Recensie: Symbiose strijkers en Blaudzun

Blaudzun.

Blaudzun.© Foto Sven Signe den Hartogh

Lidy van der Spek
Leiden

De Stadsgehoorzaal zit bomvol. Dat gebeurt niet vaak wanneer Amsterdam Sinfonietta solo optreedt, onbegrijpelijk overigens. Half Leiden zou zich dat mogen aantrekken. Maar als dit niet te stuiten strijkorkest zich verbindt met andere, ’moderne’ disciplines blijft er geen stoel onbezet.

Frappant hoe twee soorten bezoekers zich ongecompliceerd mengen. Keurig middelbaar, grijs publiek dat speciaal voor Amsterdam Sinfonietta komt en jongere eigenzinnige popliefhebbers heffen eensgezind het glas op de symbiose tussen Blaudzun (artiestennaam van Johannes Sigmond) en dit inventieve strijkorkest.

De trouwe Sinfonietta-luisteraar wordt wellicht pijnlijk verrast door de pikdonkere zaal, een podium in nevelen gehuld, waardoorheen van alle kanten ingenieus en zeer doelgericht bundels snijdend licht worden gestuurd, in alle kleuren van de regenboog.

Na een pittig intro van het orkest komt Blaudzun in een zilverwitte manenstraal te staan, waarin het eerste liedje het sprookjesachtig doet: ’Voor wie ik liefheb wil ik heten’ uit de dichtbundel van Neeltje Maria Min in een arrangement van Wijnand van Klaveren. Een klein wiegend juweel, dat gespaard wordt voor de decibellen later op de avond.

Als klassiek geschoold mens is het mij nog steeds een raadsel waarom zo’n fantastisch inspirerend orkest in samenspel met die geweldige, ver reikende stem van Blaudzun zó veel versterking nodig heeft om te overtuigen. Heeft de Stadsgehoorzaal zelf al niet een bijzondere akoestiek?

Het programma zit goed in elkaar. Sinfonietta is een meester in de (schijnbare) improvisatiekunst. Moeiteloos gaat een ingetogen barokmelodie over van Bach naar Purcell, naar jazzy heftige pop. Sinfonietta begint in alle rust met slechts een viertal strijkers van wie concertmeester Candida Thompson superieur het voortouw neemt, waarop Blaudzun licht en puur ’Cold Song’ uit ’King Arthur’ zingt als een Engelse koorknaap.

Een totaal andere sfeer heerst in de Franstalige liedjes van Serge Gainsbourg over l’amour en le soleil. Blaudzun, hoewel min of meer onverstaanbaar, geeft niettemin die typisch Franse sfeer weer, zwoel, rokerig, licht decadent, romantisch begeleid in zachte windvlagen van violen, geaccentueerd door prettig slagwerk dat kleine accenten legt. De geesten vliegen je gruwelijk gierend, joelend jagend om de oren in ’Ghosts’ (arrangement Sietse van Gorkum).

Blaudzuns geest komt uit de fles als hij ons vergast op een ode aan de herfst in een warm voldragen ’Heavy flowers’. Én aan zijn idool zanger/dichter Martijn Teerlinck die op 26-jarige leeftijd overleed. Beiden voelen zich het rijkst, het meest compleet in het najaar, in de laatste goudgloeiende stuiptrekkingen van zomerse schoonheid. Met zijn ijle kopstem laat hij de wind door de bomen fluiten, toont hij een rijke druivenoogst boven zoemend tromgeroffel. Op lange zuchtende lijnen sluit hij gordijnen, vraagt (met Spinvis) ’als je zo lief wilt zijn, kus me dan…als je zo lief wilt zijn…bijt dan mijn tong af…’ Waarop donkergrauwe baslijnen, vlinderlichte violen, dampbellen, klokjes, eindeloze, tedere herhalingen in Chicago uit ’Come on, feel the Illinoise’, met licht hallucinerend effect. Nou ja, sfeer, expressie, virtuositeit, verwarring, extase te over, als uit een hoorn van overvloed stromend.

Concert: Amsterdam Sinfonietta met Blaudzun (Johannes Sigmond, Jakob Sigmond en Franc Timmermans). Gehoord: 11-1, Stadsgehoorzaal, Leiden.

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.