Column Joost Prinsen: Teleurgesteld

Column Joost Prinsen: Teleurgesteld

Het eerste dat opviel op het station van Rijsel waren tot de tanden toe bewapende militairen. Ze slenterden over de perrons en gaven me eerder een onveilig dan een veilig gevoel. Ik vertrok vanuit Rijsel met de TGV naar Lyon. Drie uur sporen voor nog geen honderd euro.

En in Lyon zou ik als supporter de laatste week van het wereldkampioenschap bridge gaan bijwonen. Oranje zat in de kwartfinale, duurde twee dagen, tegen Nieuw-Zeeland. Een makkie want hoeveel mensen kunnen er eigenlijk bridgen down under? In voetbaltermen: om de halve finale te bereiken moesten we even Luxemburg verslaan. Vooruit, in hockeytermen, voordat u flauwe grappen gaat maken.

De stationschef in Rijsel kon me niet vertellen vanaf welk perron de trein naar Lyon vertrok. „Dat wordt tien minuten voor vertrek bekendgemaakt op de borden meneer.” Dat bleek voor alle treinen te gelden. Merkwaardig. Ook drie dagen later in Lyon stonden alle reizigers te wachten tot de schermen bekendmaakten waar hun trein vertrok. Drie dagen later al? Inderdaad drie dagen later al. Maar daarover straks.

Het was voor het eerst dat ik in een TGV zat. Ik verwachtte dat we als een kogel door het landschap geschoten zouden worden, maar daar was geen sprake van. Een soort intercity-snelheid, meer niet. Maar er werd nauwelijks gestopt, dat scheelt natuurlijk.

Lyon viel me nogal tegen. Men had mij verzekerd dat het na Parijs de mooiste stad van Frankrijk was. Ik zag het er niet aan af. Veel bedelaars op het stationsplein wat me al niet innam voor die stad. Maar ik was niet voor sightseeing gekomen, wel voor bikkelharde sport. Ging lekker met onze jongens tegen die Kiwi’s.

Na de eerste dag stonden we voor, halverwege de tweede een beetje meer en toen de kwartfinale was afgelopen lagen we eruit. Kansen voor open goal gemist en onze keeper liet een paar balletjes tussen zijn benen doorrollen, om de voetbaltermen even aan te houden. Dramatisch slot van de wedstrijd. We lagen eruit tegen een stel koekenbakkers.

Ik had me enorm verheugd op die week Lyon. Halve finale en dan de finale of op zijn minst een mooie wedstrijd om het brons. In plaats daarvan konden we na twee dagen inpakken. Niet alleen de spelers maar ook ons vast groepje trouwe supporters met wie we al jaren als groupies die kampioenschappen aflopen waar ook ter wereld. Ons jaarlijkse uitje was afgelopen voor het goed en wel begonnen was. We zaten bij elkaar met allemaal een mokerslag op onze kop. Een slechte Ingmar Bergman-film.

De volgende dag bleek het Nederlands contingent verdwenen. Lamlendig liep ik in lelijk Lyon. Maar alles was lelijk die dag. De trein naar Rijsel deed er weer drie uur over. Mijn vrouw pikte me op bij het station. „Nou al terug”, zei ze teleurgesteld.

Meer nieuws uit Nieuws