Premium

Stopwoordjes hebben wel degelijk een functie

Stopwoordjes hebben wel degelijk een functie
© foto pixabay

We hebben ze allemaal en gebruiken ze continu. Meestal zonder dat we het doorhebben en soms tot grote irritatie van anderen. Hoe zit dat met die stopwoordjes? Waarom hebben we ze en waar zijn ze goed voor?

’Wist jij eigenlijk dat je best vaak ’eigenlijk’ zegt?” Een vriendin wees me onlangs op mijn taalgebruik. Dat ’eigenlijk’ mijn stopwoord is. Ze had eigenlijk wel gelijk!

„Maar jij eigenlijk ook”, antwoordde ik. We hebben een half uur lang geprobeerd te tellen hoe vaak we ons stopwoordje gebruiken, maar daardoor verliep het gesprek minder natuurlijk. Alsof we veel zorgvuldiger onze woorden wilden kiezen.

Geertje van Bergen (37) is al jaren gefascineerd door ’eigenlijk’ en andere stopwoordjes. Sterker nog: ze vindt het zo’n interessant woord dat ze er sinds 2014 studies naar doet. Van Bergen is taalwetenschapper en onderzoeker bij het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen, een wereldwijd gerenommeerd instituut dat onder meer bestudeert hoe wij taal produceren en begrijpen.

Van Bergen spreekt liever over gespreks- of conversatiemanagers in plaats van over stopwoordjes, omdat ze het gesprek een bepaalde richting op kunnen sturen. „Doordat we stopwoordjes overal tussendoor gooien, lijkt het alsof ze weinig betekenis hebben, maar niets is minder waar. Elke conversatiemanager heeft zijn functie”, stelt de onderzoeker.

Zo is het gebruik van ’uuh’ volgens de onderzoeker niet alleen een manier om te voorkomen dat er een stilte valt (stiltes vinden veel mensen ongemakkelijk), maar ook om aan te geven dat je nog niet bent uitgesproken en dat je bezig bent een zin te formuleren.

Van Bergen: „’Uuh’ is wat de Engelsen een filler noemen, omdat ze een stilte opvullen, of een discourse marker, wat betekent dat het iets aangeeft over het verloop van het gesprek.”

Sociale functie

Veel voorkomende conversatiemanagers zoals ’eigenlijk’, ’inderdaad’, ’natuurlijk’ en ’weet je wel’ hebben met elkaar gemeen dat ze een sociale functie hebben. „Wij mensen zijn sociale dieren en leven graag in groepen. We vinden het over het algemeen fijn om de ander ergens bij te betrekken”, zegt Van Bergen. „Ook als we een gesprek voeren.”

De onderzoeker legt uit dat ’eigenlijk’ een manier is om onze gesprekspartner te laten weten dat je een soort verrassing aankondigt en hem of haar meeneemt in jouw gedachtegang. Van Bergen: „Alsof je wilt zeggen: ik ga je nu iets vertellen wat je niet verwacht. Je laat blijken dat je je in de ander verplaatst.”

In een stopwoordje schuilt ook een grote vorm van beleefdheid, zegt de taalkundige. „Als iemand bijvoorbeeld vraagt of hij iets tussen zijn tanden heeft en jij zegt: ’Nou, ik zie eigenlijk iets groens in je mond’, dan gebruik je ’eigenlijk’ om aan te geven dat je iets gaat zeggen waarmee je de ander in verlegenheid brengt, maar dat je dat liever niet doet. Je bouwt als het ware een soort aardigheidje in.”

Terwijl ’eigenlijk’ aangeeft dat we iets gaan vertellen waarvan we denken dat de ander het niet ziet aankomen, doet ’inderdaad’ juist het tegenovergestelde. „Je laat weten dat jullie op dezelfde lijn zitten en creëert daarmee een band met de ander.”

Ook het gebruik van ’natuurlijk’ kan die functie hebben. Van Bergen: „Als ik tegen je zeg: ’In de zomer ga ik natuurlijk op vakantie’, dan geef ik aan dat ik refereer aan informatie die jou al bekend is. Jij kunt dan denken: wat fijn dat ze weet dat ik daar al van op de hoogte ben. Maar het kan juist ook heel autoritair overkomen. Alsof ik vind dat jij dat al moest weten.”

Van Bergen: „Uit mijn onderzoeken blijkt dat als het woord ’eigenlijk’ door vrouwen wordt gebruikt, dat vaker als beleefdheidsvorm wordt begrepen. Aan ’eigenlijk’ van mannen kennen we eerder een inhoudelijker betekenis toe, terwijl we van dames vaker denken dat ze de ander niet in verlegenheid willen brengen. Dus: ’Heb je zin in een ijsje? - Ik heb eigenlijk zin in een koekje’ versus ’Heb ik een dikke kont in deze broek? - Ja, eigenlijk wel’.”

Onzeker

De taalkundige denkt dat mensen die wat onzeker zijn, meer stopwoordjes hebben of ze vaker gebruiken. „Ik kan me voorstellen dat zulke mensen hun woorden zorgvuldig willen kiezen en dus misschien vaker ’uuh’ gebruiken en zo beleefd mogelijk willen overkomen.”

Volgens Van Bergen kan het geen kwaad om ons bewuster van stopwoordjes te worden. Als je bijvoorbeeld een minder onzekere indruk wilt maken of als je bij anderen grote irritatie opwekt. „Stopwoordjes worden een probleem als de ander niet weet wat je intentie precies is. Dan gaan ze nog meer opvallen. Als je erg vaak ’eigenlijk’ gebruikt, loop je het gevaar dat de ander niet snapt of je beleefd wilt zijn of dat je simpelweg iets inhoudelijks vertelt.”

Maar de onderzoeker geeft toe: je er bewust van worden is lastig omdat zulke woorden er zomaar uitrollen. Helemaal afleren is in ieder geval niet nodig. Liever niet zelfs.

„Stopwoorden hebben een belangrijke functie. Ze zorgen ervoor dat onze gesprekken soepeler verlopen.”

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.