de opvoeding van kinderen. ,,Dat is niet alleen belangrijk voor de kennisontwikkeling, een school heeft ook een taak bij de socialisatie van kinderen. Jongens vinden school nu aantoonbaar minder leuk.’’ Hij heeft maar één conclusie. ,,Jongens kunnen van vrouwen erg veel leren, maar niet hoe zij man moeten worden. Daar heb je meesters voor nodig.’’

Volgens Ad Veen van de PO-Raad, een overkoepelend orgaan voor het primair onderwijs, is het ’softe’ imago mede debat aan het meestertekort. ,,Het is niet echt stoer om op een verjaardag te vertellen dat je voor de klas staat.’’ Een andere belangrijke reden is volgens Veen dat de carrièrekansen op een basisschool beperkt zijn. ,,Terwijl dat eigenlijk best meevalt. Je kunt teamleider worden, locatieleider en je kunt doorstromen naar een schoolbestuur.’’ Bij een nieuwe campagne van de Nederlandse pabo’s om meer mannen aan te trekken, wordt dat één van de speerpunten. De campagne zal in oktober beginnen. Veen: ,,Wij ondersteunen die actie graag. Het is belangrijk dat kinderen zowel vrouwen als mannen als rolmodel hebben. Maar het is ook goed voor de diversiteit in lerarenteams. Mannen denken en handelen nu eenmaal anders dan vrouwen en het is goed voor welk team dan ook om een mix te hebben.’’

Dat beaamt ook Jan Jaap Hubeek, onderwijsmanager van de pabo van Hogeschool Leiden. Extra trots is hij dan ook om te melden dat steeds meer mannen de Leidse opleiding weten te vinden. ,,Zo’n 25 procent van de studenten was vorig jaar man. We zien dat onze opleiding tot sportcoördinator erg in trek is bij mannen.’’ Met de nieuwe opleiding mogen pabo-studenten voor de klas staan, maar ze kunnen ook het beleid op een school op het gebied van sport en gezondheid veranderen. De Leidse pabo houdt speciale promotie-acties om mannelijke studenten te werven. ,,En we proberen onze studenten te koppelen aan mannelijke stagebegeleiders. Mannen denken nu eenmaal anders dan vrouwen. Vrouwen willen bijvoorbeeld graag eerst een plan van een stagiaire op papier zien en willen dan vooraf bespreken of het een goede aanpak is. Mannen zeggen: ’Ik heb er vertrouwen in dat het goed komt, probeer het maar’. Achteraf worden dan de voors en tegens besproken. Onze mannelijke studenten gedijen daar het beste bij.’’

Hubeek vindt het belangrijk dat kinderen ook een mannelijk rolmodel hebben. ,,Mannen dagen kinderen op een andere manier uit. Ze lossen problemen anders op en denken minder vanuit de regels.’’

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.