Hogescholen in onze buurt scoren slecht

Hogescholen in onze buurt scoren slecht
De Hogeschool van Amsterdam
© ANP
Amsterdam

De Hogeschool Utrecht, de Hogeschool van Amsterdam, Hogeschool Rotterdam en de zeven vestigingen van Inholland in Noord- en Zuid-Holland bungelen onderaan het lijstje met beste grote hogescholen. Dat blijkt uit de HBO Keuzegids 2018, een jaarlijks rapport dat de kwaliteit van hogescholen poogt te vergelijken.

Volgens de opstellers van de keuzegids kampen met name de economische opleidingen van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) met ’massaliteit en matige begeleiding’. Bij Inholland is het studiesucces het grootste probleem. Deze hbo-instelling heeft ’verreweg de meeste uitvallers en het laagste percentage geslaagden na vijf jaar’.

Leiden

De vier genoemde hbo’s krijgen een minnetje van de Keuzegids. De HvA is hekkensluiter met een totaalscore van 52,5. De drie andere instellingen komen ervan af met 53 van de 100 mogelijke punten. De Hogeschool Leiden, een middelgrote hbo-instelling, staat in een ander ranglijstje. Met 59 punten scoort deze instelling gemiddeld.

Net als vorige keer komt Avans (Brabant) als beste hogeschool uit de bus, gevolgd door Windesheim (Zwolle/Almere) en de Hanzehogeschool in Groningen. De meest opvallende stijger is de NHL in Leeuwarden die in 2018 fuseert met Stenden Hogeschool in Noord-Nederland tot NHL Stenden. NHL stond enkele jaren onderaan bij de middelgrote scholen, maar hoort dit jaar bij de subtop.

Reacties hogescholen

Een woordvoerder van de HvA laat in een reactie weten de resultaten uit het onderzoek ’opmerkelijk’ te vinden. „We voelen ons niet thuis op deze laatste plaats”, zegt hij. De verbazing zit hem in de vergelijking met andere onderzoeken. Volgens de meest recente Nationale Studenten Enquete scoren de bekritiseerde economische opleidingen een tevredenheidscijfer tussen de 3.6 en 3.8 op een schaal van 1 tot 5. Niettemin neemt de HvA de keuzegids serieus en gaat zij aan de slag met de verbeterpunten.

Jet de Ranitz, baas van Inholland, noemt de kritiek op het studiesucces ’terecht’ en een ’belangrijk aandachtspunt’. In een bericht op de site van de hogeschool zegt het bestuur te werken aan verbeteringen op dat terrein. Toch overheerst de trots. Na jaren als hekkensluiter is Inholland eindelijk van de laatste plaats. „De weg die we zijn ingeslagen werpt haar vruchten af”, aldus De Ranitz.

Basiskwaliteit

Het rapport nuanceert de ranglijst enigszins, want ’de basiskwaliteit’ is wel in orde bij de meeste hbo’s. Ook wijst ze op het allerbelangrijkste oordeel: dat over de afzonderlijke opleidingen. Zo roemt de Keuzegids de sportopleidingen van de HvA en krijgt het Haarlemse conservatorium zelfs het predicaat ’top’.

Maar, ’de grote vraag is of je wel blij wordt van basiskwaliteit’, schrijven de onderzoekers in de keuzegids. „Te veel opleidingen zetten studenten zo’n twaalf uur per week in leslokalen, laten ze wat zelfstudie doen en bieden zo een programma dat je maar 25 uur per week bezighoudt. (...) Maar is dit de studie die je klaarstoomt voor de rest van de 21ste eeuw? Mwah, dat vragen veel hbo’ers zich na een tijdje af.”

Kleine hogescholen zijn ’briljantjes’

Kleine hogescholen, met minder dan 700 eerstejaars, doen het overigens uitzonderlijk goed. „Daar zitten briljantjes tussen”, zegt de gids.

Twijfelaars halen meer punten

Meer studenten dan ooit kiezen voor het hoger beroepsonderwijs maar het hbo kampt nog steeds op aanzienlijke schaal met studenten die voortijdig afhaken. Dat blijkt uit de HBO Keuzegids 2018.

Voor studenten die hun opleiding afronden, is de kans op een baan toegenomen en zijn de salarissen gestegen, maar het verschil tussen studierichtingen blijft groot. Ook concluderen de onderzoekers dat twijfelen en vergelijken loont. Wie gemakkelijk een opleiding vond, blijkt vaak in het eerste jaar veel minder studiepunten te halen dan anderen die lang met hun studiekeuze geworsteld hebben. Door twijfel maken scholieren in het eindexamenjaar een meer gedegen afweging.

Meer nieuws uit Nieuws