Column Richard Kemper: The making of

Column Richard Kemper: The making of

Ik hou niet van ’making ofs’. Altijd een deceptie om een vrijscène terug te zien met 17 zweterige technici in tl-licht eromheen. De regisseur vertelt hoe moeilijk het was tepels te vermijden en een actrice doet lachend voor hoe ze kan hijgen alsof ze klaarkomt. In het streven het eindresultaat meer te waarderen maken making ofs de lelijke werkelijkheid juist vaak stuk.

Denk aan de making of van de PvdA-lijsttrekker een paar jaar terug. In de poging draagvlak voor de nieuwe Messias te creëren maakte de gênante verkiezing tussen Asscher en Samsom het laatste restje geloof in de beschaving binnen die partij kapot. Nee, dan D66. Binnen een week afscheid én wederopstanding van je Verlosser, zo doe je dat! Je zou bijna denken dat ze iets geleerd hebben van al dat samenwerken met de Christelijken.

Overigens ben ik helemaal klaar met dat gezeik over de leeftijd van Rob Jetten. Wat maakt het nou uit dat-ie net zijn B-diploma heeft? De meeste genieën leverden hun belangrijkste prestaties rond hun 30-ste. Mozart was 31 toen hij aan zijn laatste drie grote symfonische werken begon en die andere Verlosser werd überhaupt maar 33. Maar dit terzijde.

Ik hou niet van making ofs en velen met mij. We zitten dagelijks middenin de making of van de tsunami op Sulawesi, maar we sluiten onze ogen en zetten de terrasverwarming nog wat hoger. Blijkbaar willen we niet weten hoe iets is gemaakt. Vriend Veldhuis vertelde dat zijn dochtertje in het bos riep „Het ruikt hier naar shampoo!” Ze gebruiken daar dennengeur.

En ook ik zelf kan blind een saté weghakken en doen alsof het op stokjes aan de bomen groeit. Komt natuurlijk omdat op de verpakkingen nooit levende dieren worden afgebeeld. „Dat bederft de eetlust”, weet ik nog van mijn tijd als reclamemaker voor het Voorlichtingsbureau Vlees.

Enfin, gedachten die zorgden dat ik afsloeg bij Vleesboerderij Kleine in de Achterhoek. We speelden daar twee avonden en ik had mezelf getrakteerd op een tussendagje lanterfanten. Boer Kleine hield van zijn 60 limousinekoeien. Die kreeg ik te zien toen ik een staartstuk uit de vriezer had gekocht. We praatten over Den Haag waar ze er niks van snapten. Alles moest anders. Echter, beter, met meer liefde voor dieren. Ik zag twee prachtige stieren in de stallen. Als u dit leest zijn die trouwens geslacht. „Heeft u daar moeite mee?”, vroeg ik.

„Natuurlijk”, zei de boer. „Maar ze zijn ons bestaan. En zij bestaan dankzij ons. Dus zijn we elkaar dankbaar voor de tijd samen.” Mooi. En toch. Van de week bereidde ik op een van die gekke nazomer-avonden het staartstuk op de BBQ. Het rook naar de hemel. En omdat ik het belangrijk vind dat mijn zoon een beetje weet waar dingen vandaan komen, liet ik het filmpje zien dat ik had gemaakt van de twee stieren. Ze kauwden. En nu kauwden wij. Eindeloos. Niemand durfde iets door te slikken. We kauwden tot het koud werd buiten. En we zetten de terrasverwarming nog maar wat hoger.

Meer nieuws uit Nieuws