Premium

Fred van Elburg zoekt al dertig jaar de oorlogsvader die nooit zijn vader was

Fred van Elburg zoekt al dertig jaar de oorlogsvader die nooit zijn vader was
Fred van Elburg met moeder Gré, vermoedelijk in 1943.
Amsterdam

Geboren in de oorlog, als peuter overgebracht naar een kindertehuis en na de oorlog opgehaald door zijn moeder en een man die niet zijn vader blijkt te zijn. Fred van Elburg (Amsterdam, 1942) zoekt bijgestaan door zijn drie kinderen al dertig jaar naar zijn biologische vader, een Pools/Duitse militair. Met moderne techniekende komt de familie steeds dichterbij.

De eerste herinnering van Fred stamt van kort na de oorlog. Hij woont in een kindertehuis in Haarlem en wordt in 1946, een jaar na het einde van de oorlog, opgehaald door zijn ouders. Hij raakt overstuur van deze voor hem vreemde mensen en wil niet met hen mee. Pas later, als ze terugkomen met een koetsje met een paard ervoor, gaat hij overstag.

Fred groeit als enig kind op in Amsterdam. Als hij op zijn 12e alleen thuis is en wat in een kastje rommelt, vindt hij papieren over een naamswijziging.

Bij Fred, nu 76 jaar oud, staat die middag in zijn geheugen gegrift: „Ik las in de papieren, dat ik niet als Alfred Andreas Jansen geboren was. Bij mijn geboorte had ik de naam van mijn moeder gekregen, van Elburg. Toen ik deze papieren aan mijn moeder liet zien, barstte zij in tranen uit. Zij vertelde, dat mijn vader niet mijn biologische vader was, maar mijn voogd. Ik was geboren uit een relatie met een Pools/Duitse soldaat. Voor mij was het natuurlijk een enorme schok om dat te horen. Maar het eerste gevoel dat ik had, was dat van een enorme opluchting. Voor mij werd in een klap duidelijk, waarom ik geen gevoelens had voor mijn stiefvader. Er was gewoon niets dat ons aan elkaar bond.”

Fred van Elburg zoekt al dertig jaar de oorlogsvader die nooit zijn vader was
Fred van Elburg in zijn jonge jaren.

Foto verscheurd

Omdat Fred zielsveel van zijn moeder houdt en haar geen verdriet wil doen, wordt er in het gezin verder niet over gesproken. De naam Alfred Badetski die zijn moeder noemde als zijn biologische vader, blijft jarenlang in zijn achterhoofd hangen. Het enige fotootje dat Gré van zijn vader heeft, wordt door zijn stiefvader verscheurd.

Zoals zoveel vrouwen die verliefd worden op een Duitse militair, heult zij niet met de vijand maar heeft zij met hem een liefdesrelatie. Met het adres van de moeder van Alfred op zak gaat zij naar Duitsland om hem te zoeken. Het blijkt dat Alfred gesneuveld is.

Vanaf oktober 1944 werkt Gré in Munster in een fabriek waar gasmaskers gemaakt worden. Wordt zij gedwongen daar te werken? Het blijft onduidelijk. Na haar terugkeer in Nederland trouwt zij met Gerard Jansen en komt Fred naar huis. Kort na haar vijftigste verjaardag overlijdt Gré aan botkanker. Het is 1967. Sommigen denken dat de kanker te maken heeft met de chemische stoffen waaraan ze in de fabriek blootgesteld.

Begin jaren negentig dient Fred een verzoek in voor wijziging van zijn achternaam. Via Koninklijk Besluit wordt de naam Jansen aangepast en kunnen hij en zijn drie kinderen verder door het leven met de naam ’Van Elburg’.

Fred van Elburg zoekt al dertig jaar de oorlogsvader die nooit zijn vader was
Fred van Elburg.

De naamswijziging wordt gevierd met een dagje uit in Elburg, vertelt Bas (49). Bas, zijn broer Iko en zus Muriël starten met vader Fred een zoektocht naar zijn echte vader. Bas van Elburg vertelt: „Via overgebleven familie, archieven, hulpinstanties in Nederland, maar ook in Duitsland hebben we geprobeerd het leven van Gré in kaart te brengen tijdens en vlak na de oorlog. De achternaam ’Badetski’ die Fred onthouden heeft, lijkt niet te kloppen. Dat bemoeilijkt de zoektocht enorm.”

Hechting

Nadat zijn horecazaak in Amsterdam is verkocht, verhuist Fred met zijn tweede vrouw naar Terschelling. Het feit, dat hij niet weet wie zijn vader is, maar ook niet weet waarom hij zo lang in een kindertehuis op zijn moeder wachtte, heeft zijn hele leven invloed op hem gehad.

Hij heeft in het kindertehuis geleerd om zich niet aan materiële zaken te hechten: „Als kind werd ik door mijn moeder enorm verwend met speelgoed. Niets was te gek, ik voelde zelf ook heel goed aan, dat het eigenlijk veel te veel was. Het was alsof ze iets wilde goed maken. Als vijfjarig kind weet ik mij te herinneren dat ik met een autopedje op straat speelde. Toen een van de buurtkinderen daar iets over zei, heb ik het zo weggegeven. Ik had geen idee, dat het speelgoed voor mij alleen was.’’

Fred heeft niet alleen weinig met spullen. In een mindere periode in zijn leven komt hij bij een psycholoog en wordt hem duidelijk, dat het hechten aan mensen voor hem ook moeilijk is. Na het overlijden van zijn vrouw heeft Fred weer meer tijd om na te denken en zet hij zijn zoektocht door: „Nu ik er al zoveel jaar mee bezig ben, wil ik ook weten wie mijn vader is. Voor mijzelf, maar ook mijn kinderen willen weten, wie ik nu eigenlijk ben.”

Wie was Gré van Elburg?

De zoektocht naar de vader van Fred, begint bij zijn moeder. Margreet (Gré) van Elburg, geboren in 1916 in Den Helder, ontmoet Freds vader in 1941. Vanuit haar ouderlijk huis aan de Vogelezang in Alkmaar, verhuist zij naar een kamer boven groenteboer Boersen aan de Payglop 14 (nu Breedstraat ) en werkt bij de familie als hulp in de huishouding. Daarnaast werkt Gré ook bij café de Instuif aan de Laat. Hoewel er in Alkmaar veel Duitse soldaten gelegerd zijn, is er van de oorlog de eerste jaren niet veel te merken en gaat het sociale leven gewoon door.

Waarschijnlijk leert zij Alfred in het café kennen. Hij zou van oorsprong uit een Poolse familie komen en verricht voor de Wehrmacht een soort politiewerk. Gré raakt zwanger, maar Alfred wordt teruggeroepen naar Duitsland. Gré verhuist daarom in maart 1942 naar Amsterdam en trekt bij haar tweelingzuster Corrie en haar man in.

Kort na de geboorte neemt Corrie de zorg voor Fred van haar over en reist Gré naar Duitsland, op zoek naar haar grote liefde. Na een paar maanden gaat Fred naar een andere zus van zijn moeder, tante Han de Nijs in Alkmaar. Doordat zij later de zorg niet aankunnen wordt Fred overgebracht naar het kindertehuis in Haarlem.

Zoeken naar oorlogsvader

Tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden 130.000 tot 150.000 meisjes en jonge vrouwen in Nederland een relatie met een Duitse militair. Uit deze relaties zijn ongeveer 10.000 kinderen geboren, zegt historicus Monica Diederichs, in 1945 geboren en een kind uit zo’n relatie. Zelf kwam zij dit pas op 13-jarige leeftijd te weten. Monica Diederichs heeft twee boeken geschreven over de lotgevallen van deze vrouwen en hun kinderen.

Veel kinderen kwamen er pas laat achter, dat zij een kind waren van een ’moffenmeid’. Een aantal van hen hoorde dit via een omweg, of pas bij het overlijden van hun moeder. Voor kinderen die verwekt zijn uit een relatie met een Duitse militair is het vaak moeilijk informatie te achterhalen over hun biologische vader.

Meestal was hun moeder na de oorlog met iemand anders getrouwd en werd er het zwijgen toe gedaan. Binnen de familie schaamde men zich en werd de relatie vaak doodgezwegen. In de omgeving werden de moeder, maar ook het kind, erop aangekeken. Deze kinderen hadden het meestal moeilijk. Als kind hebben zij vaak te maken gekregen met afwijzing op school en een maatschappelijk oordeel over hun ouders.

Stichting Werkgroep Herkenning – opgericht in 1982 - ondersteunt mensen die hierover hun verhaal kwijt willen en geeft advies over de zoektocht naar hun vader. De laatste jaren ontvangt de stichting steeds meer verzoeken van de derde generatie, die nieuwsgierig zijn naar hun achtergrond.

Impact

Door het lot van hun vader of moeder weten zij als geen ander, hoeveel impact dit op iemands leven heeft. Stichting Werkgroep Herkenning adviseert hoe men informatie kan inwinnen over Duitse militairen. Op de website staat vermeld in welke archieven kan worden gezocht naar informatie. Soms vindt men de vader, en krijgt men er een familie in Duitsland bij.

Ad van Aldijk uit Haarlem van ’Contactgroep Kinderen van Duitse Militairen’, later opgegaan in Werkgroep Herkenning, heeft zelf 35 jaar naar zijn vader gezocht. In een archief in Berlijn met kaartenbakken vol informatie over het leven in de oorlog, heeft hij de adresgegevens van zijn vader kunnen achterhalen. Zijn vader was al overleden, maar hij heeft wel twee halfbroers en een halfzus gevonden. Zij wilden uiteindelijk geen verder contact met hem en zeiden tegen hem: „Es war einmal.” Daar bleef het voor hem bij.

Van Aldijk had persoonsgegevens over zijn vader, maar dat geldt niet voor iedereen. Dat maakt voor hen het zoeken extra lastig. Buiten de archieven en instanties zijn er ook manieren om met behulp van DNA meer informatie over de biologische vaders te krijgen.

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.