Premium

Een boek dat duidelijk maakt hoe alles begon in het oude Alkemade

Een boek dat duidelijk maakt hoe alles begon in het oude Alkemade
Gerard van der Meer in de Veenderpolder voor de Molentocht van de Veenderpoldermolen. „Het is hier met de polders begonnen. En wanneer je weet hoe iets is ontstaan, zie je ook meer.”
© foto Taco van der Eb
Roelofarendsveen

Waarom een boek schrijven over de achttien polders van Alkemade? Gerard van der Meer (88) uit Roelofarendsveen weet het wel. „Omdat het hier met de polders is begonnen. En wanneer je weet hoe iets is ontstaan, zie je ook meer.”

Voor het blad van de Stichting Oud Alkemade schreef hij in de jaren ’80 al een serie artikelen over de polders, van wat toen nog een zelfstandige gemeente was. Die wilde hij toen al graag bundelen, maar door omstandigheden kwam het er niet van.

Het was de voorzitter van de Stichting Oud Alkemade die Van der Meer enkele jaren geleden het zetje gaf dat hij nodig had. „Maak dat polderboek nou”, was de boodschap. En zo geschiedde.

Op 26 mei is de presentatie van het 176 pagina’s tellende boek ’Polders, de geschiedenis van de 18 polders in Alkemade’. Dat gebeurt in het museum van de stichting, waarvan Van der Meer lang voorzitter was.

In een aankondiging noemt Joris Koek van boekhandel Veenerick het het levenswerk van de Veender. Een erg ’zwaarbeladen woord’ vindt die dat. „Polders zijn wel altijd een dingetje van me geweest, dat is waar. Ik ben opgegroeid in de toen nog weidse polders van Roelofarendsveen. En voor de artikelen die ik erover schreef, heb ik veel archieven geraadpleegd - van die van het Hoogheemraadschap van Rijnland en het Rijk tot die van de gemeenten Alkemade en Leiden en nog een paar, links en rechts. Voor mijn boek moest ik opnieuw de hort op, want ik bleek niet alle polders van het toenmalige Alkemade te hebben gedaan.”

Het rijk geïllustreerde boek vertelt hoe en wanneer een polder is ontstaan, hoe het is en wat het gaat worden. „Het westelijke deel van Alkemade, tegen De Kaag en Leiderdorp aan, zal ongeveer blijven zoals het is. Het is zo verkaveld in kleine polders, daar is moeilijk verandering in te brengen.

Vooruitgang

„In het oostelijke deel, rond Roelofarendsveen, zullen dorpen nog meer naar elkaar toegroeien en zal het aanzicht van de polders verder veranderen. En dat terwijl er al zo veel is veranderd. Van de aanleg van de A4 en de verbreding ervan tot de komst van de hogesnelheidslijn, de nieuwe hoogspanningslijn en niet in het minst door de omvangrijke nieuwbouw van woningen en bedrijven.”

Wie hem vraagt of zijn boek gezien moet worden als een wapen tegen verdere verstedelijking, krijgt dingen te horen als: „Zulke ontwikkelingen heb je overal. Het heeft ook met de vooruitgang te maken.” Zeker, ook hij vindt dat de aanleg van de hoogspanningsleiding ’het polderlandschap geen goed doet’ en bij Nieuwe Wetering en Rijpwetering ’grotendeels onder de grond had gemoeten’. Maar dat hebben al genoeg mensen gezegd, vindt hij. „En het is niet aan mij om dat nog eens over te doen. Wel maak ik graag duidelijk hoe bijzonder polders zijn en waarom polder één zoveel lager ligt dan polder twee. Veel mensen die hier wonen en werken blijken dat niet te weten.”

Lager liggen de polders waar veen uit is gehaald - het humusrijke overblijfsel van het weelderige groen dat hier ooit groeide. Hoger liggen de polders waarin dat niet is gebeurd. Maar er blijkt meer nodig om de omgeving te snappen.

Neem de wateren die vanaf de dertiende eeuw zijn aangelegd - zoals de Zijl, de Rijpwetering, Heimanswetering, de Nieuwe Wetering en de wat oudere Oude Wetering, die is ’doorgegraven’ naar het toenmalige Haarlemmermeer. ,,Zij hielpen het water, dat uit het oosten kwam, vlotter richting het IJ bij Spaarndam.’’

Overstromingen

,,Over het algemeen lukte dat ontwateren aardig. Het van oudsher erg drassige en slecht begaanbare land vol bossen en rietlanden kon zo prima voor veeteelt en landbouw worden gebruikt. Probleem vormden de overstromingen: keer op keer zorgden die voor rampen. Als oplossing werden vanaf 1630 kades met sluisjes gezien: die moesten voor droge voeten zorgen.’’

Dat er vanaf 1720 wat hogere en zwaardere dijken kwamen, met ringvaarten eromheen, was niet omdat die kades het water niet aankonden. „Het was omdat men in een bepaald gebied veen wilde gaan winnen, wat in droge vorm een belangrijke brandstof was in die tijd. En zo’n vervening mocht alleen wanneer een gebied omdijkt was, ook omdat men nat verveende. Daarbij werd het veen los geschraapt met een baggerbeugel die, met een vangnet, aan een lange stok hing. Was een praam vol, dan zette men koers naar legakkers. Daar werd het verspreid gestort zodat het kon drogen en worden aangetrapt, gesneden tot het gewilde turf, en verder gedroogd.

Hoewel dat alleen tussen april en september kon, was er ook de rest van het jaar genoeg te doen. Van het aanleggen van dijken tot het graven van ringsloten om zo’n nieuw stukje polder heen.

Dat sommige delen van het oude Alkemade niet omdijkt zijn, heeft meestal te maken met het veenpakket ter plekke. Was dat niet dik genoeg om het op zeker moment rendabel te kunnen winnen - een meter of drie was het minimum - dan liet men het liggen. Had grond al een goede bestemming dan deed men dat ook.”

Braassemerland

Goed voorbeeld daarvan is volgens hem het vroegere tuinbouwgebied van Roelofarendsveen, ten oosten en westen van de oude lintbebouwing. ,,Niet voor niets heet dat de ’Veender- en Lijkerpolder buiten de bedijking’. Daar zit nog acht tot tien meter veen onder”, weet de in het gebied opgegroeide Van der Meer. „Achter ons huis aan Zuideinde 10 hadden we onze tuinderij.”

Het verbaast hem dan ook dat in die hoek de grote nieuwbouwwijk Braassemerland wordt gebouwd. „Tot in de eeuwigheid zal men er last blijven houden van verzakkingen. Je kan ophogen wat je wilt, maar het blijft zakken. Absoluut.”

Dat zakken heeft, zo weet hij, alles te maken met het droger maken van het land. „Sinds we hier in de dertiende eeuw met de ontginning zijn begonnen - later dan in de beter begaanbare delen richting Utrecht - zakt het land. Veen werkt nu eenmaal als een spons: hoe meer water je daar aan onttrekt, hoe meer het zakt.”

Gewaarschuwd heeft Van der Meer de ’mensen achter de bureaus’ niet. „Die zijn allang gewaarschuwd door anderen”, denkt hij. „En anders komen ze er vanzelf wel achter dat natuurontwikkeling hier meer voor de hand had gelegen.” Zelf woont hij in de Googerpolder, aan de andere kant van de Van Alkemadelaan. Hoewel je het door de dichte bebouwing nog maar moeilijk ziet, ligt die polder diep. Van der Meer: „Van 1715 tot 1722 is het hier ontveend. Er is toen een meter of vijf veen uitgebaggerd.”

’Polders, de geschiedenis van de 18 polders in Alkemade’ is voor 20 euro te koop via webshop en winkel van Veenerick. De eerste druk bedroeg achthonderd exemplaren.

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.