Premium

Nationaal Wielersport Museum verzandt in luchtfietserij [audio]

Nationaal Wielersport Museum verzandt in luchtfietserij [audio]
Gerrie Hulsing met een kampioenstrui.
© Archieffoto Dré Prijs
Oostzaan

Zes jaar lang ventte hij zijn missie uit. Gerrie Hulsing beijverde zich voor de komst van het Nationaal Wielersport Museum. Hij verwierf collecties, dankzij talrijke schenkingen. De Zaankanter schermde met locaties, maar telkens kwam er iets tussen. Zodoende groeide de scepsis en rees de vraag: is het een levensvatbaar plan of luchtfietserij?

Juist nu Gerrie Hulsing onder vuur is komen te liggen, wordt hem de helpende hand toegestoken. Een groep onder aanvoering van oud-wielerprof en -bondscoach Rini Wagtmans heeft, om met wijlen Gerrie Knetemann te spreken, ’het karretje in de poep gereden’.

Ofwel: de aanval van criticasters, die Hulsing op sociale media beschimpten, is gepareerd. Om zo, om in wielertermen te blijven, de koers te neutraliseren en in een volgend stadium de tegenstanders met een demarrage te verrassen.

Pelotonvulling

Maar daarover later meer. Eerst even terug in de tijd, naar het najaar van 2012. Gerrie Hulsing geniet in de Zaanstreek enige bekendheid als de ’chroniquer’ van wielerclub Door Training Sterk.

Hij, de man die op 13-jarige leeftijd profrenner wilde worden maar als amateur – volgens eigen zeggen – ’pelotonvulling’ was, heeft de geschiedenis geboekstaafd van de club waarvoor hij eerst reed en later bestuurslid was.

Ook brengt hij, onder de noemer Zaanse toppers, biografieën uit van onder meer Cees Stam, de drievoudig wereldkampioen stayeren, en Piet de Wit, die twee keer ’s werelds beste bij de amateurs was.

Naast auteur en uitgever in eigen beheer is de Wormerveerder een verwoed verzamelaar van wielermemorabilia. Dat brengt hem op het idee een Zaans Wielersport Museum te beginnen. Aanvankelijk dan.

Al snel het opkomen van dat idee zet Hulsing hoger in: het woord ’Zaans’ ruilt hij in voor ’Nationaal’. Uitgerekend op het moment dat bekend wordt dat het Huis van de Wielersport in Oldenzaal, ondanks een toegekende subsidie van een miljoen euro, er niet komt.

Hoewel Joop Zoetemelk, Jan Janssen en Hennie Kuiper in het comité van aanbeveling zitten en het imposante archief van de Noord-Hollandse wielerhistoricus Wim van Eyle – een hele eeuw beslaand – al is aangekocht, ontbreken de financiële middelen om door te pakken.

Lees ook: Oostzaan wil Nationaal wielermuseum

Die pas op de plaats tempert Hulsings ambitie niet, integendeel. Hij ziet geen beren op de weg. Niets weerhoudt hem ook. In tegenstelling tot de meeste Europese landen kent Nederland geen museumwet. De titel ’museum’ is dan ook niet beschermd, en criteria liggen dus geenszins vast.

„Maar sinecure is het allerminst”, benadrukt voorzitter Mirjam Pragt van het Landelijke Contact van Museumconsulenten, dat als doel heeft kwaliteitsverbetering van musea en vergroting van het publieksbereik. „Er komt veel bij kijken, waarbij het succes wordt bepaald door de opzet én de locatie. Er moet een goed verhaal zijn, een rode draad die het publiek aanspreekt. Passend in de omgeving, want anders trek je geen betalende bezoekers.”

Iconen

„Wil je een kans van slagen hebben, dan is het zaak een collectie te presenteren rondom de grote kampioenen en iconen”, meent William van Peers, als hij oordeelt over het Nederlandse initiatief. Van Peers is de kleinzoon van wijlen Wim van Est, in 1951 de eerste Nederlandse klassementsleider in de Ronde van Frankrijk en twee jaar later ook in de Ronde van Italië.

Hij is nog altijd in het bezit van die gele Tour-trui en het roze Giro-tricot, net als dat hij het Pontiac-horloge heeft dat Van Est droeg toen hij in diezelfde Tour zeventig meter diep het ravijn van de Aubisque in donderde en vrijwel ongedeerd bleef. Collectors items met een uniek verhaal dus, en in die zin van onschatbare waarde.

Wie op de website van het virtuele Nationaal Wielersport Museum de huidige collectie – op acht plekken in Noord-Holland opgeslagen – bekijkt, zal het leidmotief niet kunnen achterhalen. Hulsing beperkt zich niet tot de grote namen of gebeurtenissen, maar vergaart een allegaartje: parafernalia van wijlen Gerrie Knetemann maar tevens spullen van onbekende amateurs.

Museumconsulente Pragt: „Verzamelaars hebben de neiging heel veel te willen hebben, terwijl het voor musea juist om gerichte aanwinsten gaat.”

En in die verzamelwoede gaan ze ver, stelt Van Peers. „Dan krijg ik bijvoorbeeld een vriendschapsverzoek op Facebook en als ik dat accepteer volgt de brutale vraag: ’Kan ik een trui krijgen?’ Vaak ook nog eens uit commercieel motief, want door renners geschonken truien staan vaak kort erna te koop op Marktplaats.”

Lukt het Hulsing talrijke schenkingen los te weken, de museumlocatie laat nog altijd op zich wachten. In 2016 schermt hij met De Rijp als vestigingsplaats. In mei van dat jaar wordt voor de beoogde locatie geen omgevingsvergunning verleend. Toch blijft de initiatiefnemer tot het einde van dat jaar de suggestie wekken dat het een kwestie van tijd is dat de deuren opengaan.

Hij post zelfs een foto die insinueert dat aan de inrichting wordt gewerkt, totdat iemand erop wijst dat op de foto een expositieruimte van Museo del Ciclismo in het Spaanse Santander te zien is. Dan reageert Hulsing met de opmerking dat het een ’geleende foto’ betreft, slechts bedoeld om een ’indruk te geven hoe het/een museum er uit kan zien’.

Afwijzing

Na de afwijzing in De Rijp verlegt Hulsing het vizier naar het Brabantse Lage Zwaluwe. Daar wordt hem een pand van 700 vierkante meter aangeboden en wil de eigenaar, een wielerfanaat, bovendien financieel garant staan voor de exploitatie.

Maar als de vergunningen nagenoeg rond zijn en hij spijkers met koppen kan slaan, haakt Hulsing af. Met als voornaamste reden dat hij ook in Oostzaan terecht zou kunnen. Het is dan najaar 2017.

Weliswaar volgt nadien ’vooroverleg zonder formele status’ met een ambtenaar van de gemeente Oostzaan en wordt er enkele keren gesproken met het bestuur van de Stichting Sporthal Oostzaan, de plek waar het museum zou moeten verrijzen.

Die twee partijen stellen zich daarentegen afwachtend op. Een gedegen businessplan ontbreekt en er is geen financiële dekking voor het becijferde bedrag van 600.000 euro voor de uitbouw van de sporthal, zo luidt de argumentatie van het sporthalbestuur. Dat is niet verwonderlijk.

Meer dan, naar verluidt, 125 euro uit een doneeractie en een loterij waar van de 600 loten à 30 euro slechts een fractie is verkocht, heeft Hulsing niet bijeengesprokkeld. Gevolg: een impasse, sinds het laatste gesprek eind februari. Hulsing is terug bij af, al houdt hij op Facebook de schijn op dat er schot in de zaak zit.

De erfgenamen van Lei Pepels, die eind 2016 een archief van 85 jaar wielerhistorie met zeldzame lectuur aan Hulsing afstonden, en olympiër Henk Faanhof, die begin 2015 onder meer de oorkonde voor de wereldtitel bij de amateurs uit 1949 weggaf, maken zich ondertussen zorgen.

Nu, respectievelijk tweeënhalf en vier jaar na dato, twijfelen ze of hun gulle giften een verstandige beslissing zijn geweest, aangezien zij vrezen dat van uitstel afstel komt. Ze overwegen de persoonlijke bezittingen met emotionele waarde terug te vorderen, al staat er niets op papier over bruikleen of randvoorwaarden.

Patstelling

De huidige patstelling heeft argwaan gewekt bij enkele volgers. Onrust die zich de afgelopen twee maanden in een hetze op socialenetwerksites vertaalt. De aanklacht: Hulsing verwerft onder ’valse voorwendselen een verzameling’ voor een museum ’dat een utopie is’.

Hulsing blijft, op zijn beurt, volhouden dat het museum er komt, ’linksom of rechtsom’. Dat laatste valt te bezien, nu de ’groep-Wagtmans’ achter de schermen onlangs een alternatief plan heeft ontvouwd.

Deze vijftien ’prominenten’, onder wie ook politicus en voormalig bondsdirecteur Joop Atsma en ex-renner Jacques Hanegraaf, willen het Nederlandse wielererfgoed onderbrengen in een opslagruimte die als openbare bibliotheek moet fungeren.

„Het gaat ons erom dat dit erfgoed wordt veiliggesteld en goed geconserveerd, zonder geldelijk gewin of effectbejag”, aldus Wagtmans.

„Een museum past niet in ons streven, vanwege de hoge exploitatiekosten. Bovendien willen we voorkomen dat, bij gebrek aan publieke belangstelling, het museum alweer snel dicht moet en het archief, de relikwieën en memorabilia daarna in verkeerde handen vallen.”

Hulsing is gevraagd zich achter het project te scharen, met de verplichting de door hem vergaarde collectie af te staan. Hij bevestigt te hebben ingestemd. Oostzaan als vestigingslocatie lijkt derhalve definitief van de baan te zijn. Temeer daar Wagtmans opteert voor wielermekka Valkenburg. „Al is dat geen uitgemaakte zaak.”

Verantwoording

Bij de totstandkoming van dit artikel is gesproken met een woordvoerder van de gemeente Oostzaan, leden van het sporthalbestuur in Oostzaan, de eigenaars van de panden in De Rijp en Lage Zwaluwe, verzamelaars die memorabilia en parafernalia hebben afgestaan, personen die goed bekend zijn met het verzamelaarswereldje, de voorzitter van de vereniging van museumconsulenten, de voorzitter van Stichting de Grote Molen/Vrienden van Nationaal Wielersport Museum en het Platform Toerisme Oostzaan, een woordvoerder van recreatieschap Het Twiske en Rini Wagtmans. Met Gerrie Hulsing tot slot is een urenlang interview gedaan. Andere bronnen bestaan uit mailcorrespondentie, andere digitale documenten en eveneens is kennisgenomen van uitingen op sociale media en uitlatingen in eerdere krantenartikelen.

Meer nieuws uit Sport

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.