Ook Jan Schneider moest stenen bikken aan de Birma-Siam spoorlijn

Ook Jan Schneider moest stenen bikken aan de Birma-Siam spoorlijn
Wang Pho, Thailand. Een spoorstaaf doet dienst als een telegraafmast. Hij staat op een plek waar dwangarbeiders zich met hamer en beitel een weg door de rotsen baanden om een doorgang voor de spoorweg te maken richting het Wang Pho viaduct. De nummers, die later op de telegraafmast werden aangebracht, duiden erop dat hij op een afstand van 173,17 kilometer van Bangkok is neergezet. Fotograaf Raoul Kramer reisde naar Myanmar en Thailand en fotografeerde de overblijfselen van de Birma-Siam spoorweg.
© ANP
Leiden

Ze waren zeker de enigen niet, mannen als Six Dijkstra, Piet de Jongh, Tjalling Westra en Jan Schneider. Zo’n 18.000 Nederlandse krijgsgevangenen verrichtten tussen 1942 en 1945 slavenarbeid aan de Birma-Siam spoorlijn. De omstandigheden waren vaak mensonterend. Honger, ziekten, uitputting en geallieerde bombardementen eisten een hoge tol.

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

Net als bij de slachtoffers van Duitse en Japanse concentratiekampen konden de overlevenden van de Birma-Siam spoorlijn nauwelijks praten over wat hen in gevangenschap was overkomen. Ze schreven hun herinneringen soms wel op, om ze vervolgens diep weg te stoppen, ’voor later’, of ’voor het nageslacht’.

Bij het doorzoeken van de nagelaten goederen van zijn vader trof de Leidse emeritus hoogleraar Egyptologie Hans Schneider (80) zo’n egodocument aan, weggestopt in een Grieks ’Themaboek’.

Het was zo goed geschreven en het geeft zo’n helder beeld van het dagelijks leven in de kampen, dat Schneider het de moeite van het uitgeven waard vond.

Samen met enkele andere brieven en aantekeningen is het verschenen onder de titel ’In de hel van Birma. Ooggetuigenverslag uit de kampen langs de Birma-Siam Spoorlijn 1942-1945’.

De geallieerde krijgsgevangenen slaagden erin hun overlevingskansen in het oerwoud te vergroten door samen te werken. Het was belangrijk om een ’kongsi’ te vormen, een groepje van een man of drie, of vier, dat elkaar hielp, door elkaar geld te lenen en voedsel te delen.

Ook Jan Schneider moest stenen bikken aan de Birma-Siam spoorlijn
Jan Schneider in 1945.
© Foto uit boek

De Nederlanders waren er vrij goed in. Weliswaar was de sterfte aan de spoorlijn met 16 procent hoog genoeg, bij de Australiërs was dat bijvoorbeeld 22 procent. In augustus 1943 zag Jan Schneider een groep Australische krijgsgevangenen op een spooremplacement.

,,Een verschrikkelijk gezicht. Er stierven gedurende het wachten op het station enkelen zomaar van uitputting en ellende. Zulke wrakken had ik nog nooit gezien.’’

In de drie jaar dat hij aan de lijn werkte, kreeg Schneider zo ongeveer alle (tropische) ziekten die hij maar kon oplopen. Dysenterie, de huidziekte pellagra, tyfus, malaria, het begin van beri-beri, en hij verloor ook twee kiezen.

Hij lag dus vaak in een ziekenhuis, maar hij had daardoor wel weer het ’geluk’ dat hij pas aan de spoorlijn hoefde te werken toen het zwaarste werk eraan al was gedaan. Toch moest ook hij eraan geloven.

Ambitieus

Van augustus 1943 tot maart 1944 was het vanuit werkkamp 108 ’stenen bikken’ aan de spoorweg, oorvijgen in ontvangst nemen van ’de Jap’ en ’droge rijst en gedroogde boombladeren’ eten. Toch vond hij nog genoeg vrije tijd om zichzelf Grieks te leren.

Na de Japanse capitulatie wilde Schneider uiteraard graag ’naar huis’. In zijn geval was dat Bandoeng op Java, waar hij tussen 1938 en 1942 op het Christelijk Lyceum leraar Duits was geweest. Daar, vermoedde hij, waren ook zijn vrouw Corrie en zijn drie zoons.

Maar aan terugkeer viel niet meer te denken - in plaats daarvan bracht de m.s. ’Ruys’ de herenigde familie in juli 1946 naar Nederland. Daar gingen ze eerst inwonen bij Schneiders’ ouders in Rotterdam, maar in oktober van dat jaar al ging hij aan het werk als docent Duits bij het Grotius Lyceum in Den Haag.

Jan Schneider was ambitieus. Hij wilde, zo schrijft zijn zoon Hans in een ’epiloog’, ’de door de oorlog verloren jaren inhalen’. Daar slaagde hij ook in, met ’grote wilskracht en met onnavolgbare discipline’.

Hij promoveerde in 1953, was van 1956 tot 1963 rector van het Grotius Lyceum en daarna, van 1963 tot en met 1972, hoogleraar Duits aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. In de jaren daarna ’nam zijn gezondheid ineens in zeer snel tempo af’, en keerden de angsten uit ’de hel van Birma’ terug. Hij overleed op 7 februari 1981.

Jan Schneider, In de hel van Birma. Ooggetuigenverslag uit de kampen langs de Birma-Siam Spoorlijn 1942-9145. Woord vooraf Geert Mak. Bezorgd door Hans D. Schneider. Uitg. Balans. ISBN 9789463820066. Prijs €19,99

Meer nieuws uit Leiden

Keuze van de redactie