Chagrijnig

Aad Rietveld

Als hij het proces-verbaal van de Leidse waterpolitie voorleest, zet de rechtbankpresident meteen de toon. ,,Hier staat dat de verdachte over de Stille Rijn vaarde. We hebben hier te maken met een verbalisant die het werkwoord varen niet kan vervoegen. Dat moeten we maar accepteren, blijkbaar. Maar ik ga dat niet steeds voorlezen.’’

Rechters zijn doorgaans vriendelijk en voorkomend. Deze is chagrijnig. En dat laat hij merken ook. Als de verdachte - een Leidse schipper - zegt dat hij de vragen van de rechter bijna niet kan verstaan, krijgt hij te horen dat hij dan wel iets aan zijn oren zal mankeren. ,,En u zit er ook nogal ongeïnteresseerd bij! Maar laat u maar! U wilt zich zo presenteren aan de rechtbank? Toe maar!’’

Ook de advocaat krijgt de wind van voren. Hij heeft nog maar net twee vragen aan de schipper gesteld, of de rechter bijt hem toe dat hij het kort moet houden. ,,U zit hier niet om de middag vol te maken!’’

Als de advocaat zegt ongeveer een uur te willen pleiten, zoals hij had aangekondigd, wordt hij naar de gang gestuurd. ,,Dan gaan we eerst een andere zaak behandelen.’’

Onze-Lieve-Heer heeft rare kostgangers. Sommige daarvan werken bij de rechtbank.

Overigens: volgens genootschap Onze Taal zijn ’voer’ en ’vaarde’ allebei goed.

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.