Project L: De wijk verandert maar is nog steeds een dorp in de stad

Project L: De wijk verandert maar is nog steeds een dorp in de stad
Leiden

Jong, oud, arm, rijk, onvervalst Leids, student, expat, import: in de Tuinstadwijk in Leiden woont het kriskras door elkaar. Het gebied rond de Herenstraat voldoet daarmee aan wat de Leidse stedenbouwers tot heilige graal hebben bestempeld: een gemengde wijk in een hoge dichtheid. Als bonus is er ook nog eens heel behoorlijke middenstand en is het centrum op loopafstand. Geen wonder dat de huizenprijzen er meer dan gemiddeld zijn gestegen in de afgelopen vijf jaar.

Aan het straatbeeld is goed af te lezen dat de wijk een gemêleerde bevolking kent. Bakfietsen en fietsaanhangers in alle soorten en maten staan naast verkrotte studentenfietsen, een incidentele brommer, schoolfietsen met krat voorop en auto’s in zo’n beetje alle prijsklassen, met wat gehandicaptenparkeerplaatsen tussendoor. Een stadse woonwijk, met als levensader de Herenstraat waarvan de winkels en horeca het kloppend hart vormen. De ondernemers kennen hun ’pappenheimers’. Zoals de oudere vrouw die regelmatig voor de Spar op haar rollator zit en iedereen aanspreekt, of de man in de lange regenjas. ’Een dorp in een stad’, noemt de wijkvereniging de buurt ook wel.

Project L: De wijk verandert maar is nog steeds een dorp in de stad
De Tuinstadwijk veranderde van volksbuurt naar stadswijk. Maar is volgens de wijkvereniging nog steeds een ’dorp in de stad’.
© Foto Marius Roos

Mascha Smit van kookstudio Passion Food beaamt dat. „Als je hier een tijdje zit leer je vanzelf iedereen kennen.’’ Passion Food zit sinds zeven jaar in de Herenstraat. Twee jaar geleden verhuisde Smit naar de andere kant van de straat, naar de hoek met de Drie Oktoberstraat. Naast de catering, kookworkshops en privédiners runt ze daar nu ook een lunchzaak. Op de ruime stoep is haar terras. „Er is blijkbaar behoefte aan in de wijk’’, constateert Smit tevreden. Mensen zitten steeds vaker op terrasjes, eten vaker buiten de deur. „En in een buurt met veel huizen zonder tuin is zo’n terras een uitkomst.”

Het is een leuke diverse wijk, vindt ze. De afgelopen jaren stonden er redelijk wat huizen te koop. „En al die aspirant-kopers kwamen na de bezichtiging bij mij een kopje koffie drinken.” Er zijn meer gezinnen in de wijk gekomen, constateert Smit. Maar de wijk is lang niet meer voor iedereen betaalbaar, want de prijzen zijn omhoog geschoten. In de afgelopen vijf jaar steeg de gemiddelde prijs van appartementen met 44 procent tot 288.000 euro gemiddeld. En tussenwoningen werden 43 procent duurder. Die gaan nu voor gemiddeld 458.000 euro van de hand.

In Tuinstadwijk staan relatief veel huizen voor kleinere huishoudens. Studenten, starters, ouderen en alleenstaanden zijn er goed vertegenwoordigd. Dat maakt de wijk aangenaam stads, maar die populariteit werkt door in de huizenprijzen. Leuk voor de bezitters en nog leuker voor de verkopers van een huis, maar het kent ook een keerzijde. Want het is wéér een betaalbare wijk minder voor een grote groep Leidenaars. De middenklasse wordt door dit proces de stad uit gedrukt. En de nieuwe wijkbewoners zijn veelal stellen die allebei werken, want anders is zo’n huis niet te betalen.

Volgens makelaar Wim de Leeuw is verdringing volop gaande in Leiden. „De binnenstad, vooral het zuiden, wordt voor de happy few. Het drijft mensen tot buiten de singels, en de groepen die daar voorheen woonden gaan nu naar Leiderdorp en Voorschoten. Waar ze op hun beurt weer naar Alphen of Koudekerk gaan.’’ Dat proces gaat nog wel even door. „Zelfs het Jacques Urlusplantsoen, ooit het lastigste blok van Leiden om te verkopen, gaat nu boven de vraagprijs weg.’’

Vroeger, vervolgt De Leeuw, trad de overheid actiever op in dit soort processen. „Een bepaald deel van het aanbod werd dan alleen aan ingezetenen met een bepaalde inkomensgrens aangeboden. Ik vind dat helemaal niet zo gek. Je zou toch best iets meer voor de eigen mensen mogen doen.’’

Balans

Wijkbewoonster Ellen van Bueren gelooft niet dat zoiets voor de Tuinstadwijk nodig is. „Er is veel variatie in de grootte van huizen en er is een goede verdeling tussen koop en sociale huur. Daardoor blijft de balans in deze wijk goed. Maar voor de mensen die in dit soort wijken zijn opgegroeid, is de wijk te duur geworden. Die moeten waarschijnlijk de stad uit voor een leuk huis.” Van Bueren is hoogleraar management van stedelijke ontwikkeling aan de Universiteit Delft en volgt de ontwikkelingen in de steden met meer dan gemiddelde interesse. Ze kwam in 2005 in de wijk wonen. „Toen verklaarden onze buren aan de Potgieterlaan ons voor gek dat we naar zo’n armoedige buurt verhuisden.” Zij hadden nog het beeld van de jaren ’80. De huizen in de wijk waren toen slecht onderhouden, maar het was wel een gezellige buurt. „Een echte Leidse volkswijk nog. Hele families woonden in de wijk. Dus neven, nichten, ooms, tantes, ze woonden allemaal op een paar straten afstand. Veel mensen waren al op leeftijd toen wij hier kwamen. Veel van hen zijn de afgelopen jaren vertrokken. De steile trappen in die bovenwoningen werden te pittig op hun oude dag en ze konden de huizen voor een leuk bedrag verkopen.”

Project L: De wijk verandert maar is nog steeds een dorp in de stad

Dat wijken en steden veranderen is goed, vindt Van Bueren. „Dat is het wezen van een stad. Er is altijd dynamiek. En wat in een bepaalde periode een uitkomst is, zoals nu bijvoorbeeld dat ’hoog stedelijk wonen’ is een of twee decennia later weer achterhaald. Dat hoort erbij.” Wat er ook bij hoort, is dat elke groep een wooncarrière kan doormaken in een stad. „Maar dat is een veel lastiger opgave. Voor de lage middeninkomens, die net te veel verdienen voor sociale huur, is in de stad nauwelijks plek meer.” Van Bueren geeft ze groot gelijk dat ze naar Alphen verhuizen omdat ze daar beter kunnen wonen, maar je zou er als stadsbestuur je best voor moeten doen dat niet alle lage middeninkomens verdwijnen. „Of zorg er op zijn minst voor dat ze wat later in hun wooncarrière weer terug kunnen keren.”

Ook Ronald de Lange, die sinds twaalf jaar de Spar runt, heeft de Tuinstadwijk zien veranderen. En zijn winkel is mee veranderd. Waar het in zijn beginjaren nog echt een buurtsuper was voor de vergeten boodschappen is het in de loop der jaren steeds meer een gemakswinkel geworden waar ook drie soorten soja-yoghurt te koop zijn. En waar zakjes snackworteltjes, bakjes tapas en flessen wijn en bier in de koeling liggen en het winkelpersoneel verse broodjes, pizza’s en smoothies maakt.

Verbaasd dat het zo goed loopt is De Lange niet, maar hij is soms wel verrast door de klanten die dit soort producten kopen. „Ik zie steeds vaker dat ouderen hier ’s ochtends vroeg een belegd broodje komen halen als ontbijt. Dat had ik echt niet verwacht. En ook de maaltijden van de buurvrouwen (Passion Food, red.) vallen bij iedereen in de smaak.”

Portemonnee

Het gaat nog steeds goed in de Tuinstadwijk, vindt De Lange, maar helemaal gerust dat het zo blijft, is hij niet. „Het kan in de nabije toekomst zomaar anders worden.” Terwijl hij het zegt loopt een oudere man ietwat verward op hem af. Zijn winkelmandje puilt uit. Hij heeft net alle boodschappen bij elkaar maar is zijn portemonnee vergeten. De Lange stelt hem gerust. „U kunt de boodschappen gewoon meenemen, hoor. We zetten het wel op uw rekening. Dan rekenen we volgende week als we weer bij u bezorgen, met u af.” Maar dat zit meneer niet lekker. Hij besluit op en neer naar huis te wandelen. Tot die tijd gaat het mandje in bewaring bij de versafdeling.

Project L: De wijk verandert maar is nog steeds een dorp in de stad

De Langes vrouw belt twee keer per week met buurtbewoners die geen internet hebben. „Dan neemt ze de bestelling telefonisch op.’’ De bezorger brengt het indien nodig tot in de koelkast. De Lange en zijn vrouw krijgen met deze maaltijden- en bezorgservice een kijkje voorbij de voordeur. En dat heeft de interesse van de gemeente gewekt, vertelt De Lange „Ze hebben mij gevraagd om mee te denken wat we kunnen doen aan de groeiende eenzaamheid in de stad.” Uit onderzoek uit 2016 blijkt dat een op de negen Leidenaars ’ernstig eenzaam’ is. Dat is bijna twee keer zoveel als in Alphen aan den Rijn. Gemiddeld in Nederland is een op de tien mensen eenzaam. Een veel groter aantal mensen in Leiden (42 procent) is sociaal eenzaam. En deze aantallen stijgen onder jong en oud. Het stadsbestuur maakt zich daar zorgen over en heeft onder anderen De Lange uitgenodigd om mee te denken over eenzaamheidsbestrijding. Hij herkent de problematiek in Tuinstadwijk. Het zijn niet alleen de ouderen die vereenzamen maar ook dertigers en veertigers. „Een vrouw die er alleen voor staat en hard moet werken om het met haar twee kinderen te rooien. Als die geen familie in de buurt heeft die haar af en toe even helpt, komt zo iemand gemakkelijk in een isolement terecht.’’

Mensen hebben steeds minder echt contact. „Vroeger zochten ze elkaar veel meer op. Dat is niet meer, en in een wijk als deze waar ook nog heel wat een- en tweepersoonshuishoudens zijn, moet je opletten dat mensen niet vereenzamen.” Zeker in jaren waarin de wijk een hoge doorloopsnelheid kent. De hoge huizenprijzen en alle andere veranderingen op de woningmarkt maken dat veel huizen van eigenaar veranderen en in handen komen van drukke tweeverdieners. „Vroeger was dit veel meer een buurtje waar iedereen elkaar kende. Nu komen en gaan mensen sneller. Dat hoeft geen probleem te zijn, zolang er maar aandacht is voor elkaar.”

Merenwijk en Stevenshof doen niet mee

Heel Leiden groeit. Met hoogbouw, studentenflats, verdichting, kortom: stadse nieuwbouw. Maar sommige wijken doen niet mee.

Afhankelijk van de bril waarmee je ernaar kijkt, kun je zeggen dat die nog niet meegaan in de vaart der volkeren, of dat ze net als dat ene Gallische dorpje dapper weerstand bieden.

Op de kaart met Leidse bouwplannen zijn de Merenwijk en de Stevenshof opvallend blanco. Enerzijds misschien logisch, omdat het nog tamelijk jonge woonwijken zijn – ze stammen uit respectievelijk de jaren zeventig en negentig van de vorige eeuw – waar bouwkundig nog niets aan mankeert. Maar anderzijds waarschuwen makelaars en deskundigen voor het weinig gevarieerde karakter van de bebouwing en de bevolking. Vooral de Merenwijk lijkt gebouwd voor een generatie die massaal een makkelijk gezinshuis met een tuin, schuur en parkeerplaats wilde. Die generatie is inmiddels aan het uitdunnen, of meer geïnteresseerd in een flat met zorgvoorzieningen. En nieuwe generaties hebben deels heel andere wensen, die door de oude bewoners niet gedeeld worden, vertelt Aart van Bochove van adviesbureau Blaauwberg. Een moderne stadswijk, zeggen stedenbouwers en sociologen nu, moet ook plaats bieden aan millennials die liever een mooi appartement hebben dan huisje-boompje-beestje, aan bemiddelde senioren, aan zelfbouwers à la Nieuw Leyden en aan ondernemers met een bedrijf aan huis.

Project L

In Project L doen de Leidse journalisten Liza Janson, Marijn Kramp, Job de Kruiff en Nienke Ledegang onderzoek naar de groeiende populariteit van Leiden als stad om te wonen. Deze serie is tot stand gekomen met steun van het Leids Mediafonds.

In de volgende aflevering van de Project L een verhaal over de bouwspurt in de studentenhuisvesting. Opmerkingen of tips? Mail dan naar projectl2019@gmail.com

Meer Project L-artikelen lees je hier.

Meer nieuws uit Leiden