Lodewijkkerk geeft heilige Jacobus zijn hoed terug

Bronsgieter en mede-eigenaar Noud Kemner (l) overhandigt vrijwilliger Jan Dingjan de nieuwe hoed.

Bronsgieter en mede-eigenaar Noud Kemner (l) overhandigt vrijwilliger Jan Dingjan de nieuwe hoed.

Wilfred Simons
Leiden

,,Deze keer lassen we hem stevig vast, zet u dat maar in de krant.’’ Pastoor Jeroen Smith van de Heilige Lodewijkkerk in Leiden kijkt streng terwijl hij het zegt, maar hij is ook blij. De heilige Jacobus, die sinds 1982 de centrale nis boven de toegangspoort siert, krijgt zijn hoed terug.

Naar de heilige Lodewijk heet de rooms-katholieke kerk aan het Steenschuur sinds de ramp met het kruitschip in 1807. Koning Lodewijk Napoleon toonde zoveel betrokkenheid bij de nasleep van de ramp, dat de dankbare gelovigen in 1809 de kerk indirect naar hem vernoemden. Maar op deze plek aan het Steenschuur stond in de 15de en 16de eeuw een gastenverblijf en een kapel voor pelgrims die naar Santiago de Compostella reisden, en dus is de plek ook verbonden met Jacobus de Meerdere, één van de apostelen van Christus. De toren van de kerk heet nog altijd Sint Jacobstoren.

Pelgrim

Sinds juni 1982 staat in de timpaan boven de entree van de Lodewijkkerk een bronzen beeld van Jacobus. De Lissese kunstenares Heidemarie Florentine Groeneveld-Kordt deed er twee jaar over om het te maken. De heilige is afgebeeld als pelgim, met een schelpvormige mantel, een staf, een drinknap en een hoed. Die hoed droeg hij niet op zijn hoofd, maar lag los, links op de kroonlijst waarop het beeld staat.

Ergens in het begin van de jaren ’90 is de hoed verdwenen. Volgens vrijwilliger Jan Dingjan is dat vermoedelijk gebeurd toen de toren in de steigers stond tijdens een grote restauratie. ,,Vandalen konden er toen gemakkelijk bij.’’

Vijfentwintig jaar moest Jacobus de Meerdere het zonder hoed doen, totdat een parochiaan met wat geld te besteden, bij Dingjan aanklopte met het voorstel om een nieuwe te laten maken. Wie dat is, wil Dingjan niet zeggen, want de betrokkene wil niet bekend worden. De Lissese kunstenares die het beeld had gemaakt, konden hij en pastoor Smith niet terugvinden, maar zij wisten nog wel dat het beeld was gegoten bij de firma Kemner in Cuijk. De hoed kon niet opnieuw worden gegoten, want mallen van het beeld - en van de hoed - had Kemner niet. Dat is wel verklaarbaar, zegt bronsgieter en mede-eigenaar Noud Kemner. ,,Als het beeld een unicum is, gaat het oorspronkelijke ontwerp in het gietproces verloren.’’

Om die reden vroeg Kemner kunstenares Liesbeth Peters-Rutten, die een atelier heeft in het Limburgse plaatsje Leunen, om een replica te maken op basis van de overgeleverde foto’s. Een paar weken geleden kon het attribuut, met de kenmerkende sint-jacobsschelp, opnieuw worden gegoten en gisteren was het zover: de heilige kreeg zijn hoed terug. Door een coating van koperoxide is hij nu nog zwart, maar volgens Noud Kemner verkleurt hij in de loop der jaren naar grijsgroen, de kleur die het beeld ook heeft.

Nog altijd is de Lodewijkkerk een ’statie’ voor pelgrims die naar Santiago de Compostela gaan. Jaarlijks komen er ’tussen de tien à twintig’ bij pastoor Smith een stempel halen voor in hun pelgrimspas. ,,Je herkent ze meteen aan hun rugzakken en zwaar bepakte fietsen’’, zegt Dingjan. Desgevraagd geeft Smith ze ook een zegening voordat ze verder trekken, naar Den Haag, Breda, Namen en zo verder naar Noord-Spanje. Aan het Steenschuur wacht de heilige Jacobus ze op - nu weer met hoed.

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.