Premium

’Van aarde tot oerknal’; na eeuw onderzoek geeft het heelal zijn geheimen nog niet prijs [video]

’Van aarde tot oerknal’; na eeuw onderzoek geeft het heelal zijn geheimen nog niet prijs [video]
Voorzitter Ewine van Dishoeck van de International Astronomy Union bekijkt de tentoonstelling ’Van aarde tot oerknal’.
© Foto Monique Shaw
Leiden

Wat is het heelal? Is de aarde de enige planeet met leven? Kunnen we ooit ruimtereizen maken? Heeft Albert Einstein gelijk met zijn relativiteitstheorie? Vragen die sterrenkundigen zich een eeuw geleden stelden, zijn nog altijd actueel, zo blijkt bij bezichtiging van de tentoonstelling ’Van aarde tot oerknal - 100 jaar op ontdekkingsreis door de kosmos’ in de Oude Sterrewacht aan de Sterrewachtlaan in Leiden. Sommige vragen zijn de afgelopen eeuw beantwoord, maar de meeste niet. Sterker, er zijn nieuwe raadsels bijgekomen, groter dan ooit, die waarschijnlijk over honderd jaar nog niet zijn beantwoord.

’Van aarde tot oerknal’ is een onderdeel van de viering van het honderdjarige bestaan van de Internationale Astronomische Unie (IAU), een vereniging van astronomen die daadwerkelijk in het onderzoek actief zijn. Omdat de Leidse hoogleraar Moleculaire Astrofysica Ewine van Dishoeck voorzitter van de IAU is, werd het eeuwfeest afgelopen woensdag ook in Leiden gevierd. ’Van aarde tot oerknal’ is vanaf vandaag geopend voor publiek.

De tentoonstelling geeft een boeiend overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen die de astronomie de afgelopen eeuw heeft doorgemaakt. Eén vraag uit 1919: ’waardoor schijnt de zon?’ is in de afgelopen eeuw wel beantwoord: door kernfusie, de samensmelting van waterstofkernen tot helium. Nieuwe vragen zijn: zijn er meerdere universa? Is het mogelijk om de relativiteitstheorie en de wetten van de kwantummechanica te verenigen tot een ’theorie van alles’?

(Verhaal gaat verder onder filmpje)

Spoetnik

Een belangrijke ontwikkeling in de afgelopen eeuw is de opkomst van de ruimtevaart. Vooral in de eerste twintig jaar ontwikkelde die zich snel. Was in 1957 de lancering van de eerste satelliet Spoetnik een wereldsensatie, twaalf jaar later zette Neil Armstrong al zijn beroemde eerste ’kleine stap’ op de maan. Nog geen zeven jaar later slaagden de Amerikanen er al in om twee Viking-ruimtewagentjes op Mars te zetten.

Daarna verloren ESA, NASA en de astronomische gemeenschap hun belangstelling voor bemande ruimtevaart. Ze bleken meer geïnteresseerd in betere manieren om sterren, sterrenselsels en de structuur van het heelal in beeld te brengen. Er kwamen investeringen in gigantische (radio- en infrarood)-telescopen, zoals ALMA in Chili en in ruimtetelescopen zoals Hubble, Gaia en Spitzer.

(Verhaal gaat verder onder filmpje)

Die nadruk op observatie heeft onder meer het inzicht in de eerste 500 miljoen jaar van het heelal enorm vergroot, zegt student en rondleider Naor Scheinowitz van de Oude Sterrewacht. Direct na de Oerknal was het heelal een gloeiend heet plasma van elementaire deeltjes. ,,Het lijkt erop dat de natuurwetten toen nog niet werkten zoals nu.’’

Een enorme doorbraak was de ontdekking van de eerste exoplaneet in 1988. Astronomen ontdekken ze nu aan de lopende band. Op het moment dat de tentoonstelling werd gemaakt, stond het aantal op 3812. Het cliché wil dat er geen reden is om aan te nemen dat ’wij alleen zijn’ in het heelal. Maar uit een bord waarop de 3812 planeten zijn geclassificeerd, blijkt dat slechts een enkele zoveel op de aarde lijkt, dat leven er waarschijnlijk is. ,,Het lijkt erop’’, zegt Scheinowitz, ,,dat het voor de natuur best moeilijk is om leven te maken - al helemaal hoog ontwikkeld leven dat op ons lijkt.’’

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.