Column Rob van Vuure: Erfstuk

Column Rob van Vuure: Erfstuk

Een overvol restaurant. Van zeker zes tafeltjes om je heen kun je de gesprekken volgen. Aan een van de tafeltjes zit een bejaarde vrouw, zeg maar dame, met een jongere man, zeg maar bijna-heer. De dame is vrijwel doof en haar gehoorapparaat doet het niet goed. Ze heeft kwalen waar ze graag over praat, veel te luid. Op de belendende tafels frisse salades, maar de dame, door haar megafoon: ,,Eczeem, ja, morgen weer naar de dokter, ondertussen zit het ook op mijn linkerschouder.’’

Ze laat het zien. En ook: ,,Heb ik onverwacht last van mijn darmen, móet ik gewoon naar de wc.’’ De mensen aan het tafeltje pal naast de dame kijken elkaar aan, doen of ze niets horen. De bijna-heer wil haar afleiden. Hij zegt bij haar oor: ,,Is het hier niet te warm?’’ Stóm. Niet op de rijmwoorden gelet. De dame, luidkeels: ,,Altijd de darmen, ja.’’

Leuk voor een sketch? André van Duin en Corrie van Gorp? Zeker weten. Alleen, klein detail: die paniekerige bijna-heer was ik, die dove dame was mijn vroegere lerares Engels, dat overvolle restaurant was een restaurant in Leiden. Mevrouw De Lange woont daar al jaren in een verpleeghuis. Haar dochter, met wie ik ooit in een vogelwerkgroep zat, had contact met mij gezocht. Haar moeder was de erfenis aan het verdelen en wilde mij een zeldzaam vogelboek schenken. ’Book of British birds, and their nests’. Uit 1908. Geweldig. ,,Nee hoor, ze hoeft er niets voor te hebben.’’ Niets? Niets. Ik wilde toch iets doen en zei, hoe ondoordacht kun je zijn: ,,Ik ga een keer met haar uit eten.’’ De dochter zei nog wel: ,,Weet je het zeker?’’ Maar ik miste haar alarmerende ondertoon.

In het restaurant wist ik al na drie minuten: weg, weg hier, afrekenen en wég. Ik zat middenin een sketch, met iemand die niet wist dat ze veel te luid praatte. Véel te. En ook nog spataderen, kijk maar, en ook nog een bepaalde hulp die zo lief verschoont. De hele medische menukaart van mevrouw De Lange moest worden afgevinkt. Eindelijk kon ze het allemaal weer eens vertellen. Oprukkend eczeem werd met krabben van een uitroepteken voorzien. Toen de stoma van haar buurman aan de beurt was, probeerde ik mevrouw De Lange af te leiden. Ik boog voorover: ,,U was een goede lerares.’’ Glazige blik. Zij, onverstoorbaar: ,,Dat gaat nog best vaak mis, met een stoma.’’ Please, please, no details, niet hier. Ik forceerde een stop en zei, ook veel te luid: ,,Is de soep niet te heet?’’ Verschrikt keek ze mij aan. Verstond ze het goed, zei haar oud-leerling zomaar ’scheet’? Na drie kwartier, ’thuis het toetje’, verlieten we het restaurant, tot opluchting van zeker twintig andere gasten. En zeker van mij.

Maar het erfstuk is prachtig.

En waag het niet te zeggen dat ik er niets voor heb hoeven doen.

Meer nieuws uit Nieuws

Keuze van de redactie