Bruisende uitvoering van de Carmina Burana

Oegstgeest

Feestelijk, lieflijk, gewaagd, zeg maar gerust scabreus is het relatief korte liedprogramma, voordat De Troubadours zich onder leiding van hun begeesterende dirigent Erik van Balen in het diepe gooien, met de Carmina Burana van Carl Orff (1895-1982). Voor een middelbaar koor, dat zich jaren focuste op de operette, waarin lach en traan, kostumering en vrolijk toneelspel wel een zangfoutje kon verbloemen, is het zelfs een sprong van de hoge duikplank. En, met verve!

Met een flinke sectie goed getrainde mannen, geflankeerd door gretige alten en sopranen, draait het rad van Fortuin in toenemende mate geolied. Zoals de altijd weer afnemende en wassende maan zal geluk en misère elkaar noodlottig opvolgen. De koning zit nét zo makkelijk hoog verheven op z’n troon als diep weggezakt in de bagger. Zo begint en eindigt de ’Carmina Burana voor twee piano’s en slagwerk’, een door Orff bij elkaar geharkt ratjetoe van opmerkelijke gedichten en muzieknotaties van satirisch moraliserende, verliefd baltsende aard, en van dubbelzinnige dronkenmanspraat. De meeste zijn in het Latijn geschreven, andere in Middelhoogduits en Oudprovencaals; een greep uit het liederenmanuscript ’Codex Buraneus’, in 1803 gevonden in het klooster te Benediktbeuren, Zuid-Duitsland. Waarschijnlijk opgeschreven in de 12e en 13e eeuw door rondtrekkende geestelijken, uitschot van geleerden met een literair-muzikale achtergrond.

Orff zag in het slagwerk hét middel bij uitstek om kinderen het rijk van de muziek binnen te leiden. Het is dan ook hartveroverend leuk en guitig dat in sommige koren zeven zangertjes van kinderkoor BplusC mee kwinkeleren, zó glashelder en kruidig, ajajaj! In het Latijn of het niks is! Sophia kan van het lekkere ritme bijna niet stil staan, haar handjes en heupen wiebelen exact in de maat mee. De jongens en meisjes (juvenes, iuvencule) huppelen in lichte staccato sprongetjes door de Hof der Liefde.

Er zijn heus wel momenten dat de troubadours niet helemaal sporen in de soms complexe ritmiek van de muziek. Maar bij een boom van een uitvoering, zó vol in bloei, flamboyant bruisend, super dynamisch, ophitsend, hier rijp, daar groen, kuis en begerig…. let je niet op een paar gepikte pruimpjes.

Van de uitstekende solisten moeten er minstens drie genoemd worden. De geweldig kleurrijk en alert spelende pianist Tatiana Kiourou, de geestig beeldende, bloedwarm zingende bariton Igor Bogaert. En de sopraan Isabel Delamarre in haar fraaie rozenrode tuniek die werkelijk de feeën uit het bos zingt met haar betoverende heldere stemgeluid.

Het slagwerk van Anneke Donker Kaat en Stephen Eelhart geeft de ritmische touch, overdonderend (grote trom), glinsterend (celesta) en ietsje melodisch warm en strak (pauken).

Troubadours: een verrukkullukke uitvoering!

Meer nieuws uit Leiden