Premium

Zoeterwoudenaar Koos Vreeswijk al zeventig jaar ambachtelijk klompenmaker: ’Klompen maak je op gevoel’ [video]

Zoeterwoudenaar Koos Vreeswijk al zeventig jaar ambachtelijk klompenmaker: ’Klompen maak je op gevoel’ [video]
Koos Vreeswijk in zijn werkplaats aan de Zoeterwoudse Stompwijkseweg.
© Foto Hielco Kuipers
Zoeterwoude

Wie, een aantal boeren en landarbeiders daargelaten, loopt er nou nog op klompen? De Zoeterwoudse ambachtelijk klompenmaker Koos Vreeswijk, een van de laatste van het land, zelf in elk geval wel. Nog dagelijks is de 83-jarige in zijn werkplaats aan de Stompwijkseweg in zijn woonplaats te vinden, want wat hem betreft: rust roest.

Die klomp bracht hem de hele wereld over. Hij gaf demonstraties van Japan tot Doebai, maar op zijn leeftijd houdt hij het bij beurzen, braderieën en markten in eigen land. Vreeswijk is de derde generatie, hij schat dat zijn familie nu zo’n 130 jaar de regio van klompen voorziet. Zijn vader en opa gingen hem voor en ook de vierde generatie heeft in Hazerswoude een eigen klompenmakerij.

Vreeswijk heeft meer dan een stevige handdruk en en een krachtig voorkomen. De fitheid straalt er vanaf. Wat wil je ook als je hele dagen hout staat te hakken. Overigens heeft hij geen zichtbare littekens op zijn handen en alle vingers zijn er nog. Opmerkelijk, als je zeven decennia dagelijks met een scherpe bijl in de weer bent.

Altijd op klompen

„Natúúrlijk loop ik zelf altijd op klompen, sowieso als ik thuis ben. Ik zou niet anders meer kunnen. Zeker lopen ze lekker – als ze maar goed gemaakt zijn, haha. Nog niet zo lang geleden liepen veel mensen toch ook op van die houten sandalen van Dr. Scholl, dat was ook niet voor niks. Zwaar? Je wordt juist veel minder snel moe, omdat je voeten los in de klompen zitten en veel steun krijgen. In de zomer zijn ze koel, in de winter juist warm.”

In de genen

„Mijn opa begon ooit hier op Zoeterwoude een eigen bedrijfje in klompen en mijn vader nam dat van hem over. Dat moet nu een jaar of 130 geleden zijn, ga maar na, mijn vader was uit 1898. Zo lang worden er in Zoeterwoude dus al op ambachtelijke wijze klompen gemaakt.

Opa en vader moesten van het klompen maken leven, ik nooit. Ik heb mijn inkomen altijd gehad door het geven van demonstraties op markten en braderieën in binnen- en buitenland. Natuurlijk maak ik op verzoek klompen op maat voor mensen met moeilijke voeten. Je bent als schoenmaker ook orthopeed – maar dan veel goedkoper. Maten van voeten hoef ik niet op te nemen, die zie ik op het blote oog ook.”

Vier generaties

„Als kind was ik altijd al in de werkplaats van mijn vader te vinden om hem te helpen. Zo heb ik het kunstje al vroeg afgekeken. Mijn eerste paar klompen maakte ik toen ik een jaar of dertien was. Niet eerder, nee, je werkt met scherpe gereedschappen zoals een bijl, je hebt een zekere leeftijd nodig om daar verantwoord mee om te kunnen gaan.

Ik vond het meteen een mooi vak, mijn vader heeft me totaal niet gedwongen. Mijn zoon idem dito: hij is de vierde generatie die op de oude manier klompen maakt. Hij heeft een eigen bedrijfje in Hazerswoude en leeft ook van de demonstraties.

Hij kan het best goed – maar af en toe komt hij bij me met een paar klompen waar hij niet uitkomt, zo van: ik zie dat er wat aan mankeert, maar weet niet precies wat. Dan snij ik er een paar stukjes hout af en is het goed. Als vader vind ik dat stiekem wel mooi.”

Zoeterwoudenaar Koos Vreeswijk al zeventig jaar ambachtelijk klompenmaker: ’Klompen maak je op gevoel’ [video]
Ambachtelijk klompenmaker Koos Vreeswijk (83): ,,Ik heb mezelf nooit minder gevoeld omdat ik ‘maar’ ambachtsman ben.’’
© Foto Hielco Kuipers

Hoe hij werkt

„Ik hak de hele boom zelf in stukken. Met een bijl hak ik een blok hout tot een ruwe basisvorm van een klomp. Daarna maak je dat met een paalmes – een soort schaaf – glad en in model. De binnenkant hol je heel secuur uit met een lepelboor. Je moet natuurlijk precies weten hoe ver je uitboort – dat is het vak.

Er komt geen machine aan te pas, alleen gereedschap. Vandaar dat ik makkelijk markten en braderieën af kan, ik heb niet veel materialen nodig. Alleen een bijl, mes en twee boren.

Gemiddeld ben ik twee uur met een paar klompen bezig. Driekwart van het gebruikte hout wordt afval. Dat gaat naar de recycling of de kachel in.”

Soort hout

„Wilgenhout, en dan nog vochtig, is de beste houtsoort om klompen van te maken. Het is relatief zacht, makkelijk te snijden en waterdicht. Helaas is er niet genoeg wilgenhout meer te krijgen. Heel veel wilgen zijn doodgegaan door bepaalde bacteriën, net zo goed als de essen. De mensen vragen erom, doordat ze hele grote bossen met dezelfde boomsoorten bij elkaar zetten, er is geen variatie meer. Zet veel mensen bij elkaar, dan ontwikkelen veel ziektes zich ook.

Ik kom nog wel eens aan wilgen, via de groenvoorziening. En populierenhout is ook goed bruikbaar.”

Geen opleiding

„Het gaat bij het maken van klompen puur om een vaste hand en het gevoel. Je kunt het vak niet op school leren. Het is een langzaam proces, het kost zeker een jaar of zes, zeven voordat je een goed product kunt maken. En dan nog alleen als je er aanleg en gevoel voor hebt.

Ik heb alleen lagere school gehad, maar da’s niks bijzonders, daar zijn er van mijn generatie zoveel van.

Opleiding zegt niet altijd alles. Inzicht, dáár gaat het om. Je moet het in je vingers hebben om van zo’n blok hout een klomp te maken.”

Niet ’minder’

„Ik heb mezelf nooit minder gevoeld dan een ander omdat ik ’maar’ ambachtsman ben. Ten eerste omdat ik in feite vele vakken in één vertegenwoordig: ik ben ook houthakker, messenslijper, beeldhouwer, orthopeed en handelaar. Ten tweede omdat je elkaar als mensen allemaal nodig hebt – dat vergeten zoveel mensen. Je hebt een dokter nodig, een tandarts, maar ook een ambachtsman. Heel veel mensen denken dat ze boven alles en iedereen uitstijgen. Dat is dus niet waar.”

Uitstervend vak

„Dit ambacht sterft uit. Vroeger had bijna elk dorp zijn eigen klompenmaker. Ik denk dat je het aantal klompenmakers in Nederland op de vingers van één hand kunt tellen. Er zijn nog klompenfabrieken, maar die maken alleen standaardmodellen, niet aangepast aan specifieke voeten. Die fabrieken maken er nog zo’n 150.000 per jaar, drie jaar geleden waren dat er nog 250.000.

Je kunt in heel Zuid-Holland en Zeeland gaan rondkijken – je komt de ambachtelijke klompenmakers niet meer tegen, alleen hobbyisten. Wie wil zulk zwaar werk nog doen? Je moet met je lichaam willen werken – en dat willen de meeste mensen niet meer. Het zou anders zijn als dit vak beter betaald zou worden dan een gemiddelde kantoorbaan. In feite is het de schuld van de regering dat mijn vak uitsterft. In Duitsland worden beoefenaars van oude beroepen financieel bijgestaan, hier laten ze ze allemaal gaan. ’’

Klomp 800 jaar

„Het fenomeen klomp is zeker 800 jaar oud. Het waren altijd de armen die erop liepen: arbeiders, boeren… De rijken droegen ze nooit. Dat weet ik, omdat mensen, die het zich vroeger konden veroorloven om zichzelf te laten schilderen, schoenen droegen. Let maar op die eeuwenoude portretten. Je ziet er nooit klompen op.

Een paar fabrieksklompen kosten een euro of 25. Wat ik voor een ambachtelijk exemplaar reken, nou, ik ben er twee uur mee bezig, je zou op een euro of 100 moeten uitkomen, maar dat kan ik niet rekenen. Maar ik noem liever geen bedragen.”

Zoveel soorten

„Grofweg heb je twee soorten klompen: de riem- of tripklomp, met een riempje, en de kapklomp, die een houten wreef heeft. Daartussen zitten zoveel modellen. Vroeger was het soort klomp streekgebonden. Zoals die met de spitse neus: dat is de klomp uit Hoevelaken. De vrouwen uit dat dorp boetten netten en hielden die met de punt van hun klomp strak. Ouderkerk aan de Amstel had veel tuinders, die op hun knieën werkten, die moesten juist een botte klomp hebben, zodat de punt niet door de grond heen stak.”

Niet Hollands

„In het buitenland mogen ze Holland associëren met molens, kaas en klompen – klompen zijn echt geen Hollandse vinding. Wij waren de Chinezen van vroeger, we kopieerden. De klomp komt oorspronkelijk uit Frankrijk. Wel werden geen enkel land klompen zo intensief gedragen als in Nederland, omdat het hier zo drassig was. In Frankrijk was de grond veel droger, de mensen konden het makkelijk met schoenen af. Maar je komt de klomp in heel Europa nog tegen.”

Wie ze nog draagt

„De klomp is een prachtig product en als werkschoen heel geschikt, veel steviger dan menig leren werkschoen. Maar steeds minder boeren dragen klompen. Dat komt: vroeger had een boer dertig koeien en twee knechten, nu doet hij honderd koeien in z’n eentje en zit hij altijd op de trekker. Dan zijn klompen niet handig. Bovendien staat er in de melkgoten in de stallen tegenwoordig altijd een laagje water. Daar heb je niks aan klompen, dan moet je laarzen dragen.”

’Nee’ zeggen

„Ik word nog regelmatig gevraagd om op markten of braderieën het klompen maken te demonstreren, laatst nog bij de zomerfeesten in Aarlanderveen en op een Hogeschool.

Maar ik neem niet alles meer aan. Sinds ik met pensioen ben, heb ik ’nee’ leren zeggen. Ik doe alleen wat ik leuk vind en dat bevalt me best.

In het buitenland zien ze me niet meer. Joh, ik ben tientallen jaren de hele wereld over geweest met die klompen: van Japan tot Doebai, het hele Midden-Oosten, Koeweit, overal wilden ze me hebben voor demonstraties. En ik was nooit meer thuis. Ik begon te beseffen dat ik half Zoeterwoude niet meer kende, zo was ik van het dorp vervreemd. Alles bij elkaar heb ik vijf maanden in Japan gezeten, wie kan dat nou zeggen?”

Altijd bezig

„Ik ben nog elke dag in mijn werkplaats bezig. Het is goed om te blijven werken, juist op mijn leeftijd. Als je werkt, heb je geen tijd om te piekeren. Van niets doen krijgt een mens pijn in zijn hoofd, daar word je gek van.

Eenzaam? Ik vind het heerlijk. Als ik wil praten, ga ik wel ergens heen. Wel heb ik altijd de radio aan, meestal op een klassieke zender. Klassieke muziek is rustgevend. Daar kun je, als je aan het werk bent, eindeloos naar blijven luisteren.”

Nog steeds fit

„Het is heel zwaar werk. Niet eens het hakken, maar het uitboren. Als ik een dag lang sta te hakken, heb ik daar geen last van. Je lichaam, al je spieren, gaan ernaar staan. Ik doe dit al zó lang. Als je je eigen niet vermorst, kun je lichamelijk heel veel.

Maar ik kan nou wel zeggen dat ik me op m’n 83ste nog steeds aardig fit voel, zeven jaar geleden heb ik vier bypasses gehad. Mijn leven lang nooit gerookt of gedronken, nooit te zwaar geweest, veel gesport: dan kun je het dus toch aan je hart krijgen. Tien weken na die open hartoperatie stond ik weer in mijn werkplaats klompen te maken.”

Nuchter karakter

„Ik zal best een hele nuchtere zijn. Ik ben het leven gaan relativeren vanaf het moment dat mijn vrouw overleed, nu 38 jaar geleden. Ze kreeg een hartstilstand op de verjaardag van onze jongste, die toen 15 was. Zo gaat het leven. Het is allemaal betrekkelijk. Als je je vrouw zo jong verliest, is álles betrekkelijk.”

Nooit tegenzin

„Ik heb nog nooit met tegenzin gewerkt. Dit vak is altijd mijn passie geweest. Of ik weer voor dit vak zou kiezen? Dat kun je niet zeggen. Het is een hele andere wereld geworden. Zoveel sneller ook. Ik weet nog dat ik 35 jaar geleden bij een demonstratie van computers was. Die computers besloegen toen halve wanden. Toen al voorspelde een deskundige: ooit worden ze zó klein (Vreeswijk wijst de grootte van een mobieltje aan, red.).

Ik vergeet het nooit. En zo hoort het ook, stilstand is achteruitgang. Iedereen is een kind van zijn eigen generatie.”

Paspoort Koos Vreeswijk

Leeftijd: 83 jaar

Woonplaats: Zoeterwoude (geboren en getogen)

Opleiding: lagere school

Beroep: klompenmaker, zijn werkplaats staat aan de Stompwijkseweg 9a in Zoeterwoude

Nota bene: Een kunstwerk van Vreeswijk maakt onderdeel uit van de Polderkringloop in de Zoeterwoudse Geerpolder, polderkringloop.nl

Burgerlijke staat: weduwnaar, lat relatie, drie kinderen (vijftigers)

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.