'Ik doe het voor jou, voor Leiden doe ik het niet'

Leidsche Buurten
Leiden

Precies tachtig jaar geleden brandde de oude Sint Petrus kerk af en werden nieuwe plannen gemaakt voor de huidige Sint Petrus Parochie. Wie had gedacht dat beroemd architect Kropholler het zou bouwen nadat hij zei: ‘Leiden zal nooit meer een gebouw hebben van mijn hand’.

De Professoren- en Burgemeesterswijk bestond in die tijd nog niet. De plannen voor stadsuitbreiding lagen op tafel en het idee om de Sint Petrus kerk opnieuw in deze wijk op te bouwen werd al snel goedgekeurd. De jonge Leidsche architect Van Oerle kreeg de opdracht. ,,Maar hij durfde het niet alleen’’, vertelt bouwexpert van de kerk Wilbert Hettinga. De jonge architect wilde het samen doen met de ervaren Kropholler. Maar dat ging zo gemakkelijk nog niet. Kropholler was geen onbekende voor Leiden. Toen zijn ontwerp voor een nieuw stadhuis werd afgewezen was hij beledigd en had hij gezworen: ‘Leiden zal nooit meer een gebouw hebben van mijn hand’. Van Oerle moest dan ook veel moeite doen om hem over te halen.

Na de eerste afwijzing liet Van Oerle het er niet bij zitten. ,,Hij vertelde me dat hij met zijn pet in de hand naar hem toe ging en smeekte om de samenwerking aan te gaan. Kropholler antwoordde: ,,Ik doe het voor jou, voor Leiden doe ik het niet.’’

En zo gebeurde het dat de twee samen aan de slag gingen. Het werd een kerk met typische Kropholler kenmerken: eenvoudig, robuust, zonder franjes en met een forse toren van tien bij tien meter. Weinig zuilen, want die zouden het zicht kunnen verpesten. Geen beelden, want die leiden de aandacht van de priester af. Het glas in lood kon nog net. ,,Een stoere kerk'', zegt Hettinga licht trots.

Vanwege de crisis werd in plaats van de donkere baksteen nu kalkzandsteen gebruikt. Kenmerkend zijn ook de romaans gotische bogen en de lage balken die speciaal uit Amerika zijn gehaald.

De inrichting is in de loop der tijd veranderd. ,,Vroeger stond de priester bij het altaar met de rug naar de mensen toe omdat hij zich naar het oosten richtte. Dat was een basisvoorwaarde in die tijd'', legt hij uit. In 1987 kwam er een nieuwe priester die dit veranderde om het gemeenschapsgevoel te bevorderen.

Hettinga woont heel zijn leven al in de wijk. En zo lang als hij het zich kan herinneren gaat hij ook al naar deze kerk. Het was voor hem als (inmiddels gepensioneerd) aannemer een logische stap om zich te bekommeren om het onderhoud en de bouwtechnische zaken rondom de kerk. Hij liep stage bij Van Oerle en hoorde het verhaal over Kropholler uit de eerste hand. Geregeld geeft Hettinga rondleidingen en vertelt hij het verhaal over Van Oerle en Kropholler vol smaak.

(Eline Boshuizen/Vicki Blansjaar)

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.