Project L: Wethouder Fleur Spijker: ’Leiden moet van iedereen blijven’

Project L: Wethouder Fleur Spijker: ’Leiden moet van iedereen blijven’
Wethouder Fleur Spijker: ,,Het Kooiplein, daar word ik heel blij van.’’
© Foto Hielco Kuipers

Te druk? Nee, wethouder Fleur Spijker (D66, duurzame stedelijke ontwikkeling) geniet ervan dat Leiden zo in trek is. Er kunnen best tienduizend woningen bij binnen de huidige stadsgrenzen, vindt ze. „Maar natuurlijk gaat dat met groeipijn.”

Hoe vindt u dat het met Leiden gaat?

,,Heel goed. Er is veel trek naar de stad, veel beweging. Maar dat is eigenlijk niets nieuws. Ik ben geboren in Leiden in 1971 in de Timorstraat, waar op de schouw een foto stond van die straat, van de tijd dat er nog uitzicht was tot aan de Kagerplassen. Mijn wieg stond in het huis van mijn opa en oma. Daarna zijn mijn ouders naar de Merenwijk verhuisd, waar ik ben opgegroeid. Ook in die tijd was er woningnood en werd er bijgebouwd. Mijn interesse voor stads- en gebiedsontwikkeling is echt in Leiden en al heel vroeg ontstaan. Later heb ik er als bestuursrechtadvocaat mijn werk van gemaakt. Dat alles maakt dat het supergaaf is om op dit moment wethouder te zijn. Mijn grootste uitdaging is om meer woningen te bouwen en tegelijk kwaliteit toe te voegen.’’

Hoe doe je dat?

,,Er zijn veel wijken die sowieso al op de schop moeten. Waar verduurzaming op de agenda staat, de energietransitie, renovatie. Juist daar kun je nadenken over een kwaliteitsslag. Hoe je dat precies invult hangt af van de plek waar je het over hebt. In Zuidwest is dat anders dan op de plek waar Lead komt, aan de Willem de Zwijgerlaan.’’

Er moeten 8.500 woningen komen, de plannen die er nu liggen tellen al op tot 12.000. Een kwart meer huizen erbij in Leiden. Wordt het niet gewoon te druk?

,,Nee, dat vind ik absoluut niet. Dat het groeit klopt, dat het voller wordt ook. Waar het om gaat is hoe je de ruimte inricht. In allerlei wijken wordt heel bewust de verbinding gelegd tussen stad en natuur, die worden met elkaar vervlochten. De kwaliteit van leven in Leiden blijft goed. Waarbij ik moet opmerken dat we een stad in groei zijn. Dat gaat gepaard met groeipijn. En de een zal die pijn erger voelen dan de ander.

Verandering is soms moeilijk te accepteren, en bovendien zie je vaak pas als het er staat dat het ook heel mooi kan zijn.’’

Project L: Wethouder Fleur Spijker: ’Leiden moet van iedereen blijven’
© Foto Hielco Kuipers

Noemt u eens een plek waar dat is gelukt, waar mensen achteraf tevreden zijn met de veranderingen.

,,Het Kooiplein, daar word ik heel blij van. En ik vind de Lammenschansdriehoek een mooi voorbeeld. De Alpha Toren die daar is gekomen, ziet er prachtig uit. Het is daar goed gelukt om een eigen milieu te creëren.’’

Maar we moeten wel de hoogte in...

,,Ja, maar ook dat gaat wel in balans. We zetten niet lukraak overal grote woontorens neer. Slechts op enkele plekken kan het en past het. Net als in het stationsgebied. Als er één toren staat, zien mensen alleen die toren, maar bij meer torens, in een gebied dat zich ontwikkelt, begin je de samenhang te zien.’’

En hoe houd je de huizen betaalbaar? Woningcorporaties hebben het niet gemakkelijk, want die moeten betaalbare en duurzame woningen aanbieden én extra woningvoorraad toevoegen. Maakt u zich daar zorgen over?

,,Inclusiviteit is heel belangrijk voor Leiden, het is een pijler in ons coalitieakkoord en in de woonvisie die nu ter inzage ligt en waar we na de zomer over besluiten. Wij vinden dat Leiden van iedereen moet blijven. Ik zeg daarom wel eens tegen de corporaties: richt je vooral op betaalbaarheid en duurzaamheid. Het toevoegen van woningen kan ook door particuliere partijen. Daarbij komt: wij beschikken als gemeente niet over veel locaties om sociale woningbouw te ontwikkelen. Maar als we iets in de aanbieding hebben, zitten in elk geval sinds ik ben aangetreden de corporaties als eerste hier aan tafel.’’

De gemeente Den Haag legt investeerders sinds kort op om de middeldure woningen alleen toe te wijzen aan bepaalde inkomensgroepen. Overweegt u dat soort maatregelen?

,,Precies die maatregel vind je in onze woonvisie niet terug. Wel hebben we natuurlijk alle maatregelen waar je aan kunt denken gewikt en gewogen. Zoiets als ’eigen volk eerst’ vind ik te ver gaan. Maar wel staat in de woonvisie dat mensen die sociaal huren en willen doorstromen naar een andere woning in hun eigen wijk, voorrang krijgen. Ook leggen we vast dat als corporaties sociaal bouwen die woningen twintig jaar ’sociaal’ blijven. Pas daarna mogen ze verkocht worden.’’

Wat is het belangrijkste doel van die woonvisie?

,,Op korte termijn lucht creëren op de woningmarkt. Dus bijbouwen en voor doorstroming zorgen.’’

Kunt u zich voorstellen dat bouwen op sommige bewoners bedreigend overkomt?

,,Ja, maar op veel mensen ook niet. Kijk naar Lead. Ik heb een groep aan tafel gehad die heel angstig is voor wat daar gaat komen, dat zijn vooral mensen uit Nieuw Leyden en Groenoord. Daar zitten met name zorgen over parkeren en verkeer. Maar ik kom zó veel in de stad, ik hoor ook veel mensen die zeggen: wij vinden dat een heel mooi plan.’’

Hoe zorgt u dat voor- én tegenstanders hun stem kunnen laten horen?

,,Ik bied iedereen ruimte voor inbreng. Er zit behoorlijk veel expertise in deze stad. Kijk naar de Kopermolen. Daar zit een groep bewoners die tot het uiterste gaat. Die zijn we al op heel veel punten tegemoet gekomen, maar dan beginnen ze toch nog over afstel van een van de bouwplannen. Ik denk dan: het aantal woningen ís al flink teruggeschroefd en er wordt niet in het park gebouwd, het is nooit genoeg. Zij zeggen: Ik probeer het gewoon. Met die groepen hebben we zinvolle discussies. En eerlijk is eerlijk: ik zie ook oprechte angst in de ogen van mensen: wat gaat er komen, wat komt er op mij af?’’

Zoiets doet toch wel iets met u?

,,Zeker. Ik ben niet een soort robot die klakkeloos bouwt. Ik wil me heel goed rekenschap geven van de impact van waar we mee bezig zijn. Toen ik een jaar geleden wethouder werd heb ik dat ook uitgesproken: mensen moeten vertrouwen kunnen hebben in de overheid, dat zie ik als opdracht. Ik probeer dat door mensen te informeren over veranderingen, ze mee te nemen in het grotere plaatje. Ik probeer ze ook gerust te stellen waar mogelijk. Maar soms moet je erkennen dat je ergens niet veel aan kunt doen. En ook dat moet je kunnen zeggen.’’

Maar lukt geruststellen wel als je kijkt naar de hausse aan bouwplannen, de toestroom van expats, de drukte? Uw eigen stedenbouwkundige voorspelt dat eerst de geparkeerde auto uit het centrum geweerd zal worden en dat dan fietsen er niet meer mogen staan.

,,(zucht) Die fiets, dat is een gevoelig punt voor me. Ik ben verliefd op de fiets en ik zou het heel ingewikkeld vinden als ik niet meer overal op de fiets kan komen in mijn geliefde Leiden. Maar dat er veel gaat veranderen op het gebied van mobiliteit is zeker.’’

Hoe bereidt Leiden zich daar op voor?

,,We vragen ons bij elk bouwproject af hoe we daar qua parkeren mee moeten omgaan. Zo komen in Lorentz tegenover het station wel wat parkeerplekken, maar niet voor de woningen. De mensen die daar gaan wonen krijgen ook geen parkeervergunning. Er zal weer meer gelopen gaan worden. Dat kan hier, Leiden heeft een overzichtelijk centrum. Je bent in 20, 25 minuten van de ene naar de andere kant. Daarnaast kijken we, samen met de steden en dorpen langs de spoorlijn Haarlem-Dordrecht, naar investeringen in verbindingen. We denken bijvoorbeeld over het doortrekken van een lightrailverbinding op bestaand spoor, mogelijk met stations in de Merenwijk en in de Mors.’’

Een ander actueel onderwerp is de verkamering. Hoe komt het toch dat dit zo’n hoofdpijndossier is?

,,Het klopt dat er veel speelt op dit terrein. Wat er gebeurd is, is dat er in de vergunningverlening een tijdlang niet goed getoetst is. Daardoor zijn er nu woningen tot studentenhuis verkamerd die daar eigenlijk niet geschikt voor zijn. In sommige buurten, Transvaal bijvoorbeeld, is dat gaan knellen. Daar proberen we nu met de verkameringsnota iets aan te doen. Daar staan heel praktische dingen in als een quotum, en regels over het binnen stallen van fietsen. Tegelijk wil ik benadrukken dat studenten inherent aan de stad Leiden zijn. Ze waren er altijd al en zullen er altijd zijn. Ook in Transvaal. Maar blijkbaar is daar op een bepaald moment een omslagpunt gekomen. Ik heb daar grote zorgen over, maar ik betreur ook dat het debat zo verhard is. Dit gaat namelijk ook over verdraagzaamheid en elkaar op een goede manier aanspreken op gedrag.’’

Waar ligt voor u de grens aan de groei van Leiden?

,,Dat kan ik niet zeggen. Elke keer kijken we opnieuw naar de balans, naar waar op dat moment de grens ligt. Wat we ons tien jaar geleden nog niet konden voorstellen, vinden we nu normaal.’’

Veel deskundigen voorspellen dat het centrum voor de happy few wordt.

,,Dat zou ik echt niet willen. Het centrum van Leiden is er voor iedereen. En dat centrum is voor mij meer dan het stuk binnen de singels. Het klopt dat niet iedereen een huis in de binnenstad kan kopen, dat kan ik zelf ook niet. Maar de ring eromheen is ook centrum en wordt dat steeds meer. Ik streef ernaar daar één geheel van te maken. Je kunt straks zeggen dat de Vijf Meilaan aan de rand van ons centrum ligt en er helemaal bij hoort. Ik vind dat een mooie ontwikkeling.’’

Project L

In Project L doen de Leidse journalisten Liza Janson, Marijn Kramp, Job de Kruiff en Nienke Ledegang onderzoek naar de groeiende populariteit van Leiden als stad om te wonen. Deze serie is tot stand gekomen met steun van het Leids Mediafonds.

Woensdag, in de laatste aflevering van Project L een vooruitblik op Leiden in 2040. Opmerkingen of tips? Mail dan naar projectl2019@gmail.com

Lees meer artikelen over Project L.

Meer nieuws uit Leiden