Premium

Vijf voorstellen om meer onderwijzers voor de klas te krijgen

Vijf voorstellen om meer onderwijzers voor de klas te krijgen
Onderwijzer Esther van Dokkum is van obs Bommelstein in Nieuw-Vennep.
© Foto: United Photos/Toussaint Kluiters

Minister Slob heeft van zijn voorgangers, en in het bijzonder van Sander Dekker, een kolossaal probleem geërfd dat lerarentekort heet. Omdat er veel 55-plussers in het basisonderwijs werken zal dit probleem de komende tijd alleen maar groter worden. Leerkrachten meer uren en meer jaren laten werken, lijkt Ewald Vervaet geen goede oplossing. Ewald Vervaet, ontwikkelings- en leespsycholoog bij Stichting Histos en kerngroeplid van de Werk- en Steungroep Kleuteronderwijs (WSK), doet vijf suggesties om het lerarentekort tegen te gaan.

In het basisonderwijs is een relatief hoog ziekteverzuim. Dat komt onder meer door de te hoge werkdruk vanwege de vele vragenlijsten, documenten en andere paperassen die dagelijks ingevuld moeten worden. Niemand in het onderwijs begrijpt waartoe die papierwinkel dient en vervolgens kan minister Slob het nut ervan uitleggen. Doe die paperasserij de deur uit en het ziekteverzuim zal dalen.

Onder werkloze en (net) gepensioneerde leerkrachten zijn er velen die weer (gedeeltelijk) aan de slag willen, toch zeker als basisschoolleerkrachten weer aantrekkelijker wordt vanwege het wegdoen van de paperasserij en het verhogen van het salaris. In het basisonderwijs werken veel deeltijders – ik schat meer dan 80 procent van de leerkrachten. Hun inzetbaarheid zal drastisch groter worden als de oneigenlijke werkdruk vanwege de paperassen verdwijnt en het salaris stijgt. Veel deeltijders zullen dan verleid worden tot meer werkuren.

Er gaat nu heel veel tijd en energie verloren doordat het Nederlandse onderwijsbeleid, waar de Inspectie van het Onderwijs op toeziet, bevordert dat scholen en leerkrachten hun leerlingen leerstof te vroeg aanbieden. Teveel kinderen krijgen in groep 3 leesles, terwijl ze nog niet leesrijp zijn. Met leesles beginnen als het kind leesrijp is, heeft als hét grote voordeel dat een kind in 40 klokuren op zijn sloffen alle letters kan leren plus eenvoudige zinnetjes en verhaaltjes kan lezen, en dat met veel plezier. Met schrijfles beginnen bijna alle kinderen te vroeg.

Gemiddeld wordt een kind namelijk ongeveer een jaar later schrijfrijp dan leesrijp – actief doen is nu eenmaal altijd moeilijker dan ontvangend verwerken. Voor het spellingsonderwijs geldt dat kinderen doorgaans twee-drie jaar te vroeg beginnen. Door niet te vroeg met aanbod te beginnen maar op tijd is kolossaal veel tijd te winnen: met minder tijd, meer leerrendement én meer leerplezier bij leerlingen en meer werkplezier bij leerkrachten.

Zo kan het aantal lesuren voor de leerlingen fors teruggebracht worden en kunnen leerkrachten bij een gelijkblijvend aantal werkuren meer kinderen lesgeven, toch zeker als onderbouw- en bovenbouwkinderen niet altijd samenvallende schooltijden hebben. Leerkrachten geven dan niet meer uren en jaren les, maar werken elk uur effectiever en efficiënter.

Tot slot zijn de pabo-opleidingen fors te verbeteren. De meeste pabo’s besteden geen tot weinig tijd aan de psychologische ontwikkeling van het kind. Daardoor herkennen stagiaires en pas afgestudeerden niet of te slecht of kinderen ergens aan toe zijn of niet. Dit geldt in het algemeen maar het geldt in het bijzonder voor zij-instromers.

Met deze vijf maatregelen is het lerarentekort op de korte en (als de pabo’s beter opleiden) op de lange termijn op te lossen: verlaag de werkdruk door de paperasserij op te heffen en verhoog de salarissen; werf onder werkloze en net gepensioneerde leerkrachten; verleid deeltijders tot meer werkuren; bied leerstof aan óp het ontwikkelingsniveau van elk kind in plaats van erbóven; verplicht de pabo’s tot opleiden vanuit de psychologische ontwikkeling van het kind.

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.