Factcheck071: Materiaal en marges aannemers stuwen Leidse bouwkosten op

Factcheck071: Materiaal en marges aannemers stuwen Leidse bouwkosten op

Nieuwscheckers (Universiteit Leiden) en het Leidsch Dagblad werken samen om feitelijke beweringen in vergaderingen van de Leidse gemeenteraad te checken. Deze serie is mede mogelijk gemaakt door het Leids Mediafonds.

De RijnlandRoute, het Stationsgebied, een nieuwe campus op het Bio Science Park: Leiden bouwt en bouwen is duur. Volgens wethouders Paul Dirkse (Financiën, D66) en Martine Leewis (Duurzaamheid & Mobiliteit, GroenLinks) exploderen de bouwkosten door een aantrekkende economie en een gebrek aan gekwalificeerd personeel - een claim die moet worden aangevuld.

De claim

Wethouder Paul Dirkse (Financiën, D66) waarschuwde donderdag de commissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid voor stijgende bouwkosten bij alle projecten die in Leiden op de agenda staan: gebrek aan geschoold personeel drijft de bouwkosten van Leidse projecten op. Deze claim wordt hier onderzocht.

De context

Wethouder Dirkse waarschuwde voor oplopende bouwkosten van Leidse bouwprojecten tijdens de behandeling van het Kaderbesluit Leidse Bio Science Park (LBSP), als onderdeel van het Masterplan Gorlaeus. Op de plek van het Universitair Sportcentrum moet een campus met woningen, kantoren en horeca verrijzen. Dirkse komt in de plannen om het LBSP te verduurzamen bijna 1,4 miljoen euro tekort. Dat tekort is ontstaan omdat in de planning van het project geen rekening is gehouden met de snelle bouwkostenstijging van het afgelopen jaar.

Ook collega-wethouder Leewis (Mobiliteit) heeft met deze stijging van bouwkosten te kampen. ‘Haar’ Centrumroute (via Jan van Houtbrug, Hooigracht, Langegracht en het Schuttersveld naar Leiden Centraal) was begroot op 22,2 miljoen, maar inmiddels opgelopen tot 29,6 miljoen. Leewis weet 2,3 miljoen euro te besparen en vult dat tot de noodzakelijke 4,2 miljoen aan door de raad voor te stellen de Gouden Balbrug uit de Centrumroute te schrappen en zo 1,9 miljoen euro vrij te spelen.

De crux

‘De’ bouwkosten van een gebouw bestaan niet. Dat wil zeggen: bouwkosten zijn samengesteld uit loonkosten en materiaalkosten voor de aannemer en dezelfde kosten voor de opdrachtgever. Bouwkosten bestaan dus uit vier verschillende onderdelen, namelijk kosten voor mensen en materieel die de aannemer maakt (de inputprijsindex) en de kosten van mensen en materieel die opdrachtgever moet afrekenen (de outputprijsindex). Daartussen zitten grote verschillen.

Zo betaalden opdrachtgevers in 2018 bijna negen procent meer (8,6 procent) voor een gebouw dan in 2017. Aannemers betaalden voor datzelfde gebouw in 2018 nog geen drie procent meer dan een jaar daarvoor (2,5 procent om precies te zijn). Tussen beide een verschil van ruim zes procent (6,1 procent om precies te zijn) voor hetzelfde gebouw. Waar komt dat verschil vandaan? ,,Dat is de markt die aantrekt”, verklaart een woordvoerder van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Een aantrekkende bouwmarkt betekent meer vraag naar mensen (er stonden in het eerste kwartaal van 2019 18 duizend vacatures in de bouw open), maar ook meer vraag naar materieel. Ten opzichte van maart 2018 stijgen deze materiaalkosten in maart dit jaar harder (met 4,0 procent) dan de loonkosten (met 2,4 procent, CBS). Bouwvakkers in dienst (driekwart van de werknemers) zagen vanaf 2010 hun CAO-loon met 15 procent toenemen, terwijl de omzet in de bouw ten opzichte van 2015 met 32,3 procent steeg (CBS). Loon en omzet lopen uit de pas, er wordt flink verdiend in de bouw, maar niet per se door een gebrek aan (gekwalificeerd) personeel. De materiaalkosten en de marge voor aannemers (het verschil tussen de eindafrekening en gemaakte kosten) zijn ook debet aan de stijgende kosten.

De conclusie

De claim van Paul Dirkse klopt, maar is onvolledig. Bouwkosten van Leidse projecten stijgen, maar naast toegenomen loonkosten wordt die prijs ook opgedreven door hogere materiaalkosten en grotere marges van aannemers.

Sebastiaan van der Lubben

Meer nieuws uit Leiden