Leidenaar Gerard Vinkesteyn (71) werkt als uitzendkracht bij TheaterHangaar

Gerard Vinkesteyn verwelkomt bezoekers van ’Soldaat van Oranje - de Musical’: „Heeft u een arrangement?”© Foto Hielco Kuipers

Ruud Sep
Valkenburg

Of hij vroeger ook bij de luchtmacht heeft gezeten? Het is een vraag die Gerard Vinkesteyn iedere keer als hij in zijn RAF-uniform bij de ingang van de TheaterHangaar staat wel een keer krijgt. De 71-jarige Leidenaar trekt er een vies gezicht bij. Luchtmacht? Nee. „Ik heb zes jaar lang gediend bij de marine. Iedere keer dat ik dit uniform aan doe, doet het weer pijn.”

De portier voelt zich als een vis in het water voor de deur van het theater waar al bijna acht jaar lang voor uitverkochte zalen Soldaat van Oranje - De Musical wordt opgevoerd.

„Wat een ontvangst in stijl!”, verzucht een stel dat zich ruim voor de voorstelling meldt bij de ingang.

„Mag ik met u op de foto?” Soms reageert hij daarop door te zeggen ’u bent de eerste die het vraagt’ („Dan staan ze je heel verbaasd aan te kijken”), deze keer gaat hij er direct voor staan en vertelt hij over zijn tijd bij de marine en de pijn van het luchtmacht-uniform.

„Hoe vaak heeft u de voorstelling zelf al gezien?” „Drie keer. En hij komt nog steeds binnen als je in de zaal zit.”

Voor Vinkesteyn is het voormalige marinevliegkamp Valkenburg bekend terrein. Hij werkte er in een grijs verleden als beroepsmilitair als bewaker en in een iets minder grijs verleden als brandweerman. Tot hij op zijn vijfenvijftigste met functioneel leeftijdsontslag ging. Vervroegd pensioen.

„Maar die geraniums gingen na een paar dagen al vervelen.” Dus ging hij in het werk in de horeca bij Avifauna. Achter de bar in het hotel en op de rondvaartboot. Lange dagen, weken van zestig, zeventig uur. „Ja, daar draaide ik mijn hand niet voor om. Ik heb altijd gezegd: Van werken is nog nooit iemand dood gegaan.”

Opofferen

Nadat hij voor de tweede keer met pensioen is gegaan, meldt Vinkesteyn zich aan bij uitzendbureau 65plus. Hij kan bij de Hogeschool Leiden aan de slag als surveillant bij tentamens. „Maar dat vond ik helemaal niks.”

Bij de TheaterHangaar heeft hij het wel naar zijn zin. Hij staat aanvankelijk als bewaker bij de personeelsingang. Daar hangt een luidspreker waarop de voorstelling live te horen was, zodat acteurs die even een luchtje kwamen scheppen of buiten stonden te roken, kunnen horen wanneer zij weer op moeten.

„Toen vroeg één van de acteurs – Bart de Vries, hij speelde de particulier secretaris van de koningin – of ik de voorstelling niet een keer wilde zien. Ik zei dat dit niks voor mij was. Ik ben opgegroeid met de West Side Story en met de Lion King. Maar ik heb me om laten praten. Ik zei: Oké, ik zal me een keer opofferen. Dus ik heb kaartjes gekocht en ging met mijn vrouw naar de voorstelling. Dat had ik dus beter niet kunnen doen. Ik was meteen verkocht. Ik stond met een brok in mijn keel en met tranen in mijn ogen weer op straat, en ben meteen omgelopen om kaarten te kopen voor een volgende voorstelling.”

Op het moment dat er een vacature komt bij de portiers, verhuist Vinkesteyn van de personeelsingang naar de publieksingang en wordt hij in hetzelfde uniform gehesen dat Erik Hazelhoff Roelfzema in de voorstelling draagt wanneer hij door de koningin wordt geridderd.

Rijper

Voor directeur Harry de Bruin van de TheaterHangaar stond van meet af aan vast dat hij een oudere portier bij de ingang wilde hebben. „We werken veel met studenten. Maar wij dachten: Klopt het wel als er een jongere aan de deur staat in het oude uniform van de Royal Air Force? Het is beter om daar een rijper persoon te hebben, iemand waarvan je het idee kunt hebben dat hij zo’n uniform zelf nog heeft aangehad.”

Bij Vinkesteyn is die opzet in ieder geval geslaagd. „Er kwam een keer een vrouw naar me toe. ’Dit moet wel heel wat zijn voor u. U heeft dit natuurlijk allemaal zelf nog meegemaakt.’ Welnee, zeg ik. Zo oud ben ik nou ook weer niet. Ik ben van ’46, van na de oorlog, hoor.”

Dat hij wordt aangezien voor oorlogsveteraan, is natuurlijk ook wel een compliment voor de zeventiger die al veertig jaar lang gewend is om aan het eind van het jaar in de huid van de goedheiligman te kruipen.

Jarenlang in het Huis van Sinterklaas, tegenwoordig alleen nog bij huisbezoeken. „Ik neem dat soort dingen heel serieus. Het moet wel kloppen. Dus als oude militair zorg ik dat ik op tijd naar de kapper ga. Ik vind het geen gezicht als er zo’n grote bos haar onder die pet vandaan komt.”

Doorwerken na het pensioen bevalt de Leidenaar prima. Maar inmiddels maakt hij niet al te veel uren meer. „Nee, de wilde haren raak ik onderhand wel een beetje kwijt. Dat komt doordat ik twee en een half jaar geleden een rotgeintje gehad heb met een gescheurde aorta. Als ik dat niet had gehad, was ik nog net zo gek geweest als daarvoor. Maar daardoor lever je dik tachtig procent van je conditie in. Het uitzendbureau wilde toen meteen iemand anders sturen. Maar hier zeiden ze: prima, maar dan wel tijdelijk. Want Gerard komt gewoon weer terug.”

Aorta

„Vorig jaar moest ik weer onder het mes voor mijn aorta en eind vorig jaar is een tumor verwijderd uit mijn wang. Bij de laatste controle heeft de arts even een biopsie genomen omdat het er een beetje onrustig uit zag. Ach, ik ziet het wel. Dan word ik toch geen 120 maar 119. Ook goed.”

De gasten blijven ondertussen binnendruppelen.

„Kunnen we niet buiten eten?” „Misschien als u het heel vriendelijk vraagt.”

„Heeft u een arrangement?” Ja. „Dan wens ik u een smakelijke maaltijd en een heel genoeglijke avond.”

„Op 30 oktober draaien ze precies acht jaar. Echt ongelofelijk. Ik denk dat ze de tien jaar wel vol gaan maken. Dan hebben ze een record dat ze voorlopig niet meer uit handen zullen geven.”

„Goedenavond, fijne voorstelling.”

ldn_2_3_zomerverhaal.pdf

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.