Premium

Viel na de aanslag op de tram in Utrecht het T-woord te snel?

1/3

Terrorisme. Opvallend snel na de schietpartij in een tram in Utrecht viel de term van officiële zijde. Terecht, vindt de ene Leidse deskundige. Voorbarig en zelfs gevaarlijk, waarschuwt de andere.

’De instanties bleven rustig’

Het was volgens terrorismedeskundige Edwin Bakker goed dat meteen werd gezinspeeld op een mogelijk terroristisch aspect. „In Engeland is de lijn: als we het niet zeker weten, gaan we uit van terrorisme. In Utrecht was in eerste instantie sprake van een schietpartij op straat. In het licht van recente aanslagen kun je terreur dan niet uitsluiten. Je moet er rekening mee houden.”

„Meer is er ook niet gebeurd. De instanties, politie, NCTV, zijn rustig gebleven. Ze gingen verstandig om met de term terrorisme door vol te houden dat er rekening mee werd gehouden, zonder al een oordeel te geven”, meent de Leidse hoogleraar terrorisme en contraterrorisme.

Natie

Alleen de premier vergaloppeerde zich enigszins, volgens Bakker. „Door meteen te zeggen dat onze natie sterker is dan fanatisme en geweld deed hij alsof al vaststond dat dit een terroristische daad was.”

De mogelijkheid van terreur níet noemen, zou veel kwalijker zijn. „Dan gaat het helemaal los in de media”, huivert Bakker. Hij is mild over de Haagse burgemeester Pauline Krikke, die na de steekpartij op bevrijdingsdag vorig jaar bekend maakte dat het ging om een actie van een verwarde man en niet meer dan dat.

„Een casus die ik regelmatig behandel met mijn studenten. Op dat moment stond de dader bekend als iemand die psychiatrische hulp kreeg en die recent zijn meubilair op straat had gegooid. Een verwarde man dus. Pas later kwamen er signalen over andere, jihadistische motieven. Het beeld is vertroebeld, het is aan de rechter.”

Terug naar Utrecht. Communicatie was ook de zichtbare aanwezigheid van special forces, zegt Bakker. „Laat maar zien wat je in je arsenaal hebt. Het machtsvertoon heeft iets engs, maar is tegelijk ook geruststellend. En logisch: ’there’s a guy with a gun out there’.”

Tramschutter Gökmen T. lijkt een bijzonder geval. Bakker: „Dat hij vluchtte na het schieten, wijst niet op jihadisme. Dan had hij zichzelf laten doodschieten. Ik denk dat het bij hem allebei is.”

„ Een persoonlijk motief en een zweem politiek, anti-westers, anti-maatschappij. Wat is er in godsnaam in die tram gebeurd dat hij ging schieten op mensen die hij niet kent? Waarom zat hij in die tram? Ging het toch om iemand die hij volgde in de tram die ervoor reed?”

Symbolisch

Ook de plek van de aanslag zorgt voor twijfel. „Bij andere casussen zijn de locaties symbolisch. Een kerstmarkt, de Westminster Bridge bij het Britse parlement, een drukke boulevard. Niet een tram ergens buiten het stadscentrum.”

Bakker wijst erop dat in Utrecht al na een paar uur duidelijk was dat de dader niet alleen een drank- en drugsverslaafde crimineel is, maar ook een link heeft met salafisme en extremisme. „We wéten dat zo’n achtergrond kan leiden tot een heftige daad om in een keer al je zonden af te wassen. In naam van God, of van IS.”

En dan is er nog het briefje met de verwijzing naar moslimbroeders, de gekaapte vluchtauto, het overmaken van geld kort na de schoten. „Dit suggereert rationeel gedrag”, constateert Bakker.

’En het is ook nog een Turk’

Meteen spreken over een ’eventueel terroristisch motief’, wat de politie deed, was fout en zelfs gevaarlijk. Dat stelt Maartje van der Woude, hoogleraar rechtssociologie aan de Universiteit Leiden. „De overheid heeft de taak te voorkomen dat er paniek wordt gezaaid.”

En paniek wás er maandag in Utrecht. Het duurde even voordat duidelijk werd dat meldingen over schietpartijen elders in de stad loos alarm waren en het dringende advies binnen te blijven kon worden opgeheven.

Christchurch

„Niet gek natuurlijk, zo kort na Christchurch. En ook niet vreemd dat de politie direct reageert. Schietincidenten zijn in ons land een uitzondering. Het gaat om de vraag ’wat melden we de samenleving?”’

De overheid had zich meer rekenschap moeten geven van de steeds toenemende spanningen rond de islam en de moslimgemeenschap, islamofobie. „Voorkomen had moeten worden dat zonder dat alle feiten bekend waren direct het label terrorisme aan dit voorval werd gehangen.”

De hoogleraar wijst op de definitie van een terroristisch oogmerk in het wetboek van strafrecht. „Er moet sprake zijn van twee belangrijke componenten. Eén: overtuiging, een bepaalde gewelddadige ideologie of geloofsovertuiging.

En twee: handelen op basis van die ideologie of overtuiging. In de praktijk wordt vaak de conclusie ’terrorisme’ getrokken op basis van het geweld. Hoe verwerpelijk ook, uit handelingen alleen kan en mag je niet het motief aflezen. En vice versa.”

Gek

Het publiceren van de volledige naam van de hoofddader maakte het nog makkelijker om het op terrorisme te gooien. „En het is ook nog een Turk”, was alom de reactie op sociale media. ’Dus zal het wel terrorisme zijn’. Van zo’n redenering denk ik: dit is heel erg gevaarlijk. Het kan ook zomaar een gek zijn.”

De overheid, de journalistiek, maar ook collega-wetenschappers moeten op hun woorden letten, zegt Van der Woude. „De link wordt gelegd tussen relatieproblemen en radicaal gedrag. Dus? Moet de NCTV (Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, red.) iedere moslim in de gaten houden die relatieproblemen heeft en bij een psycholoog loopt?”

Ze benadrukt dat wetenschappelijk onderzoek geen uitsluitsel geeft. „Waarom iemand radicaliseert, daar is geen peil op te trekken. Dat blijkt bijvoorbeeld uit onderzoek naar de achtergronden van de Hofstadgroep.”

Vatbaar

Wat volgens de Leidse wél wetenschappelijk is onderbouwd, is dat polarisering en stigmatisering een voedingsbodem zijn voor radicalisering. „Framing, discriminatie. Mensen onderschatten nog altijd de macht van woorden. Dat zie je niet alleen in ons land, dat zie je overal. Iemand die zich niet herkend, erkend en gerespecteerd voelt is vatbaar voor radicale ideeën. Daar spelen clubs als IS op in.”

Een wat softe boodschap, zegt ze. „Maar toch. Ik ben er heilig van overtuigd dat een hardere aanpak niet zal leiden tot het gewenste resultaat. Het gaat erom dat we met z’n allen kunnen samenleven.”

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.