Column: Wij van de hbs

Column: Wij van de hbs

Een paar jaar geleden liep ik langs dat gebouw in Alkmaar en deed, móest doen wat ik al zo’n duizend keer eerder had gedaan. Ik ging naar binnen. Paardenmarkt 1, Alkmaar, RHBS, ik zat daar op school. Het is allang geen school meer, in het monumentale gebouw is nu een advocatenbureau gevestigd.

Eenmaal binnen meteen weer zestien jaar oud, ik werd door alles en iedereen uit die jaren besprongen: leraren met trekjes, dat meisje, die conciërge, de jongen uit mijn klas die dood ging. Niet alles was gesloopt en veranderd. De glas in lood ramen waren er nog en ook het hart van het gebouw, het indrukwekkende trappenhuis, had zich niet laten stroomlijnen. Ik ging op de trap zitten, trede drie en liet de teugels vieren. Meneer Hut, mijn leraar wiskunde. Meneer Barten, leraar stereometrie. Meneer Scheepens, leraar Nederlands.

Al die vroegere Paardenmarkt-jaren, maar ook die meer recente onderdompeling op trede drie gingen verleden week op herhaling: de journalisten Henk Steenhuis en Roelof Bouwman schreven het boek ’Wij van de hbs’. De hbs (soms RHBS, Rijks Hogere Burger School) bestaat al sinds 1974 niet meer, het niveau zat tussen havo en vwo in, de echte slimmerds gingen naar het gymnasium.

Ik blader door het boek, zit meteen weer op die trap en denk aan meneer Schilstra, onze leraar Engels. Ik begin te neuriën. Vaak begon hij de les op een bijzondere manier: klassikaal zongen we Engelse liedjes. Van ’My Bonnie is over the ocean’ ken ik nog alle coupletten.

Ook voor het vak muziek kregen we een cijfer. Meneer Jonker keek tijdens de les wie er langdurig geïnteresseerd naar Bach luisterde en wie niet. Elders zelden met zoveel toneelspel een 8 gescoord. Meneer Scheepens, onze leraar Nederlands, de Brabantse streekromanschrijver Har Scheepens, was de alleraardigste: we mochten zelf ons dictee nakijken! Meneer Barten (leraar stereometrie) had twee aquaria in zijn lokaal. Zijn liefhebberij. Wat we wel wisten maar vergaten: bij een proefwerk stond hij met zijn rug naar de klas zijn visjes te observeren, ondertussen betrapte hij iedere afkijker via de weerspiegeling van het aquarium.

Ik zou over elke leraar een column kunnen schrijven, het boek ’Wij van de hbs’ kust alles wakker. Ik moet kiezen en kies voor de heer Hut, leraar wiskunde. Zeer toegewijd, net zo speels. Tegen elke nieuwe klas zei hij: ,,We hebben rekenles, ik begin eenvoudig, hoeveel is éen plus éen?’’ ,,Twee!’’ ,,Fout’’, zei Hut. Hij pakte een krijtje en begon op het schoolbord te krabbelen. Met veel ogenschijnlijk simpele berekeningen bewees hij: 1+1=3! Kwestie van verneukeratieve aannames, maar voor jochies van dertien geen speld tussen te krijgen.

Toen ik daar zat, een paar jaar geleden, trede drie, overdacht ik al die kleurrijke lesgevers. En natuurlijk ook dat overtuigende rekenstuntje van Hut. Ik zag dat in het vroegere wiskundelokaal, derde deur van rechts, pal aan de Paardenmarkt, nu drie advocaten kantoor houden. Niet eens zo raar. Meneer Hut zou een goede advocaat zijn geweest.

Meer nieuws uit Nieuws