’Omdat ik de ogen van mijn moeder niet wil zien’

Hij staat er! Op de plek die we afgesproken hebben. Een zwarte honkbalpet op. Daarover de capuchon van zijn witte vest. Een donkere zonnebril bedekt zijn ogen. Zijn tengere postuur straalt onzekerheid uit. Het hoofd gebogen over zijn mobieltje. Hij stuurt een berichtje aan mij, vermoed ik.

Om de weg naar mij toe zo laagdrempelig mogelijk te maken, stap ik uit mijn auto en roep zijn naam. Niet te hard natuurlijk, want stel dat iemand het in de drukke binnenstad hoort. Ik zie zijn hoofd verrast mijn richting opdraaien.

„O, u stond er al!”

„Jep! Hoi! Fijn dat je er bent!”

Ik krijg een warme hand toegestoken. „Ik zweet een beetje van de zenuwen.”

„Snap ik, geeft niets.”

Als hij naast me zit vraag ik hem wat ik voor hem kan doen. Met zijn hoofd gebogen somt hij, bijna werktuigelijk, op waar hij ondersteuning bij nodig heeft. Ik luister en schrijf zijn rijtje in mijn notitieboek, als een boodschappenlijstje. Hij kijkt ernaar.

„Wil je mij iets over jezelf vertellen? Gewoon, alleen datgene wat je kwijt wil?”

„Ik zou niet weten wat. Ik weet niet waar ik moet beginnen.” Hij schuift de capuchon van zijn hoofd. De klep van zijn pet iets omhoog.

„Misschien kun je me vertellen waar je vandaan komt en of je familie hebt?”

„Ik ben hier geboren. Deze stad is bekend voor me. Maar ik heb ook gezworven. Overal en nergens, zeg maar. Mijn familie zie ik niet meer. En dat wil ik ook niet. Ik schaam me. Ik weet echt wel dat ik er een zootje van gemaakt heb, hoor. Maar ik kon er niet meer tegen.”

„Waar kon je niet meer tegen?”

„Tegen die verplichte hulpverlening. Al die regels. Alles wat moest. Ik heb toen mijn enkelband maar doorgeknipt en ben ervan doorgegaan. Ik dacht: pak mij maar op, dan ga ik die hele straf wel uitzitten. En toen was ik overal vanaf. En nu zit ik hier en is het mijn eigen keus.”

„Je maakt me nieuwsgierig. Wat bracht jou ertoe om tot die keuze te komen?”

„Ik heb hulp nodig. Ik red het alleen niet meer. Ik heb geen huis. Geen plek om mijn hoofd neer te leggen. Ik word door de instanties en de gemeente van het kastje naar de muur gestuurd. Niemand die me écht helpt.”

„Denk je dat ik je zou kunnen helpen?”

„Weet je, ik vertrouw niemand, dat zeg ik je eerlijk.”

„Hoe kan ik ervoor zorgen dat je mij vertrouwt?”

„Weet ik niet, de tijd zal het leren. Misschien als je doet wat je zegt en zegt wat je doet.”

„Oké, daar ga ik dan mijn best voor doen! Waar slaap je nu?”

„Soms bij een vriend in een schuurtje. Stiekem. Zijn vader mag het niet weten. Dus ik moet ’s ochtends heel vroeg maken dat ik weg kom! Maar meestal slaap ik in portieken.”

„Je ziet er niet uit als iemand die dakloos is.”

„Klopt, ik wil er altijd goed uitzien. Ik douche in het zwembad, elke dag. Maar het werkt ook vaak tegen me, want mensen geloven me niet.”

„Je vertelde net over je familie. Dat je ze niet meer wil zien. Wil je me vertellen hoe dat komt?”

Hij zet zijn zonnebril af en kijkt me aan.

„Omdat ik de teleurstelling en het verdriet in de ogen van mijn moeder niet wil zien... Daarom! En meer wil ik daarover niet zeggen.”

Hij wendt zijn hoofd af en kijkt strak voor zich uit. „Vrouwen tonen hun emoties, mannen dealen ermee.”

Lees meer verhalen van Dorie Pols

Dorie Pols is ambulant begeleider in de regio Zuid-Holland van Stichting Exodus, een organisatie die zich inzet voor gevangenen, ex-gevangenen en hun familieleden.

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.