Studie Nederlands staat onder druk, wat nu?

Studie Nederlands staat onder druk, wat nu?
’Taal mentaal’ werkgroep jaar 1 Universiteit Leiden door Sjef Barbiers, hoogleraar Nederlandse Taalkunde.
© Foto Leidsch Dagblad
Leiden

Een groot tekort aan docenten Nederlands in het middelbaar onderwijs dreigt. Steeds minder mensen kiezen voor de universitaire studie Nederlandse Taal en Cultuur. Deze al jaren zichtbare trend vraagt om een andere invulling van de studie, maar ook zeker van het vak Nederlands op middelbare scholen. ,,Het besef groeit dat er iets moet veranderen’’, zegt hoogleraar Marc van Oostendorp, die aan de Radboud Universiteit Nijmegen Nederlands en Academische Communicatie doceert.

Opleidingen die dreigen te verdwijnen en een almaar afnemend aantal studenten. Veel talenstudies in het hele land herkennen deze ontwikkelingen. Vooral de studie Nederlands heeft het zwaar te verduren. ,,Sinds 2010 is het aantal studenten Nederlands landelijk gehalveerd. Als deze trend zich doorzet, is het over dertig jaar afgelopen met de opleiding’’, waarschuwt Van Oostendorp. ,,Als de aanmeldingen blijven dalen, houden we in Nijmegen twee studenten over, in Leiden drie en in Amsterdam drie of vier.’’

Ook het onderwijs zal de gevolgen ondervinden. Het is de vraag hoeveel van de dertig studenten aan wie Van Oostendorp doceert, uiteindelijk docent Nederlands worden. ,,Het tekort aan hoogopgeleide leraren Nederlands, dat er nu al is, wordt gevuld met HBO-instromers, maar die hebben niet de bagage van universitair geschoolden.’

Structureel probleem

Hoogleraar Taalbeheersing Ton van Haaften van de Universiteit Leiden onderschrijft de zorgen van Van Oostendorp. ,,Het is een structureel probleem dat de interesse afneemt, omdat het een tekort aan leraren in het voortgezet onderwijs veroorzaakt. Dat zien we nu al bij het vak Duits. De opleidingen moeten nadenken over een nieuwe invulling’’, meent hij. Recent werd al het studieprogramma van de opleiding Nederlandse Taal en Cultuur herzien. Studenten hebben meer keuzeruimte gekregen en er is meer aandacht voor vakken over (nieuwe) media.

Toeval of niet, de Universiteit Leiden is de enige Nederlandse universiteit die breekt met de trend van een afnemend aantal studenten Nederlands. Voor de toekomst van de studie Nederlandse Taal en Cultuur wordt desondanks, ook door Van Haaften, gevreesd. ,,De belangstelling voor het studeren van een specifieke taal neemt af, en daar gaat naar mijn verwachting geen omslag in komen.’’

Toch lijkt er wel winst te behalen op een ander vlak. Dat is de inhoud van het vak Nederlands op het voortgezet onderwijs. Van Haaften: ,,Het middelbare schoolvak Nederlands komt weinig overeen met de wetenschappelijke opleiding, waardoor scholieren niet weten wat zij ervan kunnen verwachten.’’

De inhoud van het vak op de middelbare school wordt vaker gezien als kern van het probleem. Van Oostendorp, van 2007 tot en met 2017 werkzaam aan de Universiteit Leiden, krijgt vaak van studenten te horen dat het vak aan vernieuwing toe is. Hij heeft de afgelopen zes jaar nagedacht over een nieuwe invulling van het vak Nederlands op het voortgezet onderwijs en herkent de klachten van zijn studenten als geen ander. ,,Het vak moet inhoudelijker worden. Op dit moment heeft Nederlands eigenlijk geen eigen inhoud. Het draait om leren lezen, schrijven en spreken. Maar het échte lezen, schrijven en spreken over de inhoud leren de leerlingen bij de andere vakken. Zo leren ze bij geschiedenis lezen over een bepaald onderwerp. Bij Nederlands leren ze alleen de techniek van het lezen.’’

Er moet volgens Van Oostendorp veel veranderen om het vak aantrekkelijker te maken. ,,Poëzie, literatuur, verhalen vertellen over wat het betekent om Nederlander te zijn, of wat het betekent om mens te zijn, wat de taal ons leert over de geschiedenis van het land. Dat soort inhoudelijk onderwijs maakt het vak niet alleen interessanter, het ontwikkelt ook de taalvaardigheid, omdat de onderwerpen waarover wordt gesproken ertoe doen.’’

Voor de nieuwe invulling van het vak is van meerdere kanten hulp ingeroepen, legt Van Oostendorp uit. ,,Een groep leraren heeft vorig jaar de opdracht heeft gekregen om te onderzoeken hoe het onderwijs moet worden verbeterd. Dit zijn niet alleen leraren van middelbare scholen, maar ook van basisscholen. Bovendien is er een zogeheten meesterschap ingesteld, bestaande uit mensen van universiteiten.’’ Ook dit meesterschap, waartoe Van Haaften behoort, werkt aan plannen voor het vak Nederlands. Tot tevredenheid van Van Oostendorp. ,,Ik vind dat ze met goede ideeën komen. Nu moeten we ervoor zorgen dat ze ook werkelijkheid worden.’’

Juist daar ligt een moeilijkheid. Vernieuwingen kunnen niet van de ene op de andere dag worden doorgevoerd. ,,Het is een langzaam proces, waarbij veel groepen zijn betrokken die allemaal andere belangen hebben. Denk aan tienduizenden leraren, uitgevers van schoolboeken, de politiek en de wetenschap.’’

Meer nieuws uit Leiden

Keuze van de redactie