Premium

Europarlementariërs, wat kunnen die nou helemaal bereiken?

1/5

Wie kent Jeroen Lenaers of Anne-Marie Mineur? André Elissen misschien? Bij een straatenquête zou hun bekendheidscore laag uitvallen. Toch hebben we het hier over politici die zich in het Europees Parlement de afgelopen vier jaar voor hun Nederlandse kiezers hebben ingespannen. Maar wat hebben zij eigenlijk bereikt? Lector Europese bestuurskunde dr. Mendeltje van Keulen en docent politiek dr. Chris Aalberts, tevens columnist van deze krant, onderzochten de activiteiten van de 26 Nederlandse Europarlementariërs.

Europarlementariër zijn, je moet maar durven. Of willen. De Europese parlementsverkiezingen zijn de minst populaire electorale raadpleging in ons democratisch bestel. Kijkt bij de provinciale verkiezingen bijna de helft van het stemvolk weg, veelal omdat de lange namenlijsten slechts weinigen wat zegt, voor de zetelverdeling in Europa zijn de groslijsten nog onbekender. En daar sta je dan tussen, als kandidaat-parlementslid boordevol idealen, veranderingsgezindheid en ambitie. 37 procent bedroeg de opkomst vijf jaar geleden slechts, Nederland was daarmee een lage middenmoter op de ranglijst van lidstaten.

Bij de namen Hans van Baalen, Wim van de Camp, Agnes Jongerius of Sophie in ’t Veld gaat er bij de kiezer wel een lichtje branden. Zij halen met enige regelmaat het licht van de schijnwerpers, maar over het algemeen werken Europarlementariërs buiten het zicht van het grote publiek.

De media-aandacht voor Europese zaken is gering, een debat in Europees Parlement is het aanzien niet waard. Als er al belangrijke vraagstukken zoals crisisbeleid spelen, op Europees niveau, komen de lidstaten en regeringsleiders prominent in beeld. Of het zijn de Europese commissarissen die de aandacht opeisen, maar die zijn weer niet direct door de EU-ingezetenen gekozen.

Verdeeld

En ja, als het over het wezen van de Europese Unie gaat, het voortbestaan, de omvang, het onverteerbare pendelen tussen Brussel en Straatsburg, dán is daar opeens een mening en mogen de Europarlementariërs zich verdedigen. Ook al gáán ze er niet eens over. Toch gaat het er vaak radicaal aan toe, want de meningen over de Europese Unie zijn verdeeld. Hoewel peilingen uitwijzen dat de Nederlander de EU ondersteunt (over de vorm wordt wel meer getwist) en er niets voor voelt de Britse buur achterna te gaan, is het vertrouwen in de internationale politiek broos.

Dan zijn er nog de politieke stromingen zoals de PVV die ’Brussel’ helemaal niet zien zitten, maar er toch deel van uitmaken. Een spagaat waar Forum voor Democratie ook in terecht komt. Als infiltranten met mede-Eurosceptici je eigen positie ondermijnen, leg dat het thuisfront maar eens helder uit. Het blijft een merkwaardig fenomeen, waar nationale parlementariërs niet mee te maken hebben.

Onze Europarlementariërs hebben met een zee van scepsis te maken en dat maakt hun werk er niet eenvoudiger op. Toch is hun invloed groot. De Europese Unie is tot een krachtige wetgevende machine van grote invloed op de levens van 500 miljoen Europeanen. Tachtig procent van de nationale wetgeving is door Brussel ingegeven.

Uit het boek van Van Keulen en Aalberts valt eenvoudig te destilleren dat de relatie tussen de kiezer en man of vrouw op het stembiljet nogal complex is. Door het systeem met Europese fracties is het voor de kiezer moeilijk hun eigen nationale partijen terug te herkennen in het stemgedrag. De politicus moet laveren tussen de lijn van de eigen partij en die van de Europese fractie, bestaand uit gelijkgestemde politieke stromingen uit de andere lidstaten. Ook het landsbelang of dat van Europa kan tegenstrijdig zijn, en zie daar als volksvertegenwoordiger maar eens overeind te blijven. Zeker, de parlementariër mag bij stemming de fractiediscipline negeren, maar op afwijkend gedrag staat onherroepelijk vergelding. Is het niet van je Europese collega’s, dan staat je thuis bij de eigen partij wel een oorvijg of erger te wachten.

Regeringskoers

Het Europees parlement kent geen coalities noch een regeerakkoord, dus evenmin een regeringskoers of een vaste meerderheid zoals in een nationaal parlement. Er heerst een onverbrekelijke compromissencultuur en Van Keulen en Aalberts concluderen dan ook dat de belangrijkste taak van een Europarlementariër is om met hun collega’s op e´e´n lijn te komen op een bepaald dossier. Samenwerking is het credo. Als een Europarlementariër niet bereid is tot een compromis, kan hij niets bereiken. Dan gaan onderhandelaars namelijk op zoek naar andere partners en sta je met lege handen.

Meebewegen is de strategie om je in Brussel als politicus staande te houden. Belangrijke zaken worden in achterkamertjes of binnen netwerken gedaan, waardoor nog amper te peilen is wie waarvoor verantwoordelijk is. Toch zijn er mogelijkheden om je binnen dat ingekaderde concept te onderscheiden. Zo zijn er binnen de fracties de voorzitterschappen die het aanzien en de invloed verhogen.

Meer dan dat azen Europarlementariërs op het rapporteurschap, waarmee ze de eerste viool kunnen bespelen. Vooral bij heikele, internationale kwesties. Zo maakte Kati Piri (PvdA) internationaal de sier met haar Turkije-rapport en beleefde Judith Sargentini (GroenLinks) haar finest hour met haar rapportage over Hongarije. ’Bij mijn Hongarije-rapport heeft iedereen kleur moeten bekennen’, zegt ze trots daarover in het interview met Van Keulen en Aalberts.

Plichtsgetrouw

Maar hoe effectief zijn onze Europarlementariërs werkelijk voor de kiezer? Die vraag kunnen Van Keulen en Aalberts moeilijk eenduidig beantwoorden. Elke Nederlandse vertegenwoordigde partij leverde wel een (onder)voorzitter of rapporteur, uitgezonderd de PVV en de PvdD, niet toevallig twee eurosceptische partijen. D66 was erg plichtgetrouw als het om bijwonen van vergaderingen gaat en hun Marietje Schaake grossierde in ontwerpresoluties (meestal kansloos) en vragen aan de Eurocommissarissen. De Nederlanders bleken ook trouwe stemmers in de parlementszalen.

Bas Eickhout (GroenLinks) slaagde er het best in de aandacht van de pers op zich te vestigen, waardoor hij zich wellicht gesterkt voelt om zich als opvolger voor Europees voorzitter Juncker te kandideren. Op sociale media profileerden de D66’ers zich weer het actiefst, maar het bereik van een Europarlementariër online is slechts zeer beperkt.

’Europarlementariërs kunnen aangesproken worden op stemmingen, maar die zijn vaak conform de uitkomsten van de onderhandelingen’, concluderen de onderzoekers. ’Als ze zich te veel met die compromissen vereenzelvigen, is voor burgers niet meer te volgen wat ieders afzonderlijke bijdrage was. Zo blijft voor burgers onduidelijk wat de Nederlandse Europarlementariërs nu precies met hun werk hebben bereikt’.

’Het is geven en nemen, anders doe je niet meer mee’

Voor hun boek ’Wat doen ze daar eigenlijk’ interviewden onderzoekers Mendeltje van Keulen en Chris Aalberts twintig Europarlementariërs. Een aantal kenmerkende passages van de grootste partijen uit die interviews:

Hans van Baalen (VVD, EP sinds 2009): „Nederlanders zijn transparanter en er is minder uitruil dan hier met 28 landen. Hier is uitruil aan de orde van de dag: het is geven en nemen. Sterker nog: anders doe je niet meer mee. Hier zit de VVD met drie in een ALDE-fractie van 70 leden in een parlement van 751 met een enorme EVP. Dat is een totaal andere dimensie dan in de Tweede Kamer. Dus het kan zijn dat we hier een compromis moeten sluiten dat misschien niet spoort met hoe het in Den Haag wordt beleefd.”

Wim van de Camp (CDA, 2009): „Als wij als CDA’ers in Brussel zouden uitdragen dat die verhoging van de Nederlandse bijdrage verantwoord is, en daar ook naar stemmen, dan worden wij door de nationale partij tot de orde geroepen. Dan word je gebeld door Sybrand Buma of door Wopke Hoekstra. Ik noem nu e´e´n voorbeeld over de financiën, maar zo hebben we het ook over de uitbreiding. De EVP is voor de toetreding van de Balkan, maar het CDA is in Nederland als de dood voor Albanië en Macedonië. Dus wij stemmen dan afwijkend van de EVP.”

Bas Eickhout (GroenLinks, 2009): „Hoe beoordeel je of een politicus succesvol is, dat is als iedereen denkt: die kerel krijgt iets voor elkaar, en dan komen ze bij jou terecht. Dat is het enige wat ik kan zeggen, ik merk dat mensen bij mij terechtkomen omdat ze iets willen op een gebied.”

Paul Tang (PvdA, 2014): „Ik heb wetgeving gedaan waarbij het Europees Parlement een heel sterke positie heeft, maar ik heb me ook bemoeid met de aanpak van belastingontwijking. Dat is een bewuste keuze geweest, wetende dat het Europees Parlement daar geen wetgevende bevoegdheden heeft. Bij veel belastingonderwerpen ben je een activist in een pak.”

Sophie in ’t Veld (D66, 2004): „Mijn nieuwe collega’s zou ik aanraden: Ga hier eerst maar eens rustig een tijdje rondlopen en ontdekken wie waarvoor staat, wie welke achterban heeft en wat zij of hij thuis kan verkopen. Je werkt hier met mensen met zo’n uiteenlopende achterban. Er is in Nederland nul kennis van en nul begrip voor waar mensen in Oost-Europa de afgelopen kwart eeuw doorheen zijn gegaan.”

(De PVV weigerde medewerking aan het onderzoek).

Drie extra

Na de Europese verkiezingen van 23 mei mag Nederland 29 parlementariërs leveren, drie meer dan nu. Momenteel is de grootste fractie in het Europees Parlement die van de christendemocraten onder de naam Europese Volkspartij (EVP). Vijf CDA’ers maken hier deel vanuit. De sociaaldemocraten (S&D), met drie PvdA’ers, vormen de op een na grootste. Andere fracties zijn de liberale ALDE (met vier D66’ers en drie maal VVD), de Groenen (met twee GroenLinksers), de Conservatieven en Hervormers ECR (met twee maal ChristenUnie/SGP), Verenigd Links GUE/NGL (met SP (twee) en Partij voor de Dieren (een)) en Europa van Naties en Vrijheid ENF (met vier PVV’ers). De enige fractie waar geen Nederlandse Europarlementariërs in zitten is Europa van Vrijheid en Directe Democratie.

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.