Over een machtig misbaksel

De NZHSTM in haar beginjaren, circa 1885. Foto: Collectie Stichting Historisch Genootschap De Blauwe Tram

De NZHSTM in haar beginjaren, circa 1885. Foto: Collectie Stichting Historisch Genootschap De Blauwe Tram

Wim Wegman
Hillegom

Als de Noord-Zuid-Hollandsche Stoomtramweg-Maatschappij (NZHSTM) begin jaren 80 van de negentiende eeuw ergens in uitblonk, was het in wanbeleid en wanbeheer. En toch zou dit Hillegomse maatschappijtje een halve eeuw later heersen over grote delen van Noord- en Zuid-Holland.

In 1878 maakte een nieuwe wet de aanleg van eenvoudige spoor- en tramlijnen aanzienlijk gemakkelijker. Johannes Leonardus Jacobus Jansen uit Hillegom greep die kans om de slecht bereikbare dorpen tussen Leiden en Haarlem een fatsoenlijke verbinding te geven. Hij ging voortvarend aan de slag met zijn in 1880 opgerichtte NZHSTM. Op 16 mei 1881 opende hij het eerste deel van zijn lijn: het traject Hillegom-Leiden. Anderhalve maand later volgde het tweede stuk, richting Haarlem.

Al snel bleek dat Jansen misschien iets te voortvarend was geweest. Hij had bijvoorbeeld de verkeerde rails besteld. Die waren eigenlijk bedoeld voor paardentrams en konden de zwaardere stoomtrams niet aan. De baan was bovendien ontzettend slordig aangelegd. Op een gegeven moment reed er met elke tram een apart rijtuig mee met baanwerkers en materieel om de voortdurende storingen zo snel mogelijk te verhelpen.

Jansens medewerkers bleken bovendien weinig kaas van trams te hebben gegeten, wat natuurlijk best lastig is als je een trammaatschappij wil runnen. Normaal onderhoud lieten ze het liefst zo veel mogelijk achterwege, zodat na korte tijd de ene locomotief na de andere begon uit te vallen.

De verliezen liepen snel op en begin 1883 waren de aandeelhouders het zat. Ze eisten een reorganisatieplan. Oprichter Jansen weigerde en nam ontslag. De nieuwe directeur, A.P. van der Ploeg, trof een ware beerput aan. De vorige leiding had niet alleen het bedrijf verwaarloosd, ze bleek bovendien te hebben gesjoemeld.

Van der Ploeg reorganiseerde met harde hand, maar zijn ingrepen kwamen te laat. In 1884 ging de NZHSTM alsnog failliet. Een Amsterdams bankiershuis kocht de maatschappij op en liet haar een doorstart maken. Dit bedrijf kreeg de boel wél op de rit. Het verbeterde de baan grondig, werkte al het onbekwame personeel eruit en verlaagde de tarieven. Binnen een paar jaar maakte de NZHSTM winst.

Een grote mijlpaal was in 1906, toen de machtige Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HSM) het trambedrijf overnam. Dat was het begin van een ongekende expansiedrift, waarbij de NZHSTM met steun van de HSM steeds meer trambedrijven mocht opslokken. In betrekkelijk korte tijd kreeg ze onder meer de ENET en de ESM onder haar hoede en presenteerde ze ambitieuze plannen voor elektrische tramlijnen.

De pietepeuterige NZHSTM groeide zo uit tot het machtig vervoersbedrijf NZH dat tramlijnen exploiteerde van Den Haag tot diep in Noord-Holland.

Ironisch genoeg kwam de ’oerlijn’ van de maatschappij - Leiden-Hillegom-Heemstede - pas in 1932 ’onder de draad’, als laatste van haar lijnen.

Heel lang hebben de Bollenstrekers er niet van kunnen genieten. Op 1 november 1948 gooide de gemeente Haarlem hun tram de stad uit. Ze mocht niet verder rijden dan de Dreef. Het was het begin van het einde, want op 2 januari 1949 was het met de hele lijn Leiden - Haarlem gedaan. De bus moest het overnemen. Elf jaar later waren alle trams verdwenen uit het NZH-gebied.

Meer nieuws uit Duin- en Bollenstreek

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.