Column Sara Polak: Traditie van vuurwapengeweld

Column Sara Polak: Traditie van vuurwapengeweld

De aanslag op de Republikeinse politicus Steve Scalise en vier anderen van afgelopen woensdag was de 154e ’mass shooting’ van 2017 in de Verenigde Staten. Het precieze aantal hangt natuurlijk af van je definitie van massale schietpartij, maar hoe je het ook wendt of keert: gemiddeld één per dag is veel in vergelijking met andere landen.

Niet in de VS vergeleken met in andere jaren. Toen ongeveer een jaar geleden, op 11 juni 2016, de schietpartij in homo-nachtclub Pulse in Orlando plaatsvond, waarbij vijftig doden vielen, stond de teller bijna even hoog. En ook op 17 juni 2015, toen in Charleston negen zwarte kerkgangers werden doodgeschoten.

Partijdiscipline

Wat het incident van afgelopen woensdag extra schokkend maakte, is dat er politici beschoten werden. Steve Scalise, Republikeins afgevaardigde van de staat Louisiana, werd geraakt, net als nog een aantal anderen, waaronder een politieagent, een lobbyist en een staflid van het Congres. Scalise is ’majority whip’ – degene die zorgt voor partijdiscipline binnen de fractie en de op twee na belangrijkste Republikein in het Huis van Afgevaardigden (voor ’House of Cards’-kijkers: de Frank Underwood in het begin van de serie). De schutter – die door politieagenten is doodgeschoten – was een eenzame witte man van 66 jaar. Belangrijk, omdat dit soort identiteitskenmerken dezer dagen in de VS in extreme mate worden gepolitiseerd. Als hij moslim was geweest – zoals bij de aanslag in Orlando het geval was – zou er ongetwijfeld van een terroristische aanslag zijn gesproken, niet in de laatste plaats door president Donald Trump. Nu niet.

Het gebeurde tijdens een honkbaltraining van het team van Republikeinse Afgevaardigden. Wist u dat dat bestond? Ik niet, maar in de afgelopen dagen heb ik begrepen dat de jaarlijkse baseballwedstrijd voor het goede doel tussen Republikeinse en Democratische Afgevaardigden een felle strijd is.

De sfeer is op dit moment weliswaar gepolariseerd, maar de VS heeft een heel lange en diep verankerde geschiedenis van vuurwapengeweld en aanslagen, ook op politici. Vier van de 45 presidenten die het land – Trump meegerekend – heeft gehad, zijn vermoord. Abraham Lincoln (1865), James Garfield (1881), William McKinley (1901) en John Kennedy (1963). Bijna tien procent, allemaal met een vuurwapen. En op nog zestien andere presidenten zijn mislukte aanslagen gepleegd.

De aanwezigheid en toegankelijkheid van vuurwapens is al jaren een punt van heftige discussie, maar het lijkt er niet op dat de regels voor wapenbezit op korte termijn strenger zullen worden. Sterker nog, wrang genoeg heeft het nieuwe Congres, met Scalise als whip, begin dit jaar besloten om een door Obama ingestelde beperkende regel af te schaffen. Die regel maakte het onmogelijk voor mensen met een voorgeschiedenis van psychische problemen om wapens te kopen.

Grondwet

Al sinds de onafhankelijkheid van de VS in 1776 hebben Amerikaanse burgers het recht om een wapen te dragen. Het beroemde ’right to bear arms’ is in 1791 formeel in de Grondwet vastgelegd, als tweede van tien amendementen. Dat wil niet zeggen dat er geen beperkende regels mogelijk zijn, al blijkt dat in praktijk lastig. Het is onderwerp van een inmiddels dik twee eeuwen durende discussie over de vraag: ,,Wat bedoelden de makers van de Grondwet precies?’’

In de laatste decennia van de achttiende eeuw, toen Amerikanen het recht op wapenbezit voor het eerst echt claimden, was de strijd voor onafhankelijkheid van Engeland nog volop gaande. De Engelsen stuurden, uiteraard gewapende, soldaten naar de kolonie en de Amerikaanse kolonisten, die zich steeds minder Brits voelden, ervoeren dat als een bezettingsmacht van buitenaf. In die context eigenden ze zich het recht toe om zelf wapens te dragen en vrijwillige legers te vormen. Zo konden ze zichzelf beschermen en in opstand komen tegen de Britten. Uiteraard waren de wapens toen nog niet automatisch. Wel was er al vroeg debat over de vraag wie het gebruik ervan mocht reguleren, de staten of de federale overheid.

Ook later, in de negentiende en twintigste eeuw en tot vandaag de dag toe, bleef de sterke behoefte aan wapenbezit. Ongeveer een derde van de huishoudens heeft één of meer vuurwapens in bezit. Amerikanen zijn traditioneel niet dol op een sterke staat en dus ook niet op politie. Zeker in de zuidelijke en westelijke staten leeft de overtuiging dat je jezelf moet kunnen beschermen. Als er iemand onuitgenodigd in je huis of op je land komt, mag je in veel staten op diegene schieten. Bij afgelegen huizen staat vaak aangekondigd dat de eigenaar van dit recht gebruik maakt.

Slaven

Slaveneigenaren in de negentiende eeuw hadden wapens nodig om hun macht over hun slaven te behouden. En ook na de afschaffing van de slavernij werden zwarten vaak het slachtoffer van schutters die eigen rechter speelden. Het is dus niet gek dat zowel de 21-jarige blanke dader van de schietpartij in Charleston, in de zuidelijke staat South Carolina, als de meeste zwarten die aanslag zagen als deel van een lange traditie.

Je zou denken dat meer politie een oplossing is, maar dat valt in praktijk tegen. Ook de politie schiet vaak mensen dood. Een zwarte Amerikaanse collega vertelde dat in New Orleans, waar hij vandaan komt, de politie standaard een wapen trekt als ze je staande houden – uit voorzorg, omdat iedereen gewapend kan zijn. Michael Brown, de achttienjarige die in Ferguson werd doodgeschoten door een agent, lijkt hiervan het slachtoffer te zijn geworden. De agent was alleen, nerveus, en bang voor de uit de kluiten gewassen, boze, zwarte jongeman, en schoot. Brown was ongewapend. Tamir Rice, een zwarte jongen van twaalf, zwaaide met een neppistool en werd door agenten preventief doodgeschoten. Ze dachten – begrijpelijk – dat het pistool echt was. De vraag is wel welke wet de jongen precies overtrad: in Ohio is het niet verboden om openlijk een wapen te dragen.

Het is volkomen helder dat wij in Nederland beter af zijn door het verbod op vuurwapenbezit, maar zo’n verbod gaat er in Amerika echt niet komen. In een Mexican stand-off gooit natuurlijk niemand als eerste z’n wapen weg en bovendien is wapenbezit een traditie en symbool van zelfredzaamheid waar veel Amerikanen, van alle politieke kleuren, aan gehecht zijn. Steve Scalise zelf zal vast ook niet van mening veranderen.

Dr. Sara Polak doceert aan de Universiteit Leiden Amerikanistiek. Voor deze krant beschouwt ze de ontwikkelingen in de Amerikaanse politiek.

Meer nieuws uit Nieuws