Louis van de Troefmarkt stopt er na 25 jaar mee; nog één keer ’mhd’, mijn hartelijke dank...

Louis van de Troefmarkt stopt er na 25 jaar mee; nog één keer ’mhd’, mijn hartelijke dank...
Corry, Louis en Mario van Leeuwen voor hun Troefmarkt op de Roomburgerlaan.
© Foto Leidsch Dagblad
Leiden

Vaste klanten kennen hem van zijn vaste gebruiken. De bekendste? De opmerking als er afgerekend is. Die stem, monotoon, versterft: ’mhd... Mijn hartelijke dank’. Louis van Leeuwen (64), van de Troefmarkt op de Roomburgerlaan in Leiden, stopt ermee.

De schappen worden steeds leger, de klanten lopen nog steeds in en uit en het kwartje begint langzaam te vallen. Nog iets meer dan een week en de minisupermarkt sluit zijn deuren. Geen broodjes troef meer voor de scholieren van het Bona en het Gym, geen snelle vergeten boodschap meer voor de buurtbewoners.

Op 20 juli zit het erop. Wat rest is de zaak leegruimen, een korte vakantie en dan... ja wat dan? ,,Ik heb mijn treintjes, mijn auto’s en ik gooi nog een balletje waterpolo op zondag. Ben ik best goed in eigenlijk. Maar voor de rest heb ik nog geen idee. Ja, ik kan mijn kleinkinderen straks af en toe uit school halen.’’

Melkboer

Zijn vader was melkboer en ’dus’ werd Louis het ook. Op zijn veertiende kwam hij van school om aan het werk te gaan. Begonnen met de handkar en later een in een Spijkstaal driewieler, reed hij een kwart eeuw op de zuivelwagen en vierde daarmee zijn eerste zilveren jubileum.

In zijn Troefmarkt kwam daar nog eens 25 jaar bij. ,,Ik had al van het concept gelezen in diverse vakbladen en dacht: dat wil ik ook. Ik vermoedde dat heel wat anders was, minder hectisch, maar het bleek gewoon hetzelfde. Alleen dan zonder de wielen.’’

De Zoeterwoudenaar zag de Professorenwijk in 25 jaar flink veranderen. Van sterk vergrijsd naar jonge gezinnen. ,,Vroeger verkocht ik twintig doosjes San Francisco Verkadekoekjes per week voor die ouwe vrouwtjes bij de thee. Maar het assortiment is flink veranderd. Bijscholing was niet nodig; dat leerde je allemaal bij de groothandel wel.’’

Zes dagen in de week open, zeven dagen bezig. ,,Ook op zondag ja. Ging ik toch altijd even kijken, anders zat ik niet rustig. De stroom zal zijn uitgevallen of er zal lekkage zijn geweest. Het is je ding. Je hebt hart voor de zaak of niet. Als je makkelijk bent, straalt je winkel dat ook uit. Ik ben netjes. Ze vragen aan mij waar mijn vrouw de overhemden in wast. Zit geen vlek op.’’

Zware tijden

Zijn vrouw Corry had een Troefmarkt op de Schenkelweg in Zoeterwoude, zoon Mario werkt ook in de zaak. Dochter Andrea koos een ander pad. De zware tijden waren er toen Louis ernstig ziek werd in 2015. Darmkanker werd er bij hem vastgesteld na een spoedoperatie.

Er was niet eens tijd om Corry te waarschuwen. ,,Het is kantje boord geweest. Ik moest nog zes chemo’s en het zou klaar zijn. Toen belde ze van het ziekenhuis dat ik ineens op 31 december er nog een zou krijgen. Die heb ik afgezegd. Ik wilde op oudejaarsdag bij mijn klanten wezen; met oliebollen.’’

De ziekte leerde hem anders tegen het leven aan te kijken. Ineens kwamen de vakanties. Eerst dicht bij huis, later steeds verder Europa in. ,,Ik draaide altijd in de zomer door. Misschien minder omzet, omdat er geen scholieren waren, maar ik hoefde ook geen groente en melk weg te gooien en niet voor de vakantie te betalen. Je blijft toch kruidenier hé? Zo ben ik grootgebracht.’’

Haat-liefdeverhouding

De scholieren en Louis: het is een haat-liefdeverhouding. Ze pikken wel eens wat (,,Dan ging ik over de rooie hoor, als ik het merkte’’), maar zorgden ook voor flinke extra omzet. De ’broodjes troef’ - stokbrood met gesmolten kaas - vinden dagelijks gretig aftrek.

Scholieren staan met gepast geld klaar om af te rekenen. Het is lopendebandwerk. Louis: ,,De verkoop van broodjes troef is een beetje uit de hand gelopen. We stonden hier op zondag met drie man voor te bereiden.’’

Verrast werd hij ook door de scholieren. ,,Die kinderen van het gymnasium hebben elk jaar een kerstactie. Dan worden er ook serenades verkocht voor het goede doel. Stonden ze ineens binnen. Daar was ik zeer van onder de indruk en had ik niet verwacht. Ze houden dus soortement toch wel van me. En laatst, ook zo mooi. Staat er een jongen met een tientje. Laat de rest maar zitten, zei hij. Dat is voor al die lolly’s die ik gepikt heb. Had-ie toch een soort van wroeging.’’

Met een beetje geluk hebben de laatste mensen in het opschrijfboekje straks betaald. Zo niet, is het ook goed. Hij verlaat de wijk zonder afscheidsfeest. ,,Ik laat het langzaam leeg sudderen’’, zegt Louis tot slot. ,,Mhd... Mijn hartelijke dank.”

Meer nieuws uit Leiden

Keuze van de redactie