Tulpmuseum in Lisse wil groeien: ’We moeten uit de gevarenzone komen’

Tulpmuseum in Lisse wil groeien: ’We moeten uit de gevarenzone komen’
Lisse

Als Holland Tulip Museum wil het Lissese bloembollenmuseum de Zwarte Tulp in het najaar van 2020 de sprong maken naar een middelgroot nationaal museum met op termijn 50.000 bezoekers per jaar. ,,We moeten uit de gevarenzone’’, aldus bestuursvoorzitter Herman Hollander gisteren bij de presentatie van de ambitieuze plannen.

De Zwarte Tulp trekt zo’n 12.000 bezoekers per jaar. Niet slecht voor een streekmuseum, maar te weinig om een goede toekomst te verzekeren, zegt Hollander. Na het besluit vier jaar geleden om een professionele directeur-conservator aan te stellen - sinds een jaar is dat Werner van den Beld - ging het museum een paar jaar geleden aan de slag om het Panorama Tulipland toe te voegen aan de collectie, het bijna zeventig meter lange en vier meter hoge schilderij van Leo van den Ende.

Het plan om dat te huisvesten in nieuwbouw en via een corridor te verbinden met het museum bleek uiteindelijk niet haalbaar. Eind vorig jaar werd Van den Beld geattendeerd op het leegstaande pand van Microformat aan de Heereweg en daar gaat het museum volgend jaar naar toe. De gemeente is blij met de verhuizing: die heeft nu de handen vrij om te bouwen op het Heemskerkplein. Daarnaast koopt de gemeente de voormalige bollenschuur waarin het museum nu is gevestigd. Huisvesting voor senioren is daarbij een van de opties.

Vertellen

De sprong naar 50.000 bezoekers per jaar is realistisch, zeggen Hollander en Van den Beld. Het Panorama Tulipland moet daar deels voor zorgen. Herman van Amsterdam, de man die aan de wieg stond van het megaschilderij, vindt het ’fantastisch’ dat het panorama na bijna tien jaar in de opslag straks weer te zien is. Toen het nog wel te zien was, trok het tienduizenden bezoekers per jaar, benadrukt Hollander.

Daarnaast wil het museum nog veel meer dan nu het verhaal van de bollenteelt vertellen. Dat gaat gebeuren vanuit drie lijnen: die van de teelt en de kwekers (hoe kweek je bloembollen, met veel oral history), de ondernemers (vanaf het moment dat Jan Six het eerste duinzand liet afgraven om te verkopen voor stadsuitbreidingen) en vanuit de kunst (Vincent van Gogh en Claude Monet zijn maar een paar van de grote namen die de bollenvelden hebben vereeuwigd). ,,Op die manier kunnen we de schoonheid van deze streek het hele jaar door tonen’’, aldus Van den Beld.

Touroperators uit Amsterdam zijn volgens voorzitter Jan van Vliet van de Gildemeesters van de Zwarte Tulp altijd op zoek naar dagtripjes en die zien de nieuwe opzet van het museum helemaal zitten.

In het nieuwe onderkomen is vier keer maal zoveel ruimte en volgens Van den Beld is het met relatief weinig ingrepen geschikt te maken. Het geld is een beetje een kip-en-eiverhaal: om in aanmerking te komen voor (rijks)subsidies moet je laten zien dat je onderscheidend bent en goeddeels op eigen benen kunt staan. Maar daarvoor heb je wel eerst geld nodig. De hele businesscase is ook nog niet rond, zegt Hollander, maar hij twijfelt er niet aan dat het financieel gaat lukken.

Het plan is extern doorgerekend, de gemeente koopt het huidige pand en de huisbankier heeft steun toegezegd. Als alles volgens plan verloopt, kan het Holland Tulip Museum in oktober volgend jaar open.

Meer nieuws uit Duin- en Bollenstreek

Keuze van de redactie