Lokaal op de kaart: Altijd een element van onvrede

Lokaal op de kaart: Altijd een element van onvrede
Hoogleraren politicologie Joop van Holsteijn en Ruud Koole.
© Foto taco van der Eb
Leiden

Op woensdag 20 maart zijn er verkiezingen voor de Provinciale Staten. Wat zal het worden? De landelijke politieke partijen gaan voor beide verkiezingen campagne voeren. Maar voor de provinciale verkiezingen is er ook een alternatief: stemmen op een lokale politieke partij. Dat kan via de LPZH, de Lokale Partijen Zuid-Holland. In een serie verhalen kijkt verslaggever Gijs Korevaar naar de lokale partijen in Leiden en omgeving als opmaat naar de verkiezingen later dit jaar. Vandaag de laatste aflevering: de mening van de wetenschap.

De opkomst van lokale politieke partijen volgt op het verdwijnen van de ideologische band tussen landelijke partijen en hun achterban. Daardoor ontstond ruimte om lokaal een andere keuze te maken dan op andere niveaus. ,,Voor de langere termijn moeten deze partijen wel een visie ontwikkelen, anders dreigen zij een optelsom van individuele wensen te worden’’, zegt Ruud Koole, hoogleraar politicologie aan de Leidse universiteit.

Juist de monopoliepositie van landelijke partijen was een reden voor initiatieven om lokale partijen te vormen. Zo stemde bijna iedereen bezuiden de grote rivieren traditiegetrouw op de KVP (Katholieke Volkspartij). In de gemeenteraden was bijna geen keuze in het stemhokje. ,,Daarom heeft de KVP ’toegestaan’ dat in gemeenten een lokale partij kon deelnemen. Dat waren dan KVP’ers die lokaal een eigen beweging startten, maar bij landelijke verkiezingen braaf KVP bleven stemmen’’, zegt Koole.

De ’doorbraak’ van lokale partijen boven de grote rivieren volgde later, in 1994, en had volgens Koole alles te maken met de doorwerking van de ontzuiling. De band met de grote volkspartijen verminderde, de ideologische band verzwakte en kiezers keken meer om zich heen. ,,Oegstgeest was een van de eerste gemeenten met een lokale partij.’’

Problemen

Initiatiefnemers hebben vaak al enige lokale bekendheid opgebouwd. Maar provinciaal wist de lokale politiek in Zuid-Holland nog geen zetel halen. Bij provinciale verkiezingen treden lokale partijen immers buiten hun basis. Het levert problemen op met de lokale partijen van de buurgemeenten en het vermindert de bekendheid van de kandidaten.

Joop van Holsteijn, ook hoogleraar politicologie aan de Leidse universiteit, ziet bij de revival van de lokale politiek na 1994 ’altijd een element van onvrede’. De aanleiding is vaak ontevredenheid over een plaatselijk thema, zoals de aanleg van een busbaan of het sluiten van het dorpshuis. ,,De landelijke partijen kennen de lokale omstandigheden misschien minder goed’’, zegt Van Holsteijn. ,,En er is niet veel nodig om te starten. Als je je ergens druk om maakt, heb je maar een paar betrokken burgers nodig.’’

Maar die aanleiding heeft een schaduwzijde, meent Van Holsteijn. Als Het Grote Issue is opgelost, wat is dan nog de reden van bestaan? ,,Er is geen hechte ideologische band, geen omvattend verhaal naar de burgers meer. Maar organisaties, als ze er eenmaal zijn, hebben de neiging om te willen blijven bestaan. Stoppen terwijl het doel is bereikt, dat is op de een of andere manier toch zonde’’, zegt de hoogleraar.

De lokale partij moet iets anders verzinnen om het voortbestaan te rechtvaardigen. Koole: ,,Als er geen visie is, dan moet de partij oppassen dat het geen optelsom wordt van individuele wensen van de partijleden. De partij moet zich buigen over vragen als: Wat voor een gemeente willen we zijn, hoe gaan we om met het verenigingsleven, het groen in de stad... Daarbij zie je grote verschillen tussen de lokale partijen.’’

De kiezers blijven overigens voor een belangrijk deel binnen de landelijke ’keuzeset’, meent Koole. Wie landelijk links stemt, blijft dat ook bij verkiezing van de gemeenteraad links van het midden stemmen. Dat kan lokaal zijn als die partij zich in dat spectrum bevindt. ,,Mensen blijven binnen de grenzen van de links-rechts schaal, alhoewel het klassieke stemmen steeds minder plaatsvindt. Nederland heeft een van de meest instabiele electoraten van Europa en dat maakt de afzonderlijke politieke partijen heel kwetsbaar’’, aldus Koole.

De landelijke partijen zien de opkomst van de lokale concurrenten met lede ogen aan. ,,Elke nieuwkomer is een extra concurrent, een bedreiging’’, weet Van Holsteijn. Tot een paar jaar geleden werden die lokale bedreigingen afgedaan met sneren als ’one-issue partijen’ of ’rechtse populisten’. Maar nu is gebleken dat het blijvertjes zijn en dat er ’serieuze, plaatselijk betrokken personen’ bij zijn, moeten de afdelingen van de landelijke partijen zich aanpassen, betoogt Van Holsteijn.

Voor de bestuurbaarheid van de gemeenten maakt de intrede van de lokale partijen weinig verschil, meent Koole. ,,Ze doen het op zich niet slechter.’’ Versplintering ziet hij wel als een probleem. ,,Elke mening een eigen partij. Dat is niet te wijten aan de lokale partijen, maar het maakt wel dat de fragmentatie toeneemt’, aldus Koole.

Rekruteren

Tegen die trend is niet zo heel veel te doen, meent hij. De kiezers wisselen dan wel vaak van partij, maar niet lukraak. Het partijsysteem is stabieler dan men op het eerste gezicht zou denken. Wel zou men volgens Koole bijvoorbeeld een hogere waarborgsom kunnen vragen om mee te mogen doen aan lokale verkiezingen, of meer handtekeningen verplicht stellen om de lijst te kunnen indienen.

Een structureel probleem, en niet alleen bij lokale partijen, is het rekruteren van goede raadsleden en bestuurders. Bij het samenstellen van lijsten staat het al snel vol met bekenden van elkaar. Ze hebben bij elkaar op school gezeten, gezamenlijk op de voetbalclub of men is familie van elkaar. ,,Dat hoeft geen probleem te zijn, maar als het fout gaat, kun je je niet verstoppen in de anonimiteit van een grote groep. Het komt snel erg dichtbij. Het beste is dan ook dat je binnen de politiek niet met directe familie in een hiërarchische verhouding zit’’, zegt Ruud Koole.

Over de kleinere kweekvijver van lokale partijen maakt Van Holsteijn zich absoluut niet druk. ,,Dat is een achterhaalde claim van landelijke partijen’’, zegt hij erover. Want sedert de dualisering – de wethouder is geen raadslid meer en legt als bestuurder verantwoording van zijn handelen af aan de gemeenteraad – hoeft een bestuurder helemaal geen partijlid meer te zijn. ,,Ook lokale partijen kunnen iedereen vragen om voor hen in het college te gaan zitten. Die kweekvijver is dus in beginsel net zo groot als die van de landelijke partijen’.

Dit artikel is onderdeel van een serie over lokale politieke partijen, mede mogelijk gemaakt door het Leids Media Fonds.

Meer nieuws uit Leiden