Premium

Genieten van bier, quasars en exoplaneten

Genieten van bier, quasars en exoplaneten
Quasars met een biertje, Huub Röttgering legt uit.
© Foto Leidsch Dagblad
Leiden

Het is een drukke maandagavond in grand café de Burcht. Glazen met donker bier en dikke schuimkragen gaan over de bar terwijl bezoekers speuren naar een stoel om op te zitten. De sfeer doet vermoeden dat er een cabaretier op bezoek komt, maar niets is minder waar. Vier Leidse hoogleraren zijn te gast om te vertellen over sterrenkundige ontdekkingen ter gelegenheid van het 444-jarige bestaan van de universiteit.

’Astronomy on Tap’ is de toepasselijke naam van een maandelijks evenement dat sterrenkunde toegankelijk moet maken. Desalniettemin is de gespreksstof duizelingwekkend: van supernova’s en zwarte gaten tot buitenaards leven op exoplaneten. Eén van de sprekers is dan ook Huub Röttgering, hoogleraar observationele kosmologie van de Universiteit van Leiden.

Quasars

Röttgering ’jaagt’ op de verste zwarte gaten van het universum en op quasars. Dat zijn zeer actieve sterrenstelsels die niet met het blote oog gezien kunnen worden, maar wel met radiotelescopen. „De quasars stralen extreem veel licht uit, en er is maar één verklaring waar die energie vandaan komt: zwarte gaten”, aldus Röttgering. De zwarte gaten in het centrum van de quasars slokken waarschijnlijk sterren en andere materie op waardoor radioflitsen ontstaan. Quasars kunnen een antwoord geven op de vraag hoe en wanneer sterrenstelsels zijn ontstaan.

Bij zijn speurtocht naar een ver gelegen zwart gat maakt hij gebruik van de gloednieuwe telescoop LOFAR. Over vijf landen - waaronder in Nederland - liggen maar liefst 25.000 antennes verspreid die de laagste radiofrequenties kunnen oppikken.

Röttgerings collega Ignas Snellen, hoogleraar observationele astrofysica, zoekt op zijn beurt naar buitenaards leven. Op het eerste gezicht, zegt hij, ’is de aarde niet speciaal’. ,,Hij ligt immers maar in het randgebied van de Melkweg en draait om de zon heen. Maar wie beseft dat de omstandigheden precies zo zijn dat er mensen kunnen leven, ziet al snel dat de aarde wel degelijk uniek is. Zijn er niet meer planeten zoals de aarde?”

Daarvoor moet een exoplaneet precies in de bewoonbare zone liggen. ,,Niet te dicht bij de zon zoals Venus, maar ook niet te ver van de zon zoals Mars. Verder is het cruciaal dat er vloeibaar water aanwezig is”, zegt Snellen. Op Mars is vermoedelijk ooit water geweest, en Snellen sluit dan ook niet uit dat er ooit leven was. Maar voor zijn zoektocht naar buitenaards leven kijkt hij verder dan Mars.

Exoplaneten zijn heel algemeen. Sommigen daarvan lijken veel op de aarde, zoals Proxima B, die twee jaar geleden werd ontdekt. In tegenstelling tot quasars stralen exoplaneten weinig licht uit. Astronomen proberen exoplaneten op te sporen met een zogeheten transitie-methode. ,,Als een planeet voor een ster langs beweegt, blokkeert hij een deel van het sterrenlicht”, legt Snellen uit. Het sterrenlicht wordt dan gefilterd door de atmosfeer van deze passerende exoplaneet en bereikt daarna het oog van de sterrenkundige.

Hier in Leiden gebruiken Snellen en zijn collega’s de transitie-methode om te ontdekken uit welke gassen de planeet bestaat. Zo kan worden bekeken of er zuurstof op die planeten is, een belangrijke indicatie van leven. Op aarde was er bijvoorbeeld lange tijd alleen stikstof. Met het ontstaan van leven kwam er echter een grote hoeveelheid zuurstof bij.

Op het moment zijn er nog geen telescopen beschikbaar met het vermogen om veelbelovende exoplaneten, zoals in het sterrenstelsel Trappist-1, te bestuderen. Wel wordt er in Chili gewerkt aan een telescoop die het kan. ,,Over acht jaar zullen we weten of er buitenaards leven is’’, sluit Snellen met een knipoog af.

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.